Ik was druk, druk, druk, zoals we allemaal zijn op een werkdag! Het was rond elven, in de ochtend dan wel, maar ik had al een aardige werkdag achter de rug. Om kwart voor vijf op, een half uur later de deur uit, lekker op een groot mes op mijn Defy duwen tegen de wind in, dan een mooi stuk langs de donkere rivier rijden, die nauwelijks zichtbaar op dit uur van de dag, voort stroomde naar haar stad. Een stad die haar naam aan die stroom te danken heeft en haar dan maar, uit een soort schaamte of zo, heeft onder geplaveid, in ieder geval heeft weggestopt vanaf de Blauwbrug, tot bijna aan haar monding bij het CS. Dat doen zelfs de Belgen en de Rotterdammers beter, die laten hun rivier, de Schelde of de Rotte, gewoon door de stad stromen. Hoewel je in het geval van 010 je je wel kan afvragen of er in dat geval nog wel van een stad sprake is, natuurlijk.
Vanaf zes uur doe ik mijn dingen. Een van de dingen die voor die dag op de rol stonden, of ingepland waren, zoals je wilt, was het schoonmaken van het schoonmaakstation. Dat is een RVS stelling met drie verdiepingen waarop een enorme watertank de bovenste plank inneemt. Uit deze tank, die gevuld is met een schoonmaakmiddel en gevoed wordt door, ja, door wat eigenlijk? Ik heb geen idee, eigenlijk! Maar, onze schrobmachine en onze dweilwagens vullen we uit die tank. (Ik moet nu even nadenken of er wel werkelijk schoonmaak middel in de machine wordt gespuid?!) Goed, dat voor morgen. Daaronder zijn andere planken waar schoonmaakmiddelen en toebehoren op liggen, schrobbers voor de machine en zo en op het laagste niveau bevindt zich de afvoer, een gootsteen, zeg maar. Daaronder is de vloer, betegeld en vervuild! Ook de afvoer van het afvalwater van de schrobmachine, een buis die loost op het riool, is daar aangebracht. Dat spul is een dik jaar of zo geleden tijdens de verbouwing, aangebracht en nooit meer schoongemaakt. Dus! Dus, deed ik het schoonmaken, ontdekte hele nieuwe levensvormen en bestreed die krachtig met ontstopper, CIF, allerlei schoonmaakzooi en veel water, de oplossing voor alles. Na een uur intensief poetsen was de zaak netjes en blonk. Laat de firma Holzbauer of Holthouwer of zo maar komen, dacht ik. (Die firma is de keuringsdienst van waarde als het op netheid en reinheid van supers aankomt, zeg maar. Ze kunnen een toko meteen sluiten, mochten ze een dramatische hygiëne situatie aantreffen.)
Ik pufte uit en in, nee geen bevalling, maar even uitblazen met een sjekkie. FM1, die mijn inspanningen (nog niet) had gezien en aanvankelijk wat geïrriteerd was omdat de hele inhoud van het schoonmaak hok in zijn hele nette winkelingang stond, zag het nu en begreep en begon de buiten boel te doen. Hij hanteerde de bladblazer alsof ik hem zelf had opgeleid, maakte een netwerk van containers, (laat maar, te ingewikkeld) en begon in een looppas en met een grijns van oor tot oor en met ook nog een aanstekelijk enthousiasme, allerlei fietswrakken die al maanden, ja echt maanden, in het fietsenrek voor de winkel stonden, te verslepen. "Maar: pourqoui dan wel?" vroeg ik. Hij legde, nog enthousiaster dan even terug, uit dat die, nee, ik ben een net mens, ik durf zijn woorden die voornamelijk met een "F", een "P" en een "T" begonnen niet te herhalen, maar goed, de fietsen waren ongewenst, zeg maar, achtergelaten als een vondeling, als een gestrande, een soort Robin Crusoe. Hij werd bijna lyrisch! Nee, maar ze namen de stalling plaats in van mensen die wel wilden winkelen en hun fiets neer wilden zetten en dan misschien wel naar Oostpoort gingen, naar onze ander vestiging van De Keten! Ik grinnikte: 'daar komt toch geen weldenkend mens, man!' en ik raakte aangestoken door zijn enthousiasme en ging acht oude fiets wrakken op acht containers te laden en in te sealen, hetgeen niets met de Amerikaanse militairen te maken heeft, maar dat betekent dat je met een rol soepel plastic zaken vast zet.
Buitenwerk, heerlijk. Er passeren zoveel mensen en figuren, er is zoveel te zien, minder heuvels dan op het water dat wel, maar dat is een ander Blog, der lopen zoveel aparte mensen rond dat je eigenlijk geen tijd hebt om te werken in dat stukkie van de stad. Acht fietsen op acht containers, in gesealed en een nerveuze en vaak naar buiten lopende kassière die maar hoopte dat we haar roestbak niet zouden verwijderen.
Toen kwam de vracht en moest ik aan het werk. Ik was druk, druk, druk, zoals we allemaal zijn op een werkdag! En toen kwam zij in mijn leven. Zij vroeg of ik wist wat Lef was. (Ik geef toe, schandelijk, schandelijk en ik heb het NIET geschreven, maar ik hoorde even, dacht ik, meende ik te horen, geloofde ik, of ze aan me vroeg wat Beffe was. Dat zijn Belgische Francs, natuurlijk, maar die bestaan niet meer.) Nee, lef. Dat vroeg zij, die opeens in mijn leven kwam.
=Lef! Mijn eerste Alpencol die ik ooit op fietste moest ik in een gietende regenbui met tachtig in het uur afdalen, terwijl het water een riviertje vormde om mijn wielen, ik geen meter voor me uit kon zien en opeens een auto in moest halen, die nog slechter daalde dan ik en een tegenligger zag op een meter voor me, antwoordde ik=
Even een korte samenvatting van de voorafgaande stukken.
Er zijn mensen die de draad van het verhaal een beetje zijn kwijtgeraakt. Dat ligt aan mij, voornamelijk, ik schrijf en OH te veel. Na een scheiding huwde ik met E., die ook was gescheiden en twee kinderen uit dat huwelijk had. Hun biologische vader had nooit naar hen omgekeken en zou dat ook nooit doen, laat staan dat hij contact met hen opnam of gebruik ging maken van de genereuze bezoek regeling, die E. aan de rechter had voorgesteld tijdens de scheiding, omdat ze wilde dat hun pa zijn kinderen alsnog zou leren kennen. Niets van dat alles. Hij hoonde E. en rechter weg. De kinderen hebben hem in geen dikke dertig jaar gezien, sterker nog , hij heeft hen nooit geaccepteerd. Nooit een verjaardagskaart of een telefoontje, geen kerstgroet, niets! Ik heb ze als mijn kinderen beschouwd en ook zo opgevoed, dat natuurlijk met hun moeder, mijn E. Dat was niet altijd makkelijk, mensen die kinderen hebben, weten dat, wij hadden GTST, maar vooral GT, maar ze werden volwassenen met vooral positieve zaken. Van E. en van mij, ja, dat moet wel, hun "vader" deed der niks an.
Ik zat even te niksen, nu ja wat te lezen, geloof ik. De Tv stond op een zender die iets vaags gaf, E. deed, half kijkend, dingen met het opvouwen van wasgoed, (vrouwen hebben dat, maar vooral als ze hun ondergoed opvouwen ben ik weer helemaal wakker, maar ja, misschien ben ik een geperverteerde?), toen de telefoon ging. Gek genoeg hebben we nog een gewone telefoon zonder zo een 06 nummer, weet je wel. Nee, geen ding met draden of zo, we zijn modern zat, maar, nu ja, een telefoon op een standaard. Cordless! Ik zat in de buurt van het rinkelende ding, legde boek of blad weg en keek naar het "06" nummer. Zonder naamsvermelding, overigens, maar ook niet zo een vreselijke beller die anoniem wil blijven door "verborgen" te tonen op het schermpje. Het zou een collega kunnen zijn, of een vriend/vriendin/kennis of zo van een van onze gezinsleden. Ik keek haar, mijn gade, aan en die duidde dat ik maar op moest nemen. "Met Lucas". "Ja, hallo, Lucas met mij, met ..., is E. thuis?" "... wie?" "Oh ja. Je kent me misschien niet meert maar ik ben een tante van je kinderen en een vroeger schoonzus van E.!" Oh ja, rinkelde een vage bel. Ik heb haar ooit wel gekend, ze had geloof ik een aardige Joegoslavische man en drie leuke kinderen, we zijn er ooit eens op bezoek geweest wist ik nog, ze woonden toen in de "Kolenkit" buurt in West, voor dat dit een Kasba van Jodenhaat en criminaliteit werd. Zij was de enige van de ex schoonzussen waar E. nog wel eens contact mee had. Een telefoontje, een kerstkaart, verjaardagsgroet, maar dat was ook al weer verwaterd. "Oh ja, oh, oke, eh, ja, wil.." "ja, is ze thuis?" 'Ik geef haar!"
Dat deed ik, E. liep naar een plek waar ze geen Tv of zo hoorde om beter te kunnen praten en ik keek ondertussen even naar buienradar om te zien of ik de volgende ochtend, een maandag, wel op de fiets naar het werk zou kunnen. Het telefoongesprek duurde nogal lang. Een van die kinderen was,
zoals vaak gebeurd op een zondagavond, bij ons op bezoek. Zij, de oudste
dochter, eet dan bij ons, blijft een paar uurtjes hangen, een beetje kletsen, blaadjes lezen en wat
Tv kijken en gaat dan, later in de avond naar huis. Ze keek wat nieuwsgierig op toen ik de telefoon aan haar ma gaf en ik vertelde haar dat het ... was, die tante. 'Waarom belt die dan?' 'Geen idee, lieffie, maar je zult het zo horen.' Nogal iets later kwam E. ook uit haar telefoon hoekje. Een beetje geschrokken, zag ik. Ik keek de vrouw van meer dan dertig jaar trouwe dienst vragend aan: 'Wa's der dat die jou belde?'
Ze ging op de stoelleuning van onze dochter zitten, ze sloeg een arm om haar heen en zei: 'Je eigenlijke vader is dood. Een dag of wat al, trouwens, naar het schijnt, maar hij is pas vanavond gevonden door die en die, een oom van jullie.' Nee, er was geen rouwbeklag bij haar, de dochter, ze heeft hem amper gekend, hij heeft haar nooit willen kennen, maar ja, schrik is er wel.
De zoon was bij
zijn vriendin en de moeder van mijn kinderen belde hem om het bericht
mee te delen. Hij kwam ook niet in de rouw. Goh ja, het einde van een mens die nooit voor hen had bestaan. Hoeveel verdriet moet je in zo'n geval hebben?
De ochtend erop begonnen de telefoongesprekken. Een broer van haar ex belde. Streng vertelde die dat HAAR kinderen de enige erfgenamen waren en dat ze dus voor een goede begrafenis moesten zorgen. En dat de woning ontruimd moest worden en rap een beetje en zo. En een beetje begrafenis was al gauw 6000 euro en nee, hun vader had geen begrafenis polis of verzekering voor zuks. "Maar: mijn kinderen hebben geen geld, nu ja, nauwelijks geld", vertelde E. Het waren al dan niet werkende mensen, begrijp je, maar zonder al te veel reserves. En een bedrag van 6 euro ruggen hadden wij samen ook niet even snel.
Die middag kwam ik thuis uit mijn werk en hoorde het verhaal aan en zei alleen: 'Laten ze een notaris in de arm nemen! Doe dat. Het kost wat, maar wie weet wat het oplevert?'
Een uitspraak die uiteindelijk naar een erfenis zouden lijden! En ja, een (voorlopig) behoorlijke erfenis. Laat ik het zo zeggen: De Keten zou blij zijn met een maand omzet als dat bedrag.
Zo is de link naar De Super weer gemaakt.
Dit bericht is volkomen
geanonimiseerd, zoals dat zo fraai heet. Er worden initialen genoemd,
omdat het anders geen verhaal zal kunnen worden. Ik heb heel lang
geaarzeld om het verhaal te publiceren, maar doe het nu, op het moment
van publiceren nog, maar doe het, uiteindelijk, toch maar wel. (Hoewel?
Ik twijfel nog steeds) Het geeft iets weer van onze rare en bijzondere,
ja, haast bizarre zomer van 2014. Overigens:
over de dode in dit verhaal, niets dan goeds, hoewel er weinig dingen
zijn geweest die die overledene goed heeft gedaan! Er zijn overigens
slechts een paar mensen onder hen die dit lezen en die de namen van de
hoofdrolspelers kennen, maar die zullen die namen en die feiten niet
doorvertellen.
Dus ja, we probeerden het dan maar. We hadden gemerkt dat we bij elkaar pasten en ook nog eens in elkaar pasten, hoewel ik die opmerking niet echt heb gemaakt, natuurlijk, flauw, flauw, flauw. Na een jaartje van passen en meten, nee, niet zo raar denken, kwamen we er achter dat we dan misschien, ondanks ons voorbehoudend zijn, toch maar de grote stap wilden maken. Ik deed, formeel, een aanzoek aan haar pa, om de hand van zijn dochter. Mijn (helaas veel te vroeg overleden) schoonpapa was een geweldig mens met een heerlijk gevoel voor humor. Nee, ik ging niet op mijn knie of zo, maar ik besprak het geheel op een moment waarop E. het geheel, schoonmama en kids, tactvol de kamer, we waren bij de schoonouders in Den Haag op bezoek, had uitgeloodst. Stel je voor, we waren dertigers, dit waren de jaren '80, waarom zou je het zo doen? Maar: E. en ik wilden het gewoon formeel aanpakken. "Pa", ik ben hem heel zijn/ons leven zo blijven noemen, knikte. 'Ja, jongen, dat is goed. Maar je neemt de rest van haar der dan ook bij, hopelijk!' Dat deed ik met plezier en nog steeds en nee, niet zo vunzig denken. Maar ja, we zijn nog steeds man en vrouw en zo, met alles der op en der an, ok?
Hoe kwam dat dan zo allemaal. Nu ja, in de wilde jaren van ons leven, van onze generatie, ik heb het vermeld, waren er dingen die je toen gemakkelijker deed dan nu, zeg maar. Je ging toen sneller samen wonen dan dat er heden ten dage mensen zijn die een fles wijn kopen. (ik moet er een link naar De Super inleggen, dus hierbij!)
Misschien door de tijdgeest of misschien omdat er nog geen burgerservicenummers waren, of geen belasting hulp voor huurbijstand of zo, in ieder geval, ik ging in die jaren al vrij vlot met mijn (nu ex) samen wonen en dat deed E., de moeder van mijn kinderen ook, met haar toenmalige partner. Het vreemde van die jaren was dat je eigenlijk beter getrouwd kon zijn, belasting technisch gesproken (Ja, leuker kunnen we het niet maken) dus heel veel stelletjes deden dat dan ook maar. Zoals ik en mijn ex, zoals E. en haar ex. Uit mijn huwelijk werd een zoon geboren, die een fantastische man is geworden met een geweldige vrouw, hoewel ze nog "in zonde" leven en twee superbe kleinkinderen, die de oogappels van alle oma's, opa's, nu ja de hele familie zijn. E. kreeg met haar ex twee kinderen, van beide soorten een.
Na allebei een moeilijk en vervelende relatie, (van, ook toevallig, tien jaar) achter de rug te hebben, besloten E. en ik, zonder enige weet van elkaars bestaan, om te gaan scheiden. Ik weet nog dat er in die jaren heel veel kritiek was over het hoge percentage scheidingen dat heerste. 'Ja, zo getrouwd en zo weer van elkaar af, het is allemaal maar makkelijk en zo, ze werken er niet aan.' Geloof me, strenge critici en ouders en ouderen uit die tijd. Er is heel hard gewerkt, door ons, aan onze toenmalige en separate huwelijken. Maar: als de partner niet wil, of dwars gaat liggen, vreemd blijft gaan of totaal niet wil werken aan een huwelijk, ja, dan gaat het lampie uit. En niet omdat je eens een keer mot had, of omdat de een wel zin en de ander niet had of zo. Nee, ik weet dat mijn E. en ik, allebei hebben gevochten, nu ja, in elk geval, ons uiterste best hebben gedaan. Maar de rechtbank, zo ging dat toen nog, sprak de scheiding uit en de partners stonden vaak op straat. De Hij zonder huis of kinderen maar met een inkomen, de Zij vaak met huis en kinderen maar zonder inkomen.* (Hierover veel later meer. Mijn E. had ongeveer recht gehad op zeg: 25.000 ouwe pietermannen, maar dat is dat bizarre van deze serie verhalen.)
(Er werden bezoek regelingen getroffen. Het verhaal is niet helemaal synchroon in deze. E. was al gescheiden toen ik er nog mee bezig was. Ik kreeg bezoek recht over mijn zoon en ik woonde toen al met haar samen, maar dat is een gaatje in de tijd.)
E. had met de biologische vader van haar kinderen, J., ook een bezoek regeling afgesproken, via de rechterlijke macht, overigens. Zij wilde, voor de kinderen, dat hun vader, die tijdens hun huwelijk al geen tot helemaal total geen aandacht aan zijn kroost had besteed, een tweewekelijkse omgang. Maar: dat vond hij wel heel veel! En met de zuigeling, die de tweede toen nog was, had hij helemaal geen band.
Zo groeiden die twee dus op. In een gezin dat van hen hield en waar, na een paar jaren nog een jonger zusje geboren werd, maar zonder bezoekregeling van hun eigen biologische pa. Oh ja, hij heeft de oudste, de dochter, wel eens opgehaald voor een bezoek aan zijn ouders, maat dat was geen succes, volgens het kind. Ze werd, ze was toen negen of zo, zo vol mamma haat gepompt, dat ze er helemaal geen zin meer in had. Zo verliep het contact met hun biologische vader. (Ze hebben hem verder NOOIT meer gezien en ik spreek over dertig jaar) E. en ik ontmoetten elkaar, kregen wat en bleven hangen, aan elkaar. Ik stapte, met liefde, in dat gat. Haar kinderen werden mijn kinderen, zonder pardon. Met heel mijn liefde en heel mijn leven en met alle gaven die een mens al dan niet bezit om kinderen op te voeden. Samen met mijn E.. We deden wat we konden en wat we konden deden we. (Wat en lul zin zeg, maar ja, zoals gezegd: komkommertijd en Ajax speelt pas volgende week, dus lees het nog maar een paar keer door!) We kregen samen een dochter, nu een intelligente en mooie en prachtige jonge vrouw die door die drie helemaal geaccepteerd werd en grappig genoeg (nog) als jongste zusje gezien wordt.
Ik had een bezoek regeling voor mijn zoon, maar naarmate die puberde kwam hij vaak, wel of niet, en/of op eigen houtje, wat langer of korter, of niet of wel. De grap was, dat al die kids elkaar graag mochten en nog steeds mogen en veel met elkaar optrekken.
In ieder geval, we voedden de kinderen op zoals wij dachten dat het zou moeten en het is een stel geworden om trots op te zijn. (Soms, nu ja, vaak, nou oké, bijna altijd! Behalve toen ze puberden dan)
Dit bericht is volkomen geanonimiseerd, zoals dat zo fraai heet. Er worden initialen genoemd, omdat het anders geen verhaal zal kunnen worden. Ik heb heel lang geaarzeld om het verhaal te publiceren, maar doe het nu, op het moment van publiceren nog, maar doe het, uiteindelijk, toch maar wel. (Hoewel? Ik twijfel nog steeds) Het geeft iets weer van onze rare en bijzondere, ja, haast bizarre zomer van 2014.
Overigens: over de dode in dit verhaal, niets dan goeds, hoewel er weinig dingen zijn geweest die die overledene goed heeft gedaan! Er zijn overigens slechts een paar mensen onder hen die dit lezen en die de namen van de hoofdrolspelers kennen, maar die zullen die namen en die feiten niet doorvertellen.
De vader van mijn kinderen is overleden. Het bericht bereikte ons aan het einde van de meimaand, om precies te zijn op zondag 25 mei, om 2113 Alpha time.
Hij was waarschijnlijk de dag ervoor al gestorven en door een van zijn broers (dood) gevonden in zijn woning. Achter de doodsoorzaak zijn we nog niet, maar het vermoeden is dat er een acute maagbloeding aan ten grondslag lag. De vader van mijn kinderen? Dat zou ik moeten zijn en dat ben ik biologisch niet, maar ik ben wel hun vader en ik ben (nog wel, afkloppen dus) helemaal in leven. Maar ik ben het ook, maar dan anders, Althans, ik ben zoals gezegd, niet de biologische vader van die twee, van een totaal van vier, kinderen.
Ik moet dus terug in de tijd. En wel naar de jaren zeventig en tachtig. Mijn generatie, nu ja, elke generatie, zette zich af tegen de tijden van hun ouders. (Zoals die dat ook ooit deden, maar wat wij, arrogante kinderen nooit door hadden) Ik ga heel erg uitweidden en veel terug in de tijd. Nu ja, het is komkommertijd en het geeft me de gelegenheid om nog eens echt na te denken of ik dit verhaal wel wil publiceren. Ik heb het er nog steeds moeilijk mee, zoals ik al schreef en de redenen daarvoor krijgen jullie allengs mee.
Terug in de tijd, dus. Naar het afzetten tegen je ouders. Ik ga niet verder dan de tachtig jarige oorlog, hoor. De Nederlanden, nu ja het heette toen nog helemaal anders, zetten zich af tegen hun vader, het Spaanse rijk. Willem de Zwijger tegen zijn "vader" Karel de vijfde en zijn nare zoontje, Filips de tweede. De Franse revolutie in 1789, die zich tegen "pa" Louis XVI "zonnekoning" verzetten en het spul voor het gemak maar even onder de guillotine brachten. Karl Marx en zijn communisten en erbij dan ook maar even vermelden de Russen en hun revolutie. (En de moorden op die revolutionairen en het verval van de communisten) De jaren dertig van de negentiende eeuw. Onze Belgische kinderen die zo nodig op eigen benen wilden staan. (Nou ja, dat is dan lekker gelukt, niet waar? Oh, een fraai land, heerlijke bieren en fantastische frieten en zo, maar verder? Een puinhoop. Ok, goede wielrenners en zo, maar?
Tja, onze generatie? We wilden het allemaal wel en we hebben van alles bereikt, maar voor heel eventjes. Anti-materialisme en zo, "peace, man, peace", flower power, flowers in your hair, Aquarius, Ban de bom. Beatles en Stones, Blowen, sit ins, protesten en zo. Kinks, Monkeys, rare goeroe's, Hare Krishsnas en zo. Het lieverdje, witte fietsen en der was zoveel, och men vergeet zo gauw!
(Maar: kijk waar we nu staan! De meest linkse mensen van toen, vaak toenmalige studenten, hebben keurige banen, lopen nu in driedelige pakken, rijden Audi of BMW, kopen of hebben huizen aan de Vinkeveense plassen, of erger, wonen in de grachtengordel. Beetje links nog wel. Hun parkeerplek kost te veel, weet je niet, ze zijn flexitarier, dat weer wel. Ze eten alleen op de maandag geen lange en dure lunches of diners met vlees, want op maandag motten ze de kids naar hockey of voetbal brengen en hebben daar dus even geen tijd voor, dus pakken ze even een burgertje mee! Ook de tweede echtgenoot of derde echtgenote en hun huwelijken en relaties, dat speelt allemaal mee.)
En E. en ik kwamen dus ook uit die jaren! Nee, blowen, dat was niets voor ons. Biertje, wijntje en sigaretje, dat weer wel. We leerden elkaar kennen en stonden voorzichtig en mogelijk aan het begin van een nieuwe relatie en een mogelijk nieuw huwelijk? Wij beiden hadden al een eerder huwelijk achter de rug en waren allebei geschrokken en heel erg voorzichtig. We waren beiden behoorlijk gekneusd en geblutst en bang uit die huwelijken gekomen, eerlijk gezegd. Dus ja, een beetje nervositeit was er wel. Maar dat ging eigenlijk vrij snel over, toen we elkaar wat leerden kennen en na een maand of wat waren we: "in a relationship", zoals dat heet tegenwoordig. E. had twee kinderen m/v uit een vorig huwelijk. Ik leerde de kinderen kennen, van hun houden, maar dat ging met vallen en opstaan. Maar uiteindelijk lukte het hen om mij als hun pa te zien. Ik zag hen trouwens al vrij snel als mijn kinderen.
Dat is het begin van een lang verhaal. Heel veel lange verhalen. Maar: het is komkommertijd. Geen WK, geen TDF, dus je hebt geen moer te doen.
Het verhaal gaat raar worden.
Nu ja, der was weer genoeg vandaag, maar wat voor. Vreselijk weer dan weer. Nee, ik stop met die flauwe woordspelingen, het was erg zat. Ik moet een gedachtesprongetje maken naar het echte onderwerp, kan dat nu even niet, maar klets even door en ja, voila, ik ben er weer!
De gespreksthema's die je hoort op en rond het koffiehoekje in onze "Keten" veranderen natuurlijk dagelijks. Dat "koffiehoekje" dat ik zoeven noemde is niet de plek waar wij, personeel, onze koffie drinken, hoor. (De meesten van ons hebben namelijk geen tijd om koffie te drinken. Dat klinkt overdreven en dat is het, in deze korte periode ook wel een beetje. Het is nu vakantie periode en Ramadan en dat betekent dat de winkel af en toe rampzalig leeg is. Ik heb eens geteld, voor de grap en telde meer personeelsleden dan klanten op een gegeven moment. En nee, slimmerd, dat was niet voor openingstijd, hoor.)
Maar goed, dat koffiehoekje is ergens aan een pad. Er is een koffiezetapparaat, waar ook thee gemaakt kan worden. In van die bekertjes, met van die zakjes creamer en suiker en van die eenmalige theezakjes en zo. Nou ja, het is bekend bij jullie allemaal. In dat hoekje van de winkel, dat eigenlijk aan een doorgaand pad ligt, verzamelen zich rond een uur of negen het bekende groepje mensen, die hier al sinds de verbouwing komen. Ook daarvoor al, natuurlijk, maar toen was de OLVP*, zoals ik het altijd noem, ergens anders gesitueerd en lag minder storend in de weg dan nu. De gebruikelijke club is een aantal oudere mensen M/V. Niet dat ze allemaal de leeftijd, die ik nu al bereikt heb, ook al hebben bereikt, hoor. Ik ben bijna 62 nu (nee, dat geef je me niet, hooguit 61) en heb uitgerekend dat ik nog maar een goede 600 dagen moet werken de aanstaande drie jaar. And counting! Nee, ik heb geen hekel aan mijn werk, of aan werken überhaupt, maar ik werk nu al vierenveertig jaar en dat vind ik wel lang genoeg. Ik ga, hoewel hij het nog niet weet, binnenkort een gesprek aan met FM2, om eens, om te beginnen, een uur of twee minder per week te gaan werken. Maar dat allemaal terzijde.
In dat koffiehoekje, waar elke dag "the usual suspects" tezamen komen, allemaal aardig volk hoor, daar niet van, wordt urenlang, (echt, de mensen voelen zich er thuis en zitten/staan en hangen vaak een uur of twee op dat plekkie, of komen er twee maal of meer per dag), de situatie in de wereld besproken. Nu ja, in hun wereld dan, de wereld van de mensen die de echte wereld en de maatschappij voorbij (hebben) zien gaan, die de aansluiting naar die (vaak veel te snelle) wereld niet hebben kunnen volgen. De hoogtepunten van hun leven, en nee, geloof me, ik kijk er niet op neer, is de: opeens was buurvrouw De Vries dood, je weet wel, die weduwe van drie hoog, om de hoek. Der man ging vreemd met die rooie van nummer vierenveertig. Wist je dat niet? Nou mens dat was een verhaal! Of: die vent die hier net stond, die legt de sosjale dienst op, hoor! Hij woont gewoon in bij sen moeder, maar doet asof tie een eige woning heb!
Heel even was er natuurlijk die vreselijke ramp, die ons allen geschokt heeft en waardoor heel ons land stil werd en waardoor wij allen, neem ik aan, trots waren op de manier waarop wij de slachtoffers eer bewezen. Ik was, nog, trots op ons volk en ons land. Hoewel een demonstratie met antisemitische tendensen, die ook in die dagen gebeurde, mij daar weer even van terug deed komen.
Maar vandaag was het gespreksonderwerp duidelijk het weer. De winkel was, vanmorgen in ieder geval, behoorlijk leeg. Veel mensen bleven thuis om dan later, mocht het ooit droog worden, te gaan shoppen. Maar niet zo het "clubje". Dat kwam heel trouw op de afgesproken tijd samen. Ze leken wel verzopen katten. Sloegen hun regenschermen uit en zetten die in een hoek van de winkel. Ik had al wel door gehad, mijn buienradar had dat al verteld, dat het slecht zou worden en dat mijn transportkeuze duidelijk het gemotoriseerde en van een dak voorziene voertuig was. Maar dat het zo slecht zou worden, dat had ik ook niet door. Af en toe moest ik even naar buiten, om spullen weg te zetten en ik zag dat het buiten stikdonker was. In de huizen en de woningen rond het pand waar ik werk, branden de lichten volop. Auto's reden stapvoets, met hun lichten aan, over de weg en fietsers, dapperder dan ik, droegen paraplu's tegen de gutsende kletter buien.
Onze tweede vracht was vroeg. Gelukkig heb ik, gewaarschuwde en vooruit kijkende en gelouterde oud marine man en actief fietser een: "Heb altijd bij", pakketje in de rugzak of in het fietshemd. Daarin zit een regenjack van nylon. Mijn collegae, die ook moesten lossen, hadden iets dergelijks niet. Dus stond ik, in een heuse wolkbreuk, te lossen terwijl de mannen de zaak naar binnen reden! Wie is nu de dumbo, dacht ik, terwijl een stroom lauw water via mijn wervelkolom naaar mijn bilnaad sijpelde!
Terug naar huis reed ik bijna de hele weg stapvoets. Nu ja, mijn stapvoets is nog 90 k/h, hoor. Ik moest nog even langs het gemeentehuis en naar de bakker. Ik was verzopen!
*OLVP: Ouwe Lu.... Verzamel Plek.
Pink Floyd, een van de grootste bands die ooit heeft bestaan, zong dit nummer ooit. Ik ben en was groot liefhebber van de muziek van die gasten. Hoewel ik me de laatste jaren meer en meer afgekeerd heb van het luisteren naar muziek, alle muziek. Dat komt, grotendeels, doordat ik er niet meer in geïnteresseerd ben, na de opkomst van de rapmuziek en zo. Makkelijk geblèr over hoe je met mensen om wil gaan, voornamelijk in het kwade. Maar, mijn gehoor wordt ook minder en minder, als ik eerlijk ben. Dus het genieten van muziek zit er ook niet meer echt in!
Maar dat allemaal terzijde. Dit, niet al te bekende nummer overigens, zette zich de afgelopen week vast in mijn hoofd, ver voor de fatale dag van de aanslag, ver voor de brute moord, op de bijna driehonderd mensen aan boord van vlucht MH 17. Op een of andere manier had ik het lied waarschijnlijk, een dag of wat eerder, gehoord op de radio en raakte ik het niet meer kwijt. Dat gaat zo, met bepaalde songs. Ik was allang blij dat het geen liedje van ene Borsato, zo'n Nederlandse Helmut Lotti, was, maar die dan (Borsato) met veel minder talent gezegend is dan die Lotti, maar erger nog, of nog dommer dan, dat ik zou iets moeten horen van de de NN's van de vaderlandse televisie, de Nationale Narigheden, de Geer's, Goor's, of de drie Jeetjes of al die volksverlakkers die je de hele dag kunt horen. (Nare en niet te verklaren mensen die zich natuurlijk meteen aanmelden als der een herinneringsconcert komt voor.)
Nee, ik had het fraaie nummer van de Engelse studentenband, die helaas al jaren ter ziele is, in mijn kop, die bewuste donderdagmiddag. Die bewuste donderdagmiddag dat het ramptoestel door een luchtdoelraket of zoiets, werd neergehaald. Een onzinnige en onzalige aanslag op het leven van 300 mensen en een daad tegen de vrede tussen de volkeren. Gepleegd door een zooitje wat? Ik weet het niet. Pro Russen? Anti Oekraïners? Zeg het maar. Maar, in ieder geval, door een zooi tuig, dat later ook nog eens de lijken heeft beroofd en geplunderd. Je zag dan zo een figuur staan met een knuffel. Daar dook de wereld pers op af! ACHTERLIJK FIGUUR/LIJKENPIKKER en zo waren de woorden en de meningen, maar als je de video echt zag, dan zag je dat er een traan uit zijn oog rolde. Erger is dat een creditcard van een van de mensen die overleden is, geplunderd is door een of meer van dat tuig.
Nu ja, de mensen die denken dat ze muziek kunnen maken, zullen dat binnenkort ook wel weer doen. Om dan er weer vreselijk veel munten aan over te houden aan de zogenaamde benefiet concerten. Ik heb gehoord dat Sir Elton John behoorlijk heeft bijverdiend door zijn lied over de overleden Lady Di. FREE CONCERT DOOR: nu ja rand mensen, zeg maar, die allemaal, kapitalen in huis halen door dat vrije concert!
Maar goed, het is donderdagavond en de tweede groep mensen komt thuis. Wie zijn het? Hoeveel zijn het? Vierenzeventig kisten met hoeveel slachtoffers? We zullen het nooit weten, hoop ik. Ik kijk, de TDF is ver weg, letterlijk en figuurlijk, ik zie het nog wel eens in herhaling en zo. E. en ik zitten te kijken. We hebben kippenvel, we leven mee, we zijn allebei een beetje ontroerd, we denken aan onze kinderen en kleinkinderen en hoe wij er mee zouden om moeten gaan als er zoiets, of veel minder, zou gebeuren en we weten het niet.
We zien dat ons land meeleeft, mee rouwt en aanwezig is. En we zij trots op ons land, op ons volk en op onze defensie!