Het is weer sinterklaastijd en dus ook weer ZWARTE Pieten tijd. Ik schrijf het woord zwarte met hoofdletters en cursief, dus hebben jullie, trouwe lezers, die ik heel dankbaar ben voor het lezen van - en de aan- en opmerkingen op mijn schrijfsels, wel al door hoe ik tegen de afgelopen "zwarte pieten discussie" aan sta te kijken. Ik heb me daarvoor ook genoeg geuit op het uithangbord van de (vaak) verongelijkte mens: Feestboek. Ik geef eerlijk toe dat ik me (achteraf soms helaas) ook heb laten verleiden tot soms messcherpe discussies met piepeltjes, waarvan ik het bestaan of de namen of de reden van hun bestaan niet eens meer weet, om onze enige en echte traditie te verdedigen tegen de "niet gelovigen" die, afgelopen zondag, met wel twintig of zo mensen op de Dam stonden te protesteren tegen de aanwezige ZWARTE Pieten. Indien je dat nog niet door mocht hebben: Zwarte Piet is zwart, zei Mark Rutte al (een hele ware en misschien wel de eerste en misschien wel enige verstandige opmerking van deze premier) en dat zijn dus "woorden als worsten", zoals sommige van mijn Brabantse vrienden wel eens zeggen.
Maar: met het begin van de Sinterklaas tijd, in De Keten begint dat al met het etaleren en verkopen van de eerste pepernoten en de eerste taai poppen op de laatste dag van augustus, begint, iets later, ook de muziek die we dagelijks over ons uitgestrooid krijgen, te veranderen. Nu ja, de muziek in een super is natuurlijk driehonderd dagen van het jaar Muzak, heeft men mij ooit verteld. Aangename en simpel op elkaar volgende noten en melodieën die de koopgrage klant in de winkel dienen te houden. Ik geef als voorbeeld Whiter shade of pale, een nummer (song, zo heette dat toen) uit mijn jeugd van de band Procol Harum.
Het nummer is een 'cover', zeg maar, van een etude van een pianoconcert van Bach.(Ik geef hier even, ik heb me rot lopen zoeken in mijn CD collectie, naam en toenaam: "Wachet auf, ruft uns der Stimme, BMV 140. Ja, ik doe alles voor mijn lezers, hoor. Mocht je verder nog wat willen weten over dit, van oorsprong, klassieke nummer, dan heeft Maarten 't Hart, een door mij bewonderd schrijver, er ook nog veel over te vertellen in zijn boek "Mozart en de anderen".)
Om maar te zeggen dat ik geen lompe boerenl.. ben, toch?
Maar, je loopt in de winkel van je keuze, (maar het liefste in mijn winkel, natuurlijk), en je hoort dat fraaie nummer van Bach/Procol. De tekst heb ik ergens, waarnaar ik even heb moeten zoeken maar ik geef beneden wat regels aan. Ik moet heel eerlijk zeggen dat die tekst waarschijnlijk via diverse flessen met geestrijk vocht is ingegoten, met spuiten en naalden van diverse grootte en inhoud is ingespoten en misschien wel met rietjes ter grote van een kachelpijp is ingesnoven in de breinen vaan de mannen die de teksten verzonnen en zongen of, op zijn best, voordroegen, want er is geen ruk van te begrijpen.(Maar het is wel een fantastisch nummer)
"We skipped the lights fandangle,
and turned cartwheels across the floor"
dan is daar dan nog het refrein:
And so it was, later
as the miller told his tale
that her face, at first just ghostly,
turned a whiter shade of pale"
Dat is ongeveer alles wat ik meekrijg van het nummer. Maar ja, wat mot je der mee?
Ik hoor jullie, net als ik, de woorden mee hummen op de melodie (van Bach) die mijn/onze generatie nooit meer zal vergeten.
Maar goed en hoe dan ook, dit is een nummer, een song, een hit, die het net als het nummer van de Beatles, Yesterday, nooit meer uit het collectieve geheugen van een of meerdere generaties gaat. Dit is dus ook zo met de meeste van de sinterklaasliedjes, nee geen songs, nee, dat niet. Maar wel allemaal jeugdherinneringen, toch? Oh nee, do not tempt me, ik ga ze echt niet allemaal opnoemen. Maar er is een reclame van BOL.com, waar een late en gehaaste vader nog even snel wil inkopen voor het kinderfeest. Hij komt allerlei problemen tegen en dat wordt leuk vertaald door een paar strofes uit heel bekende liedjes. Zo stapt hij in (honden)uitwerpselen onder het gezang van: "Wat ik in mijn schoentje vind", rijdt verkeerd: "'t Is een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker", krijgt een prent van de verkeerd geparkeerd Harries: "Sinterklaasje bonne, bonne, bonne" en loopt in zijn haast met zijn onderlijf tegen een Amsterdammertje: "De zak van Sinterklaas".
Ja, daar kan ik om lachen, ik ben een simpel mens. (Trouwens die reclame van Das Auto, VW, met dat hondje dat na blaft wat de auto van zijn baasje aan geluiden maakt, krijgt van mij ook nog een dikke negen, hoor."
Maar, aan het eind van je werkdag staan die liedjes zo in je hoofd geprent dat je er, onderweg naar huis of zo, continue aan herinnerd wordt, tot gek makend toe! Dus zat ik vanmiddag op de fiets met "hij komt, hij komt" in mijn kop, terwijl ik er nog helemaal niet was!
=morgen even iets over Bach en Frieda Boccara=
maandag 18 november 2013
vrijdag 15 november 2013
Mopperige ouwe man
Dus ja, ik was een rebel 'off sorts" vroeger, tegenover mijn 'opvoeders', maar ook de kids van vandaag met al dan niet hun pods en pads en dat soort zaken, weten ons, de ouders en de ouderen, het bloed af en toe onder de nagels weg te trekken hoor. Maar, hoe dan ook, ik ben nu een "grumpy old man", volgens vriend H., een "mopperende oude man", aan het worden. H. heeft wel een beetje gelijk. Dat ligt natuurlijk aan de leeftijd en aan de werkdruk waar je, als oudere, ook onder gepaard gaat. Gel..! Nee, ik ben helemaal geen oudere en ik voel me dat ook totaal niet. Zo bedoel ik het ook helemaal niet, eigenlijk. Ik kan nog steeds met de besten mee, ik heb veel meer werk- en leefervaring dan die snuitebollen en ze maken me niet echt gek, hoor. Als de jeugd me wel eens "hé, opa" noemt, (maar dat is gekscherend) vraag ik hun fijntjes wanneer zij de laatste maal de Alpe d' Huez hebben opgefietst, of wanneer zij voor het laatst een rondje IJsselmeer hebben gereden. Het antwoord is dan vaak een totale stilte!
Maar, het is niet zozeer dat ik het werk allemaal niet aankan, man, ik draai qua werktempo, rondjes rond de jeugd, maar het is wel zo dat ik (en mijn generatiegenoten) minder snel "recupereren", zoals de Vlaming dat zo heel mooi zegt. Recupereren is herstellen. Herstellen van een lichamelijke inspanning over het algemeen. Een coureur: 'Allez man, ik waar nog geheel niet gerecupereerd van die rit naar diene Alpedezes, weettenie, en dan stong alweer diejen tijdrit opt program, weetenie?' (Slecht Vlaams, maar ik heb een dergelijke uitspraak wel degelijk meerdere malen gehoord.)
Nee, ik, en de mijnen, maar ik ga niet voor de collegae spreken, hoor, ik wil ook niet voor hen spreken, herstellen minder stellen van de toch wel grote fysieke inspanningen die ik elke dag lever. Weet je, ik heb wel eens opgeteld dat ik elke werkdag een middenklasser (een auto, geen leerling) optil. Combineer dat met het aantal aangevoerde containers of rolwagens die we elke dag in de greep moeten houden, ik rond naar beneden af een veertigtal, met een, ook naar beneden afgerond, gemiddeld gewicht van 150 kilo, en dan weet je dus wel dat wij van ons filiaal van De Keten, elke dag genoeg lichamelijke inspanning leveren. Geen langdurige inspanningen, hoor, maar steeds korte en hevige, net als die hippe, vlotte, yupachtige, veel geldverdienende en niet al te zware banen hebbende figuren die ik vaak in sportscholen zie en die dan mooi staan en liggen te zijn voor die enorme spiegels waar dat soort Adonis instituten mee is uitgerust. (Ik ga jullie niet beledigen om te vertellen wie Adonis was en wat een "adonis" tegenwoordig is, ik weet dat jullie slimmer zijn dan ik, vaak.)
Ik fiets veel en heb veel gefietst in mijn leven. Weet je dat je per kilometer die je op de (race) fiets aflegt ongeveer 20 Kcal verbruikt? Dat is aardig wat en ook helemaal niks, eigenlijk. Ik heb veel heuvels en wat bergen beklommen op mijn fiets en het maffe daarvan is, dat het aantal verbrande kilometers bijna gelijk is bij het stijgen als bij het dalen of op het vlakke rijden. Ik heb de befaamde berg beklommen, waar nu zoveel om te doen is (door de charlatan die er met een paar ton vandaan is ten koste van het doel van de stichting waar hij "gratis" voor zou werken) en ik was daar, op die, zeg veertien kilometer lange en benauwde en zware klim, net zoveel energie kwijt als ik dat op een tochtje naar hui kwijt raaks. Zo rond de 300 Kcal. (1200 Kjoules, ongeveer) Maf hè?
Maar goed, ook van die tocht herstelde ik wat moeilijk en dus tegenwoordig ook van de drukke dagen op het werk. Oh nee, het heeft natuurlijk niet alles met spierkracht en zo te maken, hoor, het is ook en misschien wel voornamelijk, de geestelijke druk die, me/ons wordt opgelegd. Ik ga even naar het verhaal van gisteren, waar ik aangaf dat ik (ik is "we", afgesproken?) nog steeds de arbeidsdruk voel om mijn werk af te hebben en goed af te hebben. Ik kan er niet tegen om halverwege het werk de zooi de zooi te laten en alles uit mijn klauwen te laten pleu... en dan maar het hazenpad te kiezen. (ook weer een fraai woord, vind ik. Ik heb het al jaren niet meer gelezen, eigenlijk.) Dus wil je, in de tijd die je bemeten is, ook die opdracht goed en volledig uitvoeren. Da's maf en inderdaad van een vorig leven. Ik heb dat getransporteerd naar mijn huidige leven, maar ik ben een beetje blijven stilstaan bij de logistiek van onze tijd. "Leg uit, je zwamt, leg uit!"
Nou, waar we, zeg tien jaar geleden, wel al het file fenomeen kenden, was dat fenomeen alleen geldig in de toen geldende spitsuren. Vanaf zeg half acht, tot half negen. Maar, die files en de drukte op de wegen is verschoven. Tegenwoordig is een file rond tien of elf uur in de morgen, heel normaal, sterker, eerder uitzondering, dan regel. Dus komt de vrachtwagen die altijd rond half tien ons kwam bevoorraden, vaak rond kwart over tien of half elf aan. Waar ik eerst dus dik twee uur de tijd had om mijn vracht te vullen heb ik daar nu nog maar een goede anderhalf uur de tijd voor. Maar dat betekent dus wel dat ik die anderhalf uur enorm "energiebewust" en zo praktisch mogelijk moet indelen en dus geen tijd heb voor gebbetjes en geintjes en dat soort zaken. Maar ja, wij zijn er voor de klanten en als die een vraag hebben, gaan we die vraag beantwoorden en dat kost dus ook tijd. Tijd die je dus nauwelijks hebt.
Maar goed, tot nu toe is het me, bijna, altijd gelukt om mijn werk af te krijgen. Met vaak een stresserig gevoel, dat dan wel weer. Maar als ik dan in de middag thuis kwam, voelde ik wel dat ik die vermoeidheid niet zo maar van me af kon schudden zoals ik dat in mijn beste jaren deed. Daar heb ik nu echt tijd voor nodig, voel ik.
Dus ja, dan ben je de volgende ochtend weer op je plek en je ziet dat de "mannen van de avond ervoor" (goh, het lijkt wel de titel van een SF boek) er weer eens met de pet naar hebben gegooid. Wat je dus een rot gevoel geeft. Zelf heb je je zooi wel af, maar die club dus weer niet.
Dat geeft dat je, mopperige ouwe man die eigenlijk helemaal niet wilt zijn, weer eens wat te mopperen hebt op die zooi en die collegae.
Maar, het is niet zozeer dat ik het werk allemaal niet aankan, man, ik draai qua werktempo, rondjes rond de jeugd, maar het is wel zo dat ik (en mijn generatiegenoten) minder snel "recupereren", zoals de Vlaming dat zo heel mooi zegt. Recupereren is herstellen. Herstellen van een lichamelijke inspanning over het algemeen. Een coureur: 'Allez man, ik waar nog geheel niet gerecupereerd van die rit naar diene Alpedezes, weettenie, en dan stong alweer diejen tijdrit opt program, weetenie?' (Slecht Vlaams, maar ik heb een dergelijke uitspraak wel degelijk meerdere malen gehoord.)
Nee, ik, en de mijnen, maar ik ga niet voor de collegae spreken, hoor, ik wil ook niet voor hen spreken, herstellen minder stellen van de toch wel grote fysieke inspanningen die ik elke dag lever. Weet je, ik heb wel eens opgeteld dat ik elke werkdag een middenklasser (een auto, geen leerling) optil. Combineer dat met het aantal aangevoerde containers of rolwagens die we elke dag in de greep moeten houden, ik rond naar beneden af een veertigtal, met een, ook naar beneden afgerond, gemiddeld gewicht van 150 kilo, en dan weet je dus wel dat wij van ons filiaal van De Keten, elke dag genoeg lichamelijke inspanning leveren. Geen langdurige inspanningen, hoor, maar steeds korte en hevige, net als die hippe, vlotte, yupachtige, veel geldverdienende en niet al te zware banen hebbende figuren die ik vaak in sportscholen zie en die dan mooi staan en liggen te zijn voor die enorme spiegels waar dat soort Adonis instituten mee is uitgerust. (Ik ga jullie niet beledigen om te vertellen wie Adonis was en wat een "adonis" tegenwoordig is, ik weet dat jullie slimmer zijn dan ik, vaak.)
Ik fiets veel en heb veel gefietst in mijn leven. Weet je dat je per kilometer die je op de (race) fiets aflegt ongeveer 20 Kcal verbruikt? Dat is aardig wat en ook helemaal niks, eigenlijk. Ik heb veel heuvels en wat bergen beklommen op mijn fiets en het maffe daarvan is, dat het aantal verbrande kilometers bijna gelijk is bij het stijgen als bij het dalen of op het vlakke rijden. Ik heb de befaamde berg beklommen, waar nu zoveel om te doen is (door de charlatan die er met een paar ton vandaan is ten koste van het doel van de stichting waar hij "gratis" voor zou werken) en ik was daar, op die, zeg veertien kilometer lange en benauwde en zware klim, net zoveel energie kwijt als ik dat op een tochtje naar hui kwijt raaks. Zo rond de 300 Kcal. (1200 Kjoules, ongeveer) Maf hè?
Maar goed, ook van die tocht herstelde ik wat moeilijk en dus tegenwoordig ook van de drukke dagen op het werk. Oh nee, het heeft natuurlijk niet alles met spierkracht en zo te maken, hoor, het is ook en misschien wel voornamelijk, de geestelijke druk die, me/ons wordt opgelegd. Ik ga even naar het verhaal van gisteren, waar ik aangaf dat ik (ik is "we", afgesproken?) nog steeds de arbeidsdruk voel om mijn werk af te hebben en goed af te hebben. Ik kan er niet tegen om halverwege het werk de zooi de zooi te laten en alles uit mijn klauwen te laten pleu... en dan maar het hazenpad te kiezen. (ook weer een fraai woord, vind ik. Ik heb het al jaren niet meer gelezen, eigenlijk.) Dus wil je, in de tijd die je bemeten is, ook die opdracht goed en volledig uitvoeren. Da's maf en inderdaad van een vorig leven. Ik heb dat getransporteerd naar mijn huidige leven, maar ik ben een beetje blijven stilstaan bij de logistiek van onze tijd. "Leg uit, je zwamt, leg uit!"
Nou, waar we, zeg tien jaar geleden, wel al het file fenomeen kenden, was dat fenomeen alleen geldig in de toen geldende spitsuren. Vanaf zeg half acht, tot half negen. Maar, die files en de drukte op de wegen is verschoven. Tegenwoordig is een file rond tien of elf uur in de morgen, heel normaal, sterker, eerder uitzondering, dan regel. Dus komt de vrachtwagen die altijd rond half tien ons kwam bevoorraden, vaak rond kwart over tien of half elf aan. Waar ik eerst dus dik twee uur de tijd had om mijn vracht te vullen heb ik daar nu nog maar een goede anderhalf uur de tijd voor. Maar dat betekent dus wel dat ik die anderhalf uur enorm "energiebewust" en zo praktisch mogelijk moet indelen en dus geen tijd heb voor gebbetjes en geintjes en dat soort zaken. Maar ja, wij zijn er voor de klanten en als die een vraag hebben, gaan we die vraag beantwoorden en dat kost dus ook tijd. Tijd die je dus nauwelijks hebt.
Maar goed, tot nu toe is het me, bijna, altijd gelukt om mijn werk af te krijgen. Met vaak een stresserig gevoel, dat dan wel weer. Maar als ik dan in de middag thuis kwam, voelde ik wel dat ik die vermoeidheid niet zo maar van me af kon schudden zoals ik dat in mijn beste jaren deed. Daar heb ik nu echt tijd voor nodig, voel ik.
Dus ja, dan ben je de volgende ochtend weer op je plek en je ziet dat de "mannen van de avond ervoor" (goh, het lijkt wel de titel van een SF boek) er weer eens met de pet naar hebben gegooid. Wat je dus een rot gevoel geeft. Zelf heb je je zooi wel af, maar die club dus weer niet.
Dat geeft dat je, mopperige ouwe man die eigenlijk helemaal niet wilt zijn, weer eens wat te mopperen hebt op die zooi en die collegae.
woensdag 13 november 2013
Grumpy old man
Ja, ja, dat 'grumpy old man' ben ik ook een beetje aan het worden, hoor, vriend H. Je hebt helemaal gelijk en ik moet er voor waken om het niet helemaal echt te worden. Weet je, je wordt al met al een dagje ouder en misschien daardoor een dagje minder flexibel, zoiets, ik weet het niet precies.
"One day closer to death" zong Pink Floyd al, nietwaar? Wat ik wel weet is dat ik de, ja, ik ga de ouwe l.. uithangen, de arbeidsethos van de generatie van de generatie voor mij heb overgenomen. Dat gebeurde nu eenmaal. Vergeet niet, ik, maar idem vriend H. en ook maat B., stammen uit de jaren vijftig. Wij hebben de 'Oorlog', waar onze opvoeders te pas en te onpas naar verwezen, nooit aan den lijve meegemaakt. Onze generatie kan nu, in retrospectie, kijken naar die bange jaren en naar het leed en de angst die onze ouders hebben meegemaakt, maar die voor ons nooit lijfelijk dreigend is geweest. In het psychische tegendeel misschien wel! In de jaren dat wij groter werden en puberden, kwamen de oorlogsherinneringen van de hele wereld, van onze ouders, zeg maar, tot leven. Er werden boeken uitgegeven zoals: "Battle Cry", van Leon Uris, "The Naked and the dead" van Norman Mailer, "The cruel sea" van Nicholas Monsarrat en al de boeken van Hans Hellmut Kirst, zoals de 08/15 trilogie. Doordat ons land in de wederopbouw was, werd er weer wat meer geld verdiend en konden onze ouders zich een abonnement veroorloven op de diverse boekenclubs die toen als paddenstoelen uit de grond rezen. Zodoende lazen we dat soort boeken en kwamen onder de indruk daarvan.
Waar ouwehoer je nu over man? Geen idee, maar het sluit wel een beetje aan bij wat ik wil ga zeggen. Doordat die boeken, die veel verkocht werden, ook werden verfilmd en wij, de "post- oorlog" jeugd, dus konden zien wat die oorlog nu eenmaal was geweest, kregen we wat begrip voor die zeikerds van ouderen, (onze ouders voor het goede begrip) die het alleen maar over onderduikers, illegalen en Joden vervolging hadden en daar soms met huivering en soms met trots over spraken.
(Ik weet dat nog al te goed. Mijn pa zat in 'het verzet', waar mijn ma later achter kwam en hem verweet dat hij haar en de kinderen in gevaar had kunnen brengen.) Maar, nu, na de boeken en de films, wisten we dan zo ongeveer wat het dan was geweest maar we wisten niet wat we er mee aan moesten en waarom we die verhalen steeds bleven horen, hoewel ze vaak heel spannend waren. (zie pa in het verzet)
Maar na dit literaire, historische en cinematografische uitstapje kom ik weer terug bij dat 'mopperige ouwe man', zoals ik, een beetje, ben geworden.
Weer retrospectief weet ik dus waarom mijn ouwe heer af en toe, nu ja, iets vaker, een 'grumpy old man' was. Nu ik, op een paar jaar na, de leeftijd heb bereikt waarop hij ooit overleden is, denk ik, vaker en vaker, over die 'ouwe'. (Het schijnt dat ik nu sprekend op hem lijk, zegt 'men'. In mijn geboortestreek zeggen ze tegen me: 'Je bent uut zien kont 'sneden!) En natuurlijk denk ik ook over mijn rol als zijn jongste zoon in zijn leven en verdo...., dat is af en toe best moeilijk, (voor mij dan) concludeer ik nu. Maar, bedenk ik nu, ik kwam gewoonweg niet tot de standaard die hij, en zijn generatie, hadden gezet voor ons, hun kinderen en dus hun opvolgende generatie! Mijn pa verwachtte teveel van me. Hij was nooit opgevoed met "Top of Flop", met "Rawhide", (Tv programma's van die tijd) hij had nooit de enorme aantallen boeken kunnen lezen die ik ooit kon lenen van Bieb of vriendjes en vond mij maar een luie vent omdat ik dat wel deed. Hoewel wij mensen allemaal een beetje een beter "zelf beeld" van onszelf hebben (en naarmate de tijd verstrijkt, wij dat beeld allemaal positiever bijschaven) ben ik er nu achter, na zelf vier kinderen te hebben grootgebracht en, hopelijk, te hebben opgevoed, dat kinderen soms en af en toe vreselijke eikels en kwallen en onmogelijke onmogelijkheden kunnen zijn! (Pijnlijk om toe te geven, was ik dat zelf af en toe ook, nu ja, af en toe?) Maar, gelukkig komt het, over het algemeen, weer helemaal goed tussen ouders en kinderen.
Dus ja, H's en B's ouders, stammen uit ongeveer dezelfde generatie als de mijne, ook met hun oorlogsverleden en oorlogstrauma's. Die ouders hebben dat verleden op ons geprojecteerd net zoals zij, die toen tieners/twintigers/dertigers en vroege veertigers waren, hun arbeidsethos ook op ons hebben geprojecteerd. Dat arbeidsethos hebben ze moeten ontwikkelen in de jaren van de "wederopbouw". Ons land lag voor een groot gedeelte plat, nu ja, de stedelijke agglomeraties dan. Rotterdam bestond niet meer, de kuststreek was vergeven van de raketten sites, Den Haag was gebombardeerd en in Zeeland was het land onder water gezet. Dat, gecombineerd met de mensen die allemaal terug kwamen uit de kampen of vanuit andere oorlogsgebieden en en de enorme geboorte golf, maakten dat het volk, stom klinkt dat, maar ook wel romantisch en een beetje sociaal, weer de handen uit de mouwen moest steken.
Af en toe duurt het lang, hoor, maar ik kom ooit wel eens terug op de essentie van het verhaal.
"One day closer to death" zong Pink Floyd al, nietwaar? Wat ik wel weet is dat ik de, ja, ik ga de ouwe l.. uithangen, de arbeidsethos van de generatie van de generatie voor mij heb overgenomen. Dat gebeurde nu eenmaal. Vergeet niet, ik, maar idem vriend H. en ook maat B., stammen uit de jaren vijftig. Wij hebben de 'Oorlog', waar onze opvoeders te pas en te onpas naar verwezen, nooit aan den lijve meegemaakt. Onze generatie kan nu, in retrospectie, kijken naar die bange jaren en naar het leed en de angst die onze ouders hebben meegemaakt, maar die voor ons nooit lijfelijk dreigend is geweest. In het psychische tegendeel misschien wel! In de jaren dat wij groter werden en puberden, kwamen de oorlogsherinneringen van de hele wereld, van onze ouders, zeg maar, tot leven. Er werden boeken uitgegeven zoals: "Battle Cry", van Leon Uris, "The Naked and the dead" van Norman Mailer, "The cruel sea" van Nicholas Monsarrat en al de boeken van Hans Hellmut Kirst, zoals de 08/15 trilogie. Doordat ons land in de wederopbouw was, werd er weer wat meer geld verdiend en konden onze ouders zich een abonnement veroorloven op de diverse boekenclubs die toen als paddenstoelen uit de grond rezen. Zodoende lazen we dat soort boeken en kwamen onder de indruk daarvan.
Waar ouwehoer je nu over man? Geen idee, maar het sluit wel een beetje aan bij wat ik wil ga zeggen. Doordat die boeken, die veel verkocht werden, ook werden verfilmd en wij, de "post- oorlog" jeugd, dus konden zien wat die oorlog nu eenmaal was geweest, kregen we wat begrip voor die zeikerds van ouderen, (onze ouders voor het goede begrip) die het alleen maar over onderduikers, illegalen en Joden vervolging hadden en daar soms met huivering en soms met trots over spraken.
(Ik weet dat nog al te goed. Mijn pa zat in 'het verzet', waar mijn ma later achter kwam en hem verweet dat hij haar en de kinderen in gevaar had kunnen brengen.) Maar, nu, na de boeken en de films, wisten we dan zo ongeveer wat het dan was geweest maar we wisten niet wat we er mee aan moesten en waarom we die verhalen steeds bleven horen, hoewel ze vaak heel spannend waren. (zie pa in het verzet)
Maar na dit literaire, historische en cinematografische uitstapje kom ik weer terug bij dat 'mopperige ouwe man', zoals ik, een beetje, ben geworden.
Weer retrospectief weet ik dus waarom mijn ouwe heer af en toe, nu ja, iets vaker, een 'grumpy old man' was. Nu ik, op een paar jaar na, de leeftijd heb bereikt waarop hij ooit overleden is, denk ik, vaker en vaker, over die 'ouwe'. (Het schijnt dat ik nu sprekend op hem lijk, zegt 'men'. In mijn geboortestreek zeggen ze tegen me: 'Je bent uut zien kont 'sneden!) En natuurlijk denk ik ook over mijn rol als zijn jongste zoon in zijn leven en verdo...., dat is af en toe best moeilijk, (voor mij dan) concludeer ik nu. Maar, bedenk ik nu, ik kwam gewoonweg niet tot de standaard die hij, en zijn generatie, hadden gezet voor ons, hun kinderen en dus hun opvolgende generatie! Mijn pa verwachtte teveel van me. Hij was nooit opgevoed met "Top of Flop", met "Rawhide", (Tv programma's van die tijd) hij had nooit de enorme aantallen boeken kunnen lezen die ik ooit kon lenen van Bieb of vriendjes en vond mij maar een luie vent omdat ik dat wel deed. Hoewel wij mensen allemaal een beetje een beter "zelf beeld" van onszelf hebben (en naarmate de tijd verstrijkt, wij dat beeld allemaal positiever bijschaven) ben ik er nu achter, na zelf vier kinderen te hebben grootgebracht en, hopelijk, te hebben opgevoed, dat kinderen soms en af en toe vreselijke eikels en kwallen en onmogelijke onmogelijkheden kunnen zijn! (Pijnlijk om toe te geven, was ik dat zelf af en toe ook, nu ja, af en toe?) Maar, gelukkig komt het, over het algemeen, weer helemaal goed tussen ouders en kinderen.
Dus ja, H's en B's ouders, stammen uit ongeveer dezelfde generatie als de mijne, ook met hun oorlogsverleden en oorlogstrauma's. Die ouders hebben dat verleden op ons geprojecteerd net zoals zij, die toen tieners/twintigers/dertigers en vroege veertigers waren, hun arbeidsethos ook op ons hebben geprojecteerd. Dat arbeidsethos hebben ze moeten ontwikkelen in de jaren van de "wederopbouw". Ons land lag voor een groot gedeelte plat, nu ja, de stedelijke agglomeraties dan. Rotterdam bestond niet meer, de kuststreek was vergeven van de raketten sites, Den Haag was gebombardeerd en in Zeeland was het land onder water gezet. Dat, gecombineerd met de mensen die allemaal terug kwamen uit de kampen of vanuit andere oorlogsgebieden en en de enorme geboorte golf, maakten dat het volk, stom klinkt dat, maar ook wel romantisch en een beetje sociaal, weer de handen uit de mouwen moest steken.
Af en toe duurt het lang, hoor, maar ik kom ooit wel eens terug op de essentie van het verhaal.
maandag 11 november 2013
Super maandag
Nou, dat is wel en niet een inkoppertje, die titel. Ik bedoel, het heeft wel van alles met maandag en met super te maken maar niet in de context zoals je die leest. Ja, ik werkte vandaag in mijn super en het was maandag. Maar het was absoluut geen Super maandag. Er is overigens een heilige en begrijpelijke tegenzin tegen de maandag(en). De eerste werkdag van de week, zeg maar. Er zijn zelfs een aantal popsongs over geschreven, zoals "I don't like mondays" van de Boomtown rats, met Bob Geldof? (ook Geld dorp genoemd, door zijn haters) en er is natuurlijk de klassieker: "Monday, Monday" van de "Mamas & the Papas". Een beetje een kwijl nummer, maar toch wel het luisteren waard, eigenlijk. Er is zelfs een hele site met Maandagochtend 'quotes', overigens, maar dit terzijde.
Maar, het maandag gevoel is natuurlijk ook heel relatief. Stel, je bent de maandag vrij geweest, dan is de dinsdag jouw maandag. Zoals jullie weten ben ik elke woensdag "vrij", als je het oppassen op twee kleinkinderen in elk geval "vrij" kunt noemen, want het is een behoorlijke pittige werkdag, zeker voor E., die de jongste bijna altijd verzorgd), dus elke donderdag heb ik weer een maandag, begrijp je. (Nee, het oppassen is superleuk en wij doen het met liefde en heel graag en met heel veel plezier en vinden het heerlijk, maar, believe you me, het oppassen op kleinkinderen vreet ook 'kolen', zoals mijn, veel te vroeg en veel te helaas, overleden maatje J. altijd in fraai Rotjeknors placht te zeggen. Dus, alles is relatief, zak maar zegge!
Maar, vandaag was het weer super maandag! De dag voor de maandag is het zondag en ik doe dus geen al te grote aanslag op jullie intellectuele vermogens, zo. In elk geval, op de zondag komt de 'nieuwe handel' de acties/reclame dingen voor de nieuw week binnen. Dat betekent dus dat de actiebakken met de 'oude' handel leeg gemaakt moeten worden en dat de nieuwe acties ge..., goh, slim publiek, inderdaad gevuld moeten worden. Ik heb in de DV cel een dolly, zoals dei vierwielige en wendbare dingetjes heten, klaar staan met een heleboel lege 'klapkratten'. Klapkratten zijn zo handig omdat ze, eenmaal ingeklapt, nauwelijks ruimte innemen en eenmaal uitgeklapt een heleboel lading kunnen bevatten. De intentie van die exercitie, om het zo maar te zeggen, is dat de werkenden van de zondag de restanten van de afgelopen acties, in die kratten stapelen en zo, redelijk overzichtelijk, opslaan in de DV (is diepvries) cel.
Nu is communicatie soms makkelijk, maar vaker, heel moeilijk. Hoe ik ook communiceer met de ploeg van de zondag, ze schijnen het niet te kunnen begrijpen.Ik leg het uit en nog eens en nog eens en het gaat niet geschieden, het lukt not! Mijn zorgvuldig opgespaarde kratten en idem dolly's staan somber leeg te staan in mijn opslagruimte. Maar wat de mannen, het zijn allemaal knullen, dan wel doen, is een container nemen, die insealen, met het bekende plastic en de hele koelerazooi daar met armen tegelijk in dumpen, zonder enig idee dat er een collega is die dat op ruimt. Het meest ergerlijke is dat ze niet eens de, vaak helemaal lege schappen, in de DV kasten, er meee vullen, zodat die ook weer sikkeneurig leeg staan te wezen.
Het was maandag. Ik had een goed moment. Het was droog en ik kon op de fiets naar het werk. Dat was het enige goede moment van de dag.
=meer van dit gezeur? Stay tuned, man=
Maar, het maandag gevoel is natuurlijk ook heel relatief. Stel, je bent de maandag vrij geweest, dan is de dinsdag jouw maandag. Zoals jullie weten ben ik elke woensdag "vrij", als je het oppassen op twee kleinkinderen in elk geval "vrij" kunt noemen, want het is een behoorlijke pittige werkdag, zeker voor E., die de jongste bijna altijd verzorgd), dus elke donderdag heb ik weer een maandag, begrijp je. (Nee, het oppassen is superleuk en wij doen het met liefde en heel graag en met heel veel plezier en vinden het heerlijk, maar, believe you me, het oppassen op kleinkinderen vreet ook 'kolen', zoals mijn, veel te vroeg en veel te helaas, overleden maatje J. altijd in fraai Rotjeknors placht te zeggen. Dus, alles is relatief, zak maar zegge!
Maar, vandaag was het weer super maandag! De dag voor de maandag is het zondag en ik doe dus geen al te grote aanslag op jullie intellectuele vermogens, zo. In elk geval, op de zondag komt de 'nieuwe handel' de acties/reclame dingen voor de nieuw week binnen. Dat betekent dus dat de actiebakken met de 'oude' handel leeg gemaakt moeten worden en dat de nieuwe acties ge..., goh, slim publiek, inderdaad gevuld moeten worden. Ik heb in de DV cel een dolly, zoals dei vierwielige en wendbare dingetjes heten, klaar staan met een heleboel lege 'klapkratten'. Klapkratten zijn zo handig omdat ze, eenmaal ingeklapt, nauwelijks ruimte innemen en eenmaal uitgeklapt een heleboel lading kunnen bevatten. De intentie van die exercitie, om het zo maar te zeggen, is dat de werkenden van de zondag de restanten van de afgelopen acties, in die kratten stapelen en zo, redelijk overzichtelijk, opslaan in de DV (is diepvries) cel.
Nu is communicatie soms makkelijk, maar vaker, heel moeilijk. Hoe ik ook communiceer met de ploeg van de zondag, ze schijnen het niet te kunnen begrijpen.Ik leg het uit en nog eens en nog eens en het gaat niet geschieden, het lukt not! Mijn zorgvuldig opgespaarde kratten en idem dolly's staan somber leeg te staan in mijn opslagruimte. Maar wat de mannen, het zijn allemaal knullen, dan wel doen, is een container nemen, die insealen, met het bekende plastic en de hele koelerazooi daar met armen tegelijk in dumpen, zonder enig idee dat er een collega is die dat op ruimt. Het meest ergerlijke is dat ze niet eens de, vaak helemaal lege schappen, in de DV kasten, er meee vullen, zodat die ook weer sikkeneurig leeg staan te wezen.
Het was maandag. Ik had een goed moment. Het was droog en ik kon op de fiets naar het werk. Dat was het enige goede moment van de dag.
=meer van dit gezeur? Stay tuned, man=
woensdag 6 november 2013
De sociale super, deel twee.
'Even een stukje geschiedenis, nu', zei de oude man, die, na zijn drukke dienst in De Keten was neergezegen achter zijn tekstverwerker.
De eerste zelfbedieningswinkels waren er al in de Eerste Wereldoorlog, bijna honderd jaar geleden alweer. Daar zit dan wel een logica in. Veel van de mannelijke bedienden waren toen naar het front getogen en veel vrouwen werkten in die tijd de oorlogsindustrie of als verpleegster aan en achter het front. (Vanaf die jaren ging het ook hard met de vrouwen emancipatie en de gelijke beloning van vrouwen, maar dit terzijde.) Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam het fenomeen 'Supermarkt' in zwang. In 1948 werd er een eerste zelfbediening opgericht in Nijmegen, of all places. De broers Van Woerkom waren waarschijnlijk wel eens de grens overgestoken naar het buurland en hadden op een of andere Amerikaanse legerplaats waarschijnlijk zo'n prachtige PX store gezien en warren zo aan hun inspiratie gekomen, denk ik. Dirk van den Broek vestigde de eerste echte super in '53 al in Amsterdam en in 1955 volgde de DEKA in IJmuiden, plaats die een jaar of dertien later ook de zetel zou worden van het concern waar ik bij in dienst ben. Nee, AH, Appie, de blauwe mannen, waren niet de eersten hoor, zij volgden pas in '55 met hun eerste super in 010, geloof het of niet voor een Zaanse onderneming.Goed, tot zover dit stukje geleerdheid. Goed onthouden, want ik ga je morgen overhoren.
In elk geval, supers zijn nu niet meer weg te denken uit het stads-/dorpsbeeld. Ik weet en begrijp ook wel wat de bezwaren zijn tegen die grote shops: ze jagen de kleine en echte vakmensen weg en ze stoten het brood uit de mond van de kleinere winkeliers. Maar, dat verhaal is maar ten dele waar. In mijn woonplaats Amstelveen is er een heel actieve en vrij grote AH in het hart van de stad, maar er zijn ook een hele goed draaiende slagerij, visboer, bakkerij en een traiteur. We hebben twee sushizaken en een goed lopende horeca wand. Nee, die groenteman op het plein is weg. Maar dat was eigen schuld, dikke bult. Aanvankelijk verkocht hij ook gewoon de dingen die een groenteboer hoort te verkopen: groente en fruit en zuurkool, seizoen dingen en aardappelen en zo, maar deze winkel ging zich toen specialiseren in buitenissigheden. Allerlei fruit en vruchten uit de meest vreemde landen en heel specialistisch allemaal. Mispels voor vijf euro het stuk, vruchtensalades die heerlijk leken en misschien ook wel waren, maar die dan wel drie euro per 100 gram kostten. Ze verkochte biologische boerenkool, met de wormgaten er nog in voor vier euro per stronk en zuurkool uit het vat, die twee en een halve euro het ons kostte. En ja, dan prijs je jezelf uit de markt, natuurlijk.
Maar, zoals gezegd is een super niet alleen maar (of meer) een plek om je mandje of je kar vol te tiefen met zooi, maar ook een plek om de mensen uit je buurt te ontmoeten. Helaas moet ik daar bij zeggen dat dat niet zozeer opgaat voor de AH toko's. Kijk en vergelijk zelf maar eens. Bij de blauwen heb je wel een koffie automaat, maar die staat op een van de drukste hoeken van de winkel, zodat je al gauw in de weg staat met je kopje koffie en er is duidelijk niet gekozen voor een bankje of een paar stoelen of zo. Staande koffiedrinken is niet gezellig, heerlijk Nederlands woord dat en de bezoekers van de Appie lopen dus met die bekertjes door de toko. Klanten kennende gooien ze dat soms nog halve lege bekertje tussen de spullen in de rekken. Ik shop natuurlijk (en een beetje helaas) bij die concullega (er is niks anders in de buurt, nog) en dan zie ik dat het personeel ook niet echt geneigd is om een praatje/babbeltje te maken met de klanten. (Overigens bij de DEKA die ik wel eens bezoek, in verband met het oppassen op de kleinkinderen, is men ook niet echt spraakzaam, trouwens.)
Niet zo in onze winkel. Het is niet zo dat we de hele dag staan te ouwehoeren met onze klanten, maar zoals ik al schreef, we hebben wel veel aandacht voor hen, de mensen die ons salaris betalen. Dat kan gaan van een 'mogge mijnheer, mevrouw', of 'alles kits?' tot een 'tijd niet gezien man, ben je net weer vrij?' (hoewel dat laatste natuurlijk alleen tegen klanten is die je heel goed kent. Het overkwam me dat een van die klanten inderdaad tegen me zei; 'Ja man, net drie maanden opgeknapt voor een dingetje op de Zeedijk, hoe wist je dat trouwens?')
Maar, ik heb het gevoel, nee ik weet bijna zeker, dat onze klanten graag in de winkel komen voor een praatje met ons, het personeel. Van hoog tot laag, overigens hoor, want FM en sectorchefs, die vaak en veel op de vloer aanwezig zijn, zie ik ook vaak in contact met het 'publiek', om het maar zo te zeggen.
Onze vaste staf bestaat uit een gemengde groep werknemers. Er is de jeugd tot, zeg 25, de middengroep, de grootste groep, tot 45, ongeveer en de groep met 'ouwe lu....', vanaf 45 tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Onze klanten bestrijken natuurlijk diezelfde leeftijdsgroepen en, in de laatste leeftijdsgroep, daar flink overheen. Die laatste groep is natuurlijk de rustigste. Ze hebben hun leven geleid en gewerkt en hebben nu de tijd om het wat rustiger aan te doen. Maar. die mensen zijn vaak ook alleenstaand geworden. De meeste 65+ ers, zijn vaak weduwe of weduwnaar, gescheiden soms, hebben vaker kwaaltjes dan de jongere mensen. En, omdat ze dus vaak alleenstaand zijn, hebben ze thuis geen uitlaatklep voor de verhalen over die kwalen en dingetjes zo. Dan is de super een aangewezen plek om de verhalen eens kwijt te raken. Oh nee, de mensen gaan niet bewust winkelen met het idee dat ze het verhaal over de steunkousen, of de maagoperatie of de overleden kat kwijt willen, maar als je, als personeelslid, gewoon eens aan hun vraagt hoe het gaat, dan hoor je die verhalen. Vaak kun je er geen moer aan doen, natuurlijk, maar, luisteren is altijd oké. (Moet je dat doen? Nee, niemand dwingt je, maar ja, je mens zijn, in mijn geval dan, zegt dat je het moet doen, simpel.) Nu zal het de jongste generatie geen moer interesseren dat de liesbreuk van Ome Piet zo een bloederig drama is geworden of dat de verzakking van Tante Sjaan nog steeds lekt of dat de kater van Nicht Trees weer krols is. Nee, dat begrijpt iedereen. Niet dat ik er heel erg mee inzit, maar ik weet dat Ome Piet en Tante Sjaan en Nicht Trees daar wel mee inzitten. Dus luister ik. Ondertussen doe ik wel zoveel mogelijk mijn werk, maar dat zeg ik dan wel tegen de ooms en tantes en de neven en de nichten. (nee, da's niet dubbel bedoeld, echt niet.)
Maar, omdat een winkel ook een soort van openbare gelegenheid is waar je zomaar naar binnen kunt stappen, een gratis bakje koffie kunt pakken en, in ons geval, vaak een gratis stuk fruit, zoals bananen, mandarijnen of tomaatjes, kunt scoren en, later in de week, tegen het weekend, allerlei proeverijen van bakker, kaas- en kip en vleesafdeling kunt snaaien, komen mensen dus ook naar de winkel.
We hebben een vast groepje senioren dat zich elke morgen tussen negen en half tien verzameld bij de 'koffiehoek'. (Daar waar de gratis koffie uit de automaat komt en er zelfs een soort 'zitje' is ingericht.) Dat groepje is altijd in bijna altijd dezelfde samenstelling, elke dag in de winkel te vinden. Altijd om dezelfde tijd. Dat gaat al een beetje zo sinds de verbouwing. Aanvankelijk druppelden ze een voor een binnen, namen een bekertje koffie en gingen dan weer, maar ondertussen is het een vaste afspraak en soms komen ze ook gegroepeerd binnen. Het zijn een stuk of vijf mannen en een of twee vrouwen, allemaal de pensioengerechtigde leeftijd al lang gepasseerd. Elke dag wordt er gepraat en koffie gelebberd. Waar de gesprekken over gaan? Ik heb geen idee, ik passeer de groep af en toe met mijn karren of zo en vang nooit echte flarden van de gesprekken op. (Je kent het wel: druk, druk, druk, places to go and people to see) Enfin, ze doen koffie drinken, ze doen praten en, vermoedelijk, roddelen en ze doen de winkel weer verlaten na een half uur of zo, zonder iets te kopen of, op zijn allerbest, een of twee dingetjes, zoals een halfje brood of een pizza, of zo. Nee, ze betalen onze salarissen niet of zo, op zo'n manier.
Er zal ongetwijfeld op een hoofdkantoor een directielid huizen dat een dergelijk gebruik van de koffieautomaat wil verbieden en er strenge regels voor wil opstellen. Nee, dat weet ik niet, hoor, maar ja, directieleden in hoge en dus vaak ivoren torens, hebben heel andere ideeën dan de mensen op de werkvloer. Moet je dus die mensen, nee niet de directieleden, verbieden om samen te scholen in een 'openbare gelegenheid met winstoogmerk', zoals wij zijn? Weet je, veel van die mensen zijn niet alleen alleenstaand, maar hebben vaak ook een mager inkomen. Naar buurthuizen gaan, waar ze andere 'lotgenoten' of beter gezegd, leeftijdsgenoten ontmoeten, kost geld. Je moet vaak lid zijn of worden of contributie betalen voor het lidmaatschap voor zo'n tehuis, zeker in deze tijd van snoeien en bezuinigen en dan moet je vaak ook nog, de mensen zijn niet altijd meer goed ter been en hebben geen van allen een auto of karretje, ook nog eens OV kosten maken. Daarbij is het sociale aspect nog een stap verder. En ik geloof dat zoiets een (on)afgesproken verhaal is bij de groep. Hoe vaak lees je niet dat er ouderen en alleenstaanden, soms al weken dood in hun woning liggen. (Vaak door een gebroken heup, waarbij ze door een sneller alarm vaak ontdekt zouden zijn geworden.) Misschien bewust of onbewust, komen die mensen dus hier samen om elkaar te zien. Mocht er eentje op het appel ontbreken dan weten ze door de gesprekken die ze hebben gevoerd, dat hij/zij niet met vakantie is, waar ze overigens vaak geen geld voor hebben, of niet bij kennissen of kinderen zijn, die ze in hun vereenzaamde leven vaak ook niet hebben, maar dat er iets 'loos' is. Dus kan er alarm worden geslagen en dat al in een vroeg stadium!
En nee, nee, ik ben ook niet altijd blij met het 'groepje', zoals wij ze noemen. Ze staan vaak heel erg storend in de weg als jij, die de zalige staat van het gepensioneerd zijn nog niet hebt bereikt moet voorbijgaan, en ze gaan vaak geen centimeter opzij als jij er, druk sjouwend, met een volle kar met vracht er al weer voor bij komt. En als ze dan nog eens gaan rommelen in de zogenaamde 'actiebakken' en er een koelerazooi achterlaten, dat maakt me ook niet blij, natuurlijk.
Maar, ja ik ben nu op de leeftijd dat je wat gaat denken aan later, als je (ik hoop ooit) zelf die leeftijd zal bereiken, en hoe blij je dan zou je zijn als er een nog vitale medewerker van een De Keten, eens lekker naar jouw verhaal over jouw ingegroeide teennagel gaat luisteren?
(grappig genoeg opende Dirk zestig jaar later weer een winkel in Mokum, vlak bij de onze. Of de mensen van Dirk zo sociaal zijn als wij?)
De eerste zelfbedieningswinkels waren er al in de Eerste Wereldoorlog, bijna honderd jaar geleden alweer. Daar zit dan wel een logica in. Veel van de mannelijke bedienden waren toen naar het front getogen en veel vrouwen werkten in die tijd de oorlogsindustrie of als verpleegster aan en achter het front. (Vanaf die jaren ging het ook hard met de vrouwen emancipatie en de gelijke beloning van vrouwen, maar dit terzijde.) Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam het fenomeen 'Supermarkt' in zwang. In 1948 werd er een eerste zelfbediening opgericht in Nijmegen, of all places. De broers Van Woerkom waren waarschijnlijk wel eens de grens overgestoken naar het buurland en hadden op een of andere Amerikaanse legerplaats waarschijnlijk zo'n prachtige PX store gezien en warren zo aan hun inspiratie gekomen, denk ik. Dirk van den Broek vestigde de eerste echte super in '53 al in Amsterdam en in 1955 volgde de DEKA in IJmuiden, plaats die een jaar of dertien later ook de zetel zou worden van het concern waar ik bij in dienst ben. Nee, AH, Appie, de blauwe mannen, waren niet de eersten hoor, zij volgden pas in '55 met hun eerste super in 010, geloof het of niet voor een Zaanse onderneming.Goed, tot zover dit stukje geleerdheid. Goed onthouden, want ik ga je morgen overhoren.
In elk geval, supers zijn nu niet meer weg te denken uit het stads-/dorpsbeeld. Ik weet en begrijp ook wel wat de bezwaren zijn tegen die grote shops: ze jagen de kleine en echte vakmensen weg en ze stoten het brood uit de mond van de kleinere winkeliers. Maar, dat verhaal is maar ten dele waar. In mijn woonplaats Amstelveen is er een heel actieve en vrij grote AH in het hart van de stad, maar er zijn ook een hele goed draaiende slagerij, visboer, bakkerij en een traiteur. We hebben twee sushizaken en een goed lopende horeca wand. Nee, die groenteman op het plein is weg. Maar dat was eigen schuld, dikke bult. Aanvankelijk verkocht hij ook gewoon de dingen die een groenteboer hoort te verkopen: groente en fruit en zuurkool, seizoen dingen en aardappelen en zo, maar deze winkel ging zich toen specialiseren in buitenissigheden. Allerlei fruit en vruchten uit de meest vreemde landen en heel specialistisch allemaal. Mispels voor vijf euro het stuk, vruchtensalades die heerlijk leken en misschien ook wel waren, maar die dan wel drie euro per 100 gram kostten. Ze verkochte biologische boerenkool, met de wormgaten er nog in voor vier euro per stronk en zuurkool uit het vat, die twee en een halve euro het ons kostte. En ja, dan prijs je jezelf uit de markt, natuurlijk.
Maar, zoals gezegd is een super niet alleen maar (of meer) een plek om je mandje of je kar vol te tiefen met zooi, maar ook een plek om de mensen uit je buurt te ontmoeten. Helaas moet ik daar bij zeggen dat dat niet zozeer opgaat voor de AH toko's. Kijk en vergelijk zelf maar eens. Bij de blauwen heb je wel een koffie automaat, maar die staat op een van de drukste hoeken van de winkel, zodat je al gauw in de weg staat met je kopje koffie en er is duidelijk niet gekozen voor een bankje of een paar stoelen of zo. Staande koffiedrinken is niet gezellig, heerlijk Nederlands woord dat en de bezoekers van de Appie lopen dus met die bekertjes door de toko. Klanten kennende gooien ze dat soms nog halve lege bekertje tussen de spullen in de rekken. Ik shop natuurlijk (en een beetje helaas) bij die concullega (er is niks anders in de buurt, nog) en dan zie ik dat het personeel ook niet echt geneigd is om een praatje/babbeltje te maken met de klanten. (Overigens bij de DEKA die ik wel eens bezoek, in verband met het oppassen op de kleinkinderen, is men ook niet echt spraakzaam, trouwens.)
Niet zo in onze winkel. Het is niet zo dat we de hele dag staan te ouwehoeren met onze klanten, maar zoals ik al schreef, we hebben wel veel aandacht voor hen, de mensen die ons salaris betalen. Dat kan gaan van een 'mogge mijnheer, mevrouw', of 'alles kits?' tot een 'tijd niet gezien man, ben je net weer vrij?' (hoewel dat laatste natuurlijk alleen tegen klanten is die je heel goed kent. Het overkwam me dat een van die klanten inderdaad tegen me zei; 'Ja man, net drie maanden opgeknapt voor een dingetje op de Zeedijk, hoe wist je dat trouwens?')
Maar, ik heb het gevoel, nee ik weet bijna zeker, dat onze klanten graag in de winkel komen voor een praatje met ons, het personeel. Van hoog tot laag, overigens hoor, want FM en sectorchefs, die vaak en veel op de vloer aanwezig zijn, zie ik ook vaak in contact met het 'publiek', om het maar zo te zeggen.
Onze vaste staf bestaat uit een gemengde groep werknemers. Er is de jeugd tot, zeg 25, de middengroep, de grootste groep, tot 45, ongeveer en de groep met 'ouwe lu....', vanaf 45 tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Onze klanten bestrijken natuurlijk diezelfde leeftijdsgroepen en, in de laatste leeftijdsgroep, daar flink overheen. Die laatste groep is natuurlijk de rustigste. Ze hebben hun leven geleid en gewerkt en hebben nu de tijd om het wat rustiger aan te doen. Maar. die mensen zijn vaak ook alleenstaand geworden. De meeste 65+ ers, zijn vaak weduwe of weduwnaar, gescheiden soms, hebben vaker kwaaltjes dan de jongere mensen. En, omdat ze dus vaak alleenstaand zijn, hebben ze thuis geen uitlaatklep voor de verhalen over die kwalen en dingetjes zo. Dan is de super een aangewezen plek om de verhalen eens kwijt te raken. Oh nee, de mensen gaan niet bewust winkelen met het idee dat ze het verhaal over de steunkousen, of de maagoperatie of de overleden kat kwijt willen, maar als je, als personeelslid, gewoon eens aan hun vraagt hoe het gaat, dan hoor je die verhalen. Vaak kun je er geen moer aan doen, natuurlijk, maar, luisteren is altijd oké. (Moet je dat doen? Nee, niemand dwingt je, maar ja, je mens zijn, in mijn geval dan, zegt dat je het moet doen, simpel.) Nu zal het de jongste generatie geen moer interesseren dat de liesbreuk van Ome Piet zo een bloederig drama is geworden of dat de verzakking van Tante Sjaan nog steeds lekt of dat de kater van Nicht Trees weer krols is. Nee, dat begrijpt iedereen. Niet dat ik er heel erg mee inzit, maar ik weet dat Ome Piet en Tante Sjaan en Nicht Trees daar wel mee inzitten. Dus luister ik. Ondertussen doe ik wel zoveel mogelijk mijn werk, maar dat zeg ik dan wel tegen de ooms en tantes en de neven en de nichten. (nee, da's niet dubbel bedoeld, echt niet.)
Maar, omdat een winkel ook een soort van openbare gelegenheid is waar je zomaar naar binnen kunt stappen, een gratis bakje koffie kunt pakken en, in ons geval, vaak een gratis stuk fruit, zoals bananen, mandarijnen of tomaatjes, kunt scoren en, later in de week, tegen het weekend, allerlei proeverijen van bakker, kaas- en kip en vleesafdeling kunt snaaien, komen mensen dus ook naar de winkel.
We hebben een vast groepje senioren dat zich elke morgen tussen negen en half tien verzameld bij de 'koffiehoek'. (Daar waar de gratis koffie uit de automaat komt en er zelfs een soort 'zitje' is ingericht.) Dat groepje is altijd in bijna altijd dezelfde samenstelling, elke dag in de winkel te vinden. Altijd om dezelfde tijd. Dat gaat al een beetje zo sinds de verbouwing. Aanvankelijk druppelden ze een voor een binnen, namen een bekertje koffie en gingen dan weer, maar ondertussen is het een vaste afspraak en soms komen ze ook gegroepeerd binnen. Het zijn een stuk of vijf mannen en een of twee vrouwen, allemaal de pensioengerechtigde leeftijd al lang gepasseerd. Elke dag wordt er gepraat en koffie gelebberd. Waar de gesprekken over gaan? Ik heb geen idee, ik passeer de groep af en toe met mijn karren of zo en vang nooit echte flarden van de gesprekken op. (Je kent het wel: druk, druk, druk, places to go and people to see) Enfin, ze doen koffie drinken, ze doen praten en, vermoedelijk, roddelen en ze doen de winkel weer verlaten na een half uur of zo, zonder iets te kopen of, op zijn allerbest, een of twee dingetjes, zoals een halfje brood of een pizza, of zo. Nee, ze betalen onze salarissen niet of zo, op zo'n manier.
Er zal ongetwijfeld op een hoofdkantoor een directielid huizen dat een dergelijk gebruik van de koffieautomaat wil verbieden en er strenge regels voor wil opstellen. Nee, dat weet ik niet, hoor, maar ja, directieleden in hoge en dus vaak ivoren torens, hebben heel andere ideeën dan de mensen op de werkvloer. Moet je dus die mensen, nee niet de directieleden, verbieden om samen te scholen in een 'openbare gelegenheid met winstoogmerk', zoals wij zijn? Weet je, veel van die mensen zijn niet alleen alleenstaand, maar hebben vaak ook een mager inkomen. Naar buurthuizen gaan, waar ze andere 'lotgenoten' of beter gezegd, leeftijdsgenoten ontmoeten, kost geld. Je moet vaak lid zijn of worden of contributie betalen voor het lidmaatschap voor zo'n tehuis, zeker in deze tijd van snoeien en bezuinigen en dan moet je vaak ook nog, de mensen zijn niet altijd meer goed ter been en hebben geen van allen een auto of karretje, ook nog eens OV kosten maken. Daarbij is het sociale aspect nog een stap verder. En ik geloof dat zoiets een (on)afgesproken verhaal is bij de groep. Hoe vaak lees je niet dat er ouderen en alleenstaanden, soms al weken dood in hun woning liggen. (Vaak door een gebroken heup, waarbij ze door een sneller alarm vaak ontdekt zouden zijn geworden.) Misschien bewust of onbewust, komen die mensen dus hier samen om elkaar te zien. Mocht er eentje op het appel ontbreken dan weten ze door de gesprekken die ze hebben gevoerd, dat hij/zij niet met vakantie is, waar ze overigens vaak geen geld voor hebben, of niet bij kennissen of kinderen zijn, die ze in hun vereenzaamde leven vaak ook niet hebben, maar dat er iets 'loos' is. Dus kan er alarm worden geslagen en dat al in een vroeg stadium!
En nee, nee, ik ben ook niet altijd blij met het 'groepje', zoals wij ze noemen. Ze staan vaak heel erg storend in de weg als jij, die de zalige staat van het gepensioneerd zijn nog niet hebt bereikt moet voorbijgaan, en ze gaan vaak geen centimeter opzij als jij er, druk sjouwend, met een volle kar met vracht er al weer voor bij komt. En als ze dan nog eens gaan rommelen in de zogenaamde 'actiebakken' en er een koelerazooi achterlaten, dat maakt me ook niet blij, natuurlijk.
Maar, ja ik ben nu op de leeftijd dat je wat gaat denken aan later, als je (ik hoop ooit) zelf die leeftijd zal bereiken, en hoe blij je dan zou je zijn als er een nog vitale medewerker van een De Keten, eens lekker naar jouw verhaal over jouw ingegroeide teennagel gaat luisteren?
(grappig genoeg opende Dirk zestig jaar later weer een winkel in Mokum, vlak bij de onze. Of de mensen van Dirk zo sociaal zijn als wij?)
zondag 3 november 2013
Een sociaal aspect van de Super in het hedendaagse bestaan.
Waarbij deze titel klinkt als een studie door een aantal geitenwollen sokken figuren, met van die baarden, je weet wel, met van die ongewassen gezichten en van dat lange krulhaar en van die spraak waar je, als gewoon, werkend mens, helemaal geen ene moer van begrijpt. Maar dat in dit geval helemaal niet zo is, hoor. Nee, ik beschreef al eens dat een Super, en vooral onze De Keten, veel meer is dan alleen maar een plaats waar mensen snel, snel hun boodschappen in een mandje of wagen gooien en vervolgens "ASAP" of "Kakken te kort", het pand weer verlaten. (De beide aangehaalde opmerkingen zal ik vertalen: ASAP is een NATO kreet: As Soon As Possible, zo snel mogelijk dus en Kakken te kort is een Marine uitdrukking die niets te maken heeft met een natuurlijke aandrang, maar waar het woord Kakken uit het Maleis komt, wat kakkies, voeten betekent. Dus ook hier: zo snel je voeten kunnen dragen.) Goed, na dit wederom opvoedkundig stukje, wilde ik het even hebben over dat sociale aspect van die super, want: beloofd is beloofd.
Ik moet dan wel even terug naar het begin van die supermarkten. Toen ik nog jong was, zei de oude man, vermoeid steunend op zijn stok, na zijn harde werkdag in zijn filiaal van De Keten, kwamen de winkeliers nog aan de deur. De bakkers, melkboeren, de groente- en fruitboeren en de kruidenier kwamen langs, ook de scharensliep, die toen nog bestond en zelfs geen Roma's waren, trouwens. (We hadden zelfs een vrouwelijke marktkramer, een toen al oude vrouw, leek het, terwijl ze net zestig was of zo, ene Wemeltje, ook wel Wemelie genoemd die, voor de deur op haar knieën ging en haar spullen, als kammetjes en haarspeldjes en jarretellen en zulks tentoon spreidde. Uit medelijden kochten de mensen dan vaak maar. Ze stierf, hoorde ik later, schat hemeltje rijk. Het was een slimme vrouw, overigens. Ze bezocht elke gemeente een keer in de zoveel tijd en de zondag voor haar bezoek aan de desbetreffende gemeente ging ze al in die parochie ter kerke, zodat de mensen door hadden dat ze zou komen!) De leveranciers belden of klopten aan en vroegen wat er moest worden geleverd. Ik herinner me nog de heerlijke geuren van vers en dus nog warm brood, nu ja, misschien andersom, die opstegen uit de bakkerswagen en ik weet nog dat de melkboer een grote ton achter in zijn kar had liggen, met een kijkglas, zodat hij per halve liter zijn melk kon aftappen en in flessen of ketels bij de huisvrouw kon brengen. (Van huismannen was natuurlijk nog geen sprake, dat begrijpen jullie wel.) Maar ook de winkelier, of kruidenier, die namen liepen wel eens door elkaar heen, kwam aan de deur. In het dorp waar ik opgroeide was dat ene mijnheer Machiel. Ik was vriendjes met zijn zoon en kende het gezin vrij goed. Mijnheer Machiel dreef een winkel onder zijn eigen naam. Het was ver voor de tijd van de grote inkooporganisaties en in onze provincie bestond toen nog niet eens een Appie of andere super. Twee maal in de week kwam mijnheer Machiel lang. Hij had al een autootje, een bestelwagentje, ik geloof een Blitzje of zo, als een van de weinigen in het dorp. Mijn vader had een wagen, een Opel Cortina, geloof ik, (met zo'n vreemd inspringende achterruit), de dokter had er ook een natuurlijk en nog wel een paar andere dorpelingen waren in het bezit van een gemotoriseerd voertuig.
Maar goed, de winkelier kwam twee maal in de week, ik meen op maandag en donderdag, de dag dat de boodschappen van het weekend op zijn, maandag, en dat er weer ingekocht moest worden voor het weekend, op donderdag. Hij had van die boekjes bij zich met een hard kartonnen kaft. Voor elke klant was dat er een. Daar waren voorgedrukte boodschappenlijstje in afgedrukt, twee bladen voor elke week, met de weeknummers boven aan de pagina. Het was een fraai ritueel. Ik zag het wel eens gebeuren als ik in de vakanties thuis was en het weer te slecht was om buiten te spelen of te voetballen of zo.
Mijnheer Machiel kwam binnen, ma schoof de makkelijke stoel van mijn pa bij en mijnheer Machiel pakte zijn boekje. Er was nog niet zoveel in die tijd. Je had twee soorten koffie, geloof ik, DE en Niemeijer. Je had melk, yoghurt en vla, je had jonge en belegen kaas en twee soorten thee, Pickwick of ook weer, Niemeijer of zoiets. In ieder geval had de winkelier 24 tegels om zijn keuzes voor te leggen, want dat deed hij. Ik herinner me dat nog: 'Geen vla deze week, vrouw Graver? Geen vermicelli? Oh ja, vorige week had U geen margarine besteld. Hebt U dat nog?' En ma wikte en woog en bekeek af en toe wat ze had. Waren er nu buitenissigheden die ze wilde bestellen, zoals kruidnagel of nootmuskaat, dan had de winkelier op de achterkant van het bestelblad de mogelijkheid om die apart op te schrijven, waarbij hij wel vertelde dat dat apart besteld moest worden en dus dan nog wel even kon duren. Na een (vaak afgeslagen) kopje koffie, verdween hij weer in zijn pruttelende voertuigje en ging naar zijn volgende klant, mijn moeder tevreden achterlatend, want zij hoefde nu dus de lange wandeling naar de winkel te maken. Die winkel lag, overigens slechts, ik heb het, jaren later, ik was toen al jaren volwassen en voor de tweede maal getrouwd en ooit eens op de fiets verzeild geraakt in het dorp, nagemeten. De afstand was 800 meter. Iets wat zelfs in onze tijd heel weinig is. Zelf woon ik op 400 meter van een Super, maar de gemiddelde afstand is 1,6 kilometer, zegt de statistiek.
Mijnheer Machiel dreef zijn eigen winkel, samen met zijn echtgenote. Nogmaals, er waren geen supers, althans niet in onze regio, en hij had een hele nette winkel. Je kunt het soort winkels bekijken op de Zaanse Schans. Een toonbank met daarachter grote kisten met koffie en thee en langs de wanden planken met daar op zakken en pakken met erwten en bonen en potten en blikken groente of soep. In een hoek stonden een paar kratten met flesjes bier, slechts drie merken, hoor: Amstel, Grolsch en Heineken en dan nog van een voorraad waar je geen feestje mee kon vieren. Het woord van die jaren was zuinigheid en karigheid.
Maar mijnheer Machiel was natuurlijk niet de enige winkelier die 'het woord' naar zijn klant bracht. Ook zijn optreden had al wat van een 'sociaal ingestelde' man.
==later meer==
Ik moet dan wel even terug naar het begin van die supermarkten. Toen ik nog jong was, zei de oude man, vermoeid steunend op zijn stok, na zijn harde werkdag in zijn filiaal van De Keten, kwamen de winkeliers nog aan de deur. De bakkers, melkboeren, de groente- en fruitboeren en de kruidenier kwamen langs, ook de scharensliep, die toen nog bestond en zelfs geen Roma's waren, trouwens. (We hadden zelfs een vrouwelijke marktkramer, een toen al oude vrouw, leek het, terwijl ze net zestig was of zo, ene Wemeltje, ook wel Wemelie genoemd die, voor de deur op haar knieën ging en haar spullen, als kammetjes en haarspeldjes en jarretellen en zulks tentoon spreidde. Uit medelijden kochten de mensen dan vaak maar. Ze stierf, hoorde ik later, schat hemeltje rijk. Het was een slimme vrouw, overigens. Ze bezocht elke gemeente een keer in de zoveel tijd en de zondag voor haar bezoek aan de desbetreffende gemeente ging ze al in die parochie ter kerke, zodat de mensen door hadden dat ze zou komen!) De leveranciers belden of klopten aan en vroegen wat er moest worden geleverd. Ik herinner me nog de heerlijke geuren van vers en dus nog warm brood, nu ja, misschien andersom, die opstegen uit de bakkerswagen en ik weet nog dat de melkboer een grote ton achter in zijn kar had liggen, met een kijkglas, zodat hij per halve liter zijn melk kon aftappen en in flessen of ketels bij de huisvrouw kon brengen. (Van huismannen was natuurlijk nog geen sprake, dat begrijpen jullie wel.) Maar ook de winkelier, of kruidenier, die namen liepen wel eens door elkaar heen, kwam aan de deur. In het dorp waar ik opgroeide was dat ene mijnheer Machiel. Ik was vriendjes met zijn zoon en kende het gezin vrij goed. Mijnheer Machiel dreef een winkel onder zijn eigen naam. Het was ver voor de tijd van de grote inkooporganisaties en in onze provincie bestond toen nog niet eens een Appie of andere super. Twee maal in de week kwam mijnheer Machiel lang. Hij had al een autootje, een bestelwagentje, ik geloof een Blitzje of zo, als een van de weinigen in het dorp. Mijn vader had een wagen, een Opel Cortina, geloof ik, (met zo'n vreemd inspringende achterruit), de dokter had er ook een natuurlijk en nog wel een paar andere dorpelingen waren in het bezit van een gemotoriseerd voertuig.
Maar goed, de winkelier kwam twee maal in de week, ik meen op maandag en donderdag, de dag dat de boodschappen van het weekend op zijn, maandag, en dat er weer ingekocht moest worden voor het weekend, op donderdag. Hij had van die boekjes bij zich met een hard kartonnen kaft. Voor elke klant was dat er een. Daar waren voorgedrukte boodschappenlijstje in afgedrukt, twee bladen voor elke week, met de weeknummers boven aan de pagina. Het was een fraai ritueel. Ik zag het wel eens gebeuren als ik in de vakanties thuis was en het weer te slecht was om buiten te spelen of te voetballen of zo.
Mijnheer Machiel kwam binnen, ma schoof de makkelijke stoel van mijn pa bij en mijnheer Machiel pakte zijn boekje. Er was nog niet zoveel in die tijd. Je had twee soorten koffie, geloof ik, DE en Niemeijer. Je had melk, yoghurt en vla, je had jonge en belegen kaas en twee soorten thee, Pickwick of ook weer, Niemeijer of zoiets. In ieder geval had de winkelier 24 tegels om zijn keuzes voor te leggen, want dat deed hij. Ik herinner me dat nog: 'Geen vla deze week, vrouw Graver? Geen vermicelli? Oh ja, vorige week had U geen margarine besteld. Hebt U dat nog?' En ma wikte en woog en bekeek af en toe wat ze had. Waren er nu buitenissigheden die ze wilde bestellen, zoals kruidnagel of nootmuskaat, dan had de winkelier op de achterkant van het bestelblad de mogelijkheid om die apart op te schrijven, waarbij hij wel vertelde dat dat apart besteld moest worden en dus dan nog wel even kon duren. Na een (vaak afgeslagen) kopje koffie, verdween hij weer in zijn pruttelende voertuigje en ging naar zijn volgende klant, mijn moeder tevreden achterlatend, want zij hoefde nu dus de lange wandeling naar de winkel te maken. Die winkel lag, overigens slechts, ik heb het, jaren later, ik was toen al jaren volwassen en voor de tweede maal getrouwd en ooit eens op de fiets verzeild geraakt in het dorp, nagemeten. De afstand was 800 meter. Iets wat zelfs in onze tijd heel weinig is. Zelf woon ik op 400 meter van een Super, maar de gemiddelde afstand is 1,6 kilometer, zegt de statistiek.
Mijnheer Machiel dreef zijn eigen winkel, samen met zijn echtgenote. Nogmaals, er waren geen supers, althans niet in onze regio, en hij had een hele nette winkel. Je kunt het soort winkels bekijken op de Zaanse Schans. Een toonbank met daarachter grote kisten met koffie en thee en langs de wanden planken met daar op zakken en pakken met erwten en bonen en potten en blikken groente of soep. In een hoek stonden een paar kratten met flesjes bier, slechts drie merken, hoor: Amstel, Grolsch en Heineken en dan nog van een voorraad waar je geen feestje mee kon vieren. Het woord van die jaren was zuinigheid en karigheid.
Maar mijnheer Machiel was natuurlijk niet de enige winkelier die 'het woord' naar zijn klant bracht. Ook zijn optreden had al wat van een 'sociaal ingestelde' man.
==later meer==
vrijdag 1 november 2013
Fietsen in de Super dus, deel drie en laatste.
Man, oh man, wat krijg ik een hoop gedoe aan mijn kop over die vorige twee delen van dit Blog. Nee, niet van jullie, beste lezers en lieve lezeressen, maar der is een man bij die het helemaal zat is dat ik langzaam mijn doel benader. Terwijl de man zelf getrouwd is ook nog en hij dus zou moeten weten dat er zoiets als voorspel is. Nu ja, dit laatste is een geintje tussen ons beiden. Maar nee, ik ben inderdaad nog niet aan het 'Fietsen IN de Super' toe gekomen. Oke, B, vriend van jaren: ik maak het kort: der stond een fiets in de super en nu niet meer. Snurk ze en snelle wacht en tot gauw met een Gulpener!
Zo, B. is gaan pitten en nu het verhaal. Na het gedoe met de fiets van de man met een absoluut andere politieke signatuur dan de mijne, werd het zowaar wat rustiger en gemakkelijker aan het fietsfront. Mensen beseften dat de fietsrekken er niet voor: Jan Doedel, Piet Sno, of Jan met de korte achternaam stonden en er was slechts af en toe een hele enkele die zich verstoutte om zijn fiets op onze 'heilige grond' neer te poten. Dat leerden we de bezitters van die rijwielen anders ook nog wel rap af. We gingen daar dan containers tegen aan zetten en verbonden die karren dan aan de fietsen met van die spanbanden, die er voor dienen zorgen dat de vracht niet van de rolcontainer afdondert. Vaak was het de eerste en enige waarschuwing die de mensen nodig hadden.
Maar enfin, een weekje of zo geleden moesten collega en amigo A. en ik toevallig allebei tegelijkertijd met de goederenlift naar beneden, waar ons beider opslagruimtes zijn. Voor A. was het een van de twee koelcellen waar hij heen moest en ik moest naar de "Noordkaap" natuurlijk, zoals ik mijn DV cel dan maar noem.
Bij de weg, over kou en diepvries gesproken, ik ben zelf meerdere keren op en bij dat hoogste puntje van Europa geweest. (De Noordkaap) Het is een saai beeld, overigens zowel vanaf zee als vanaf het land. Als je er langs vaart zie je geen ene moer omdat het altijd mistig/nevelig/regenachtig/donker is en als je er loopt dan: zie vorige opsomming. Ik was toentertijd bij het Korps geplaatst, zoals dat heet en moest met hen de 'Wintertraining' ondergaan. Daar leerde je ook skiën, nu ja, Langlaufen, zeg maar. Op van die grote en stijve planken en dan ook nog met veertig kilo op je bult, eh, je rug. Aan het einde van de opleiding moest je je mannelijkheid bewijzen door in een wak te skiën. Nee, niet wat te skiën, maar in een wak. Zo'n gat in het ijs, dat hier dan een centimeter of twintig dik was, het ijs dan. Je kreeg dan een zooitje ouwe kleding aan, werd geacht een toertje over een circuit te maken, een "Leupe", (ik spel het fonetisch), werd dat genoemd en kwam dan uiteindelijk op een meer uit. In dat meer was een gat van vijf bij vijf meter gehakt, dat je onmogelijk kon missen al wilde je het en wie wilde dat niet?
Met een aardige vaart verdween je dus onder het water dat misschien een of twee graden boven nul was. Er lagen mannen in het water met van die warme duikpakken aan en die hadden het heel comfortabel. Ze rookten nog net geen sigaretje met een bakkie of zo erbij, maar het scheelde niet veel. Man, man, wat was dat koud. Na afloop kreeg je een borrel, van het water waar je net in had gelegen, grappig, hoor, Korps Mariniers!
Maar goed, "been there, did the thing, got the T-shirt", zoals we dat noemden. Mijn vingers jeuken nu natuurlijk om een beschrijving te geven van steden als Tromso, Hammerfest en Narvik, de grotere steden van Noorwegen, maar nee, dat ga ik niet doen natuurlijk, daar gaat dit Blog niet over. Die steden stellen overigens niet zo veel voor, hoor. Je kunt ze qua grootte een beetje vergelijken met, laten we zeggen: Assen, Emmen, Zwolle of met Purmerend. Met dien verschille (jongens, jongens, zelfs mijn spellingscontrole kent dit mooie oude woord niet) dat Purmerend dan wel een kleinere haven heeft dan die Noorse steden die ik noemde, maar dat het verder wel veel stukken levendiger en een beter geoutilleerde stad is. Ik spreek even over Narvik, maar vul de andere Noorse steden gewoon maar in.In Narvik is er een winkelstraat, hun 'Kalverstraat', zeg maar die ongeveer honderd meter lang. Er zijn, ik noem even uit het geheugen, een stuk of drie modewinkels, een soortement van Appie, twee (overigens hele gezellige en goede) koffiezaken annex kroegen waar een biertje ongeveer zeven euro kost, een soort konditorei, zoals ze die in Duitsland hebben en twee drankzaken. In die laatstgenoemde zaken moet je je bestelling eerst schriftelijk doorgeven aan een man of vrouw achter een luik, waarna je een betaalbon krijgt. Als je hebt betaald, dan krijg je je fles mee. Wodka is het goedkoopste product in dit land. 750 ml kost slechts zeventig euro. Dus hebben de Noren bijna allemaal een eigen stokerij en die zorgt voor de zogenaamde Moonshine, de illegale drank. Die stoken ze door de week en beginnen ze op te drinken op vrijdag. Vanaf vrijdag rond 2200 - zaterdag 2300 is Noorwegen gewoon bezopen. Die Moonshine heeft 45% alcohol en wordt (heel soms) verdunt met een blikje cola. (of bier)
"Wat interesseren die Noren ons nou man? Dat gefiets in de Super en rap of ik ga snurken."
Ok, oké. Goed, je hebt gelijk. Nee, we verkopen geen fietsen in de toko. Maar, collegae en vriend A. en ik hadden dus een trip gemaakt naar het magazijn, nog wat karren opgehaald, en terug gekeerd op onze begane grond niveau, gaat de deur van de lift nauwelijks open. Ze zit helemaal klem. Met veel moeite lukt het ons om een van de liftdeuren in elk geval een beetje op een kier te krijgen om te zien wat er voor een blokkade is. Dat is dus een fiets. Een damesfiets met toeters en bellen en ook nog eens met tassen aan het stuur, en tassen aan de bagage drager, die de beide deuren blokkeert. 'WTF is dit?' doen we tegen elkaar. Maar ze staat er gewoon, tegen de liftdeuren aan. Een fiets IN de super zonder beheerder of eigenaresse. Tegen de deuren van de lift. Met heel veel moeite komen we uit de lift en vragen ons af wat er nu zou zijn gebeurd als er brand was geweest of een andere calamiteit? Je gaat met je voertuig toch ook geen nooduitgangen blokkeren of zo? Maar we waren ondertussen allebei behoorlijk pissed off natuurlijk. A. opperde het idee om de fiets maar weer eens op een container te zetten, maar ik stelde voor om het voorwerp in de lift te plaatsen. Daar zou de M/V eigenaar/eigenaresse van de fiets die nooit zoeken, natuurlijk. Zo gezegd, zo gedaan. Met de nodige moeite kregen we de fiets in de lift en stuurden die naar beneden. we moesten daarvoor eerst onze spullen benden uitladen, de fiets in het hijsapparaat zetten en dan weer onze zooi naar boven halen. Nauwelijks de moeite waard, zou je achteraf zeggen en misschien was het ook wel heel kinderachtig en zo, maar we waren allebei nogal 'over de zeik'.
A. en ik hadden niet zoveel tijd om af te wachten als die maal met het raadslid, maar 'we hovered' zoals dat dan weer heet en ja, hoor, een minuut later kwam er een soort mevrouw aan rennen die helemaal opgefokt haar fiets zocht. De 'dame' in kwestie was slank, tot op het magere af en, met haar vele tatoeages, en haar opgefokte praten, en haar dikke accent, leek het eerder een junk uit een Oost-Europees land dan een bona fide lid van een winkelketen met AH Bonuskaart of een KUS kaart klant. KUS? Dat staat voor: 'Keten, Uw Super'.
Volledig in paniek vroeg ze waar of we haar fiets hadden gezien? We hielden ons van de domme, wat voor ons beiden geen inspanning is, trouwens, ja, ik maak het geintje wel af. 'Fiets? Welke fiets?', vroegen we. Nou, een zo en zo fiets met allemaal tassen er op en er aan. "Waar had U die dan neergezet? In het fietsenrek natuurlijk, toch?', deden we hypocriet. Nee, nee, ze had hem even in de hal gezet tegen die grijze deuren, want ze moest maar een paar boodschapjes doen en ja, ze had allemaal belangrijke papieren in haar tassen zitten en nu was ze haar fiets kwijt en nu werd ze het land misschien uitgezet en nu..
We kalmeerden haar. 'Mevrouw, ten eerste: zet nooit Uw fiets meer IN de Super. Dat is gevaarlijk voor ons en het blokkeert ons in ons werk. Ten tweede: wij hebben Uw fiets even in bewaring gezet. We zagen de tassen met papieren en dachten ook al dat het heel belangrijk was. Dus, hebben we de fiets in bewaring gesteld.' Het leek alsof ze ons wilde zoenen, in ieder geval wilde 'huggen', maar gelukkig, dat bleef ons bespaard. Mevrouw ging zielsgelukkig de deur uit met de fiets en de hele belangrijke papieren. Op weg naar een langer verblijf in on land.
Zonder te willen hebben we toch even een blik kunnen werpen in de tassen aan haar stuur. Echt zonder het te willen, maar misschien zat er een portefeuille of portemonnee in die tassen. Die zouden we dan hebben ingeleverd bij de service balie, want de beschuldiging van een dief te zijn, komt heel vaak voor. De belangrijke papieren van mevrouw bleken te bestaan uit oude afleveringen van 'Het Stadsblad', de 'Echo' en 'Het Stadsnieuws.'
Wat een verhaal weer. Nu eerst een Gulpener of een Budels.
Zo, B. is gaan pitten en nu het verhaal. Na het gedoe met de fiets van de man met een absoluut andere politieke signatuur dan de mijne, werd het zowaar wat rustiger en gemakkelijker aan het fietsfront. Mensen beseften dat de fietsrekken er niet voor: Jan Doedel, Piet Sno, of Jan met de korte achternaam stonden en er was slechts af en toe een hele enkele die zich verstoutte om zijn fiets op onze 'heilige grond' neer te poten. Dat leerden we de bezitters van die rijwielen anders ook nog wel rap af. We gingen daar dan containers tegen aan zetten en verbonden die karren dan aan de fietsen met van die spanbanden, die er voor dienen zorgen dat de vracht niet van de rolcontainer afdondert. Vaak was het de eerste en enige waarschuwing die de mensen nodig hadden.
Maar enfin, een weekje of zo geleden moesten collega en amigo A. en ik toevallig allebei tegelijkertijd met de goederenlift naar beneden, waar ons beider opslagruimtes zijn. Voor A. was het een van de twee koelcellen waar hij heen moest en ik moest naar de "Noordkaap" natuurlijk, zoals ik mijn DV cel dan maar noem.
Bij de weg, over kou en diepvries gesproken, ik ben zelf meerdere keren op en bij dat hoogste puntje van Europa geweest. (De Noordkaap) Het is een saai beeld, overigens zowel vanaf zee als vanaf het land. Als je er langs vaart zie je geen ene moer omdat het altijd mistig/nevelig/regenachtig/donker is en als je er loopt dan: zie vorige opsomming. Ik was toentertijd bij het Korps geplaatst, zoals dat heet en moest met hen de 'Wintertraining' ondergaan. Daar leerde je ook skiën, nu ja, Langlaufen, zeg maar. Op van die grote en stijve planken en dan ook nog met veertig kilo op je bult, eh, je rug. Aan het einde van de opleiding moest je je mannelijkheid bewijzen door in een wak te skiën. Nee, niet wat te skiën, maar in een wak. Zo'n gat in het ijs, dat hier dan een centimeter of twintig dik was, het ijs dan. Je kreeg dan een zooitje ouwe kleding aan, werd geacht een toertje over een circuit te maken, een "Leupe", (ik spel het fonetisch), werd dat genoemd en kwam dan uiteindelijk op een meer uit. In dat meer was een gat van vijf bij vijf meter gehakt, dat je onmogelijk kon missen al wilde je het en wie wilde dat niet?
Met een aardige vaart verdween je dus onder het water dat misschien een of twee graden boven nul was. Er lagen mannen in het water met van die warme duikpakken aan en die hadden het heel comfortabel. Ze rookten nog net geen sigaretje met een bakkie of zo erbij, maar het scheelde niet veel. Man, man, wat was dat koud. Na afloop kreeg je een borrel, van het water waar je net in had gelegen, grappig, hoor, Korps Mariniers!
Maar goed, "been there, did the thing, got the T-shirt", zoals we dat noemden. Mijn vingers jeuken nu natuurlijk om een beschrijving te geven van steden als Tromso, Hammerfest en Narvik, de grotere steden van Noorwegen, maar nee, dat ga ik niet doen natuurlijk, daar gaat dit Blog niet over. Die steden stellen overigens niet zo veel voor, hoor. Je kunt ze qua grootte een beetje vergelijken met, laten we zeggen: Assen, Emmen, Zwolle of met Purmerend. Met dien verschille (jongens, jongens, zelfs mijn spellingscontrole kent dit mooie oude woord niet) dat Purmerend dan wel een kleinere haven heeft dan die Noorse steden die ik noemde, maar dat het verder wel veel stukken levendiger en een beter geoutilleerde stad is. Ik spreek even over Narvik, maar vul de andere Noorse steden gewoon maar in.In Narvik is er een winkelstraat, hun 'Kalverstraat', zeg maar die ongeveer honderd meter lang. Er zijn, ik noem even uit het geheugen, een stuk of drie modewinkels, een soortement van Appie, twee (overigens hele gezellige en goede) koffiezaken annex kroegen waar een biertje ongeveer zeven euro kost, een soort konditorei, zoals ze die in Duitsland hebben en twee drankzaken. In die laatstgenoemde zaken moet je je bestelling eerst schriftelijk doorgeven aan een man of vrouw achter een luik, waarna je een betaalbon krijgt. Als je hebt betaald, dan krijg je je fles mee. Wodka is het goedkoopste product in dit land. 750 ml kost slechts zeventig euro. Dus hebben de Noren bijna allemaal een eigen stokerij en die zorgt voor de zogenaamde Moonshine, de illegale drank. Die stoken ze door de week en beginnen ze op te drinken op vrijdag. Vanaf vrijdag rond 2200 - zaterdag 2300 is Noorwegen gewoon bezopen. Die Moonshine heeft 45% alcohol en wordt (heel soms) verdunt met een blikje cola. (of bier)
"Wat interesseren die Noren ons nou man? Dat gefiets in de Super en rap of ik ga snurken."
Ok, oké. Goed, je hebt gelijk. Nee, we verkopen geen fietsen in de toko. Maar, collegae en vriend A. en ik hadden dus een trip gemaakt naar het magazijn, nog wat karren opgehaald, en terug gekeerd op onze begane grond niveau, gaat de deur van de lift nauwelijks open. Ze zit helemaal klem. Met veel moeite lukt het ons om een van de liftdeuren in elk geval een beetje op een kier te krijgen om te zien wat er voor een blokkade is. Dat is dus een fiets. Een damesfiets met toeters en bellen en ook nog eens met tassen aan het stuur, en tassen aan de bagage drager, die de beide deuren blokkeert. 'WTF is dit?' doen we tegen elkaar. Maar ze staat er gewoon, tegen de liftdeuren aan. Een fiets IN de super zonder beheerder of eigenaresse. Tegen de deuren van de lift. Met heel veel moeite komen we uit de lift en vragen ons af wat er nu zou zijn gebeurd als er brand was geweest of een andere calamiteit? Je gaat met je voertuig toch ook geen nooduitgangen blokkeren of zo? Maar we waren ondertussen allebei behoorlijk pissed off natuurlijk. A. opperde het idee om de fiets maar weer eens op een container te zetten, maar ik stelde voor om het voorwerp in de lift te plaatsen. Daar zou de M/V eigenaar/eigenaresse van de fiets die nooit zoeken, natuurlijk. Zo gezegd, zo gedaan. Met de nodige moeite kregen we de fiets in de lift en stuurden die naar beneden. we moesten daarvoor eerst onze spullen benden uitladen, de fiets in het hijsapparaat zetten en dan weer onze zooi naar boven halen. Nauwelijks de moeite waard, zou je achteraf zeggen en misschien was het ook wel heel kinderachtig en zo, maar we waren allebei nogal 'over de zeik'.
A. en ik hadden niet zoveel tijd om af te wachten als die maal met het raadslid, maar 'we hovered' zoals dat dan weer heet en ja, hoor, een minuut later kwam er een soort mevrouw aan rennen die helemaal opgefokt haar fiets zocht. De 'dame' in kwestie was slank, tot op het magere af en, met haar vele tatoeages, en haar opgefokte praten, en haar dikke accent, leek het eerder een junk uit een Oost-Europees land dan een bona fide lid van een winkelketen met AH Bonuskaart of een KUS kaart klant. KUS? Dat staat voor: 'Keten, Uw Super'.
Volledig in paniek vroeg ze waar of we haar fiets hadden gezien? We hielden ons van de domme, wat voor ons beiden geen inspanning is, trouwens, ja, ik maak het geintje wel af. 'Fiets? Welke fiets?', vroegen we. Nou, een zo en zo fiets met allemaal tassen er op en er aan. "Waar had U die dan neergezet? In het fietsenrek natuurlijk, toch?', deden we hypocriet. Nee, nee, ze had hem even in de hal gezet tegen die grijze deuren, want ze moest maar een paar boodschapjes doen en ja, ze had allemaal belangrijke papieren in haar tassen zitten en nu was ze haar fiets kwijt en nu werd ze het land misschien uitgezet en nu..
We kalmeerden haar. 'Mevrouw, ten eerste: zet nooit Uw fiets meer IN de Super. Dat is gevaarlijk voor ons en het blokkeert ons in ons werk. Ten tweede: wij hebben Uw fiets even in bewaring gezet. We zagen de tassen met papieren en dachten ook al dat het heel belangrijk was. Dus, hebben we de fiets in bewaring gesteld.' Het leek alsof ze ons wilde zoenen, in ieder geval wilde 'huggen', maar gelukkig, dat bleef ons bespaard. Mevrouw ging zielsgelukkig de deur uit met de fiets en de hele belangrijke papieren. Op weg naar een langer verblijf in on land.
Zonder te willen hebben we toch even een blik kunnen werpen in de tassen aan haar stuur. Echt zonder het te willen, maar misschien zat er een portefeuille of portemonnee in die tassen. Die zouden we dan hebben ingeleverd bij de service balie, want de beschuldiging van een dief te zijn, komt heel vaak voor. De belangrijke papieren van mevrouw bleken te bestaan uit oude afleveringen van 'Het Stadsblad', de 'Echo' en 'Het Stadsnieuws.'
Wat een verhaal weer. Nu eerst een Gulpener of een Budels.
Abonneren op:
Posts (Atom)