Je kent het wel. Je woont in de ene buurt, werkt in een andere buurt en je kent de mensen in beide omgevingen vrij aardig. Als je nu in een openbare instelling werkt, zoals een postkantoor, oh nee, die bestaan niet meer, maar in een bank of in een Super, dan leer je langzaam aan je vaste klantjes kennen. Heel vaak zijn dat de wat oudere mensen, senioren, noemt men dat tegenwoordig. Die zijn over het algemeen meer 'winkeltrouw' zoals het jargon dat noemt en nemen, al dan niet noodgedwongen, wat meer tijd om te winkelen. De jeugd is de jeugd, snel en druk en met van alles bezig. Ze hebben smartphones die ze uitgebreid raadplegen tijdens het shoppen. Niet om een boodschappenlijstje te bekijken, hoor, maar om al het nieuws en al de nieuwtjes te bekijken die diverse apps (geen idee hoe de spelling is, app's?) aan hen doorgeven. Dat geeft niet, zo werkt dat, maar aan de 'ouwe lullen' van mijn generatie geeft dat af en toe wel eens een raar gevoel. Zo heb je, (of is het had je? Ik zie ze niet zo veel meer, namelijk) de Blackberry. Dat is/was zo'n telefoon waarbij je een driehoekig stuk in je oor stak en zo kon luisteren en praten zonder een telefoon aan je oor te houden. Ik zag die dingen een jaar of wat geleden voor het eerst. Ik dacht dat de drager van dat ding een of ander vooroorlogs gehoorapparaat in had. En, ik hoorde ook allemaal mensen tegen zich zelf praten, dacht ik. Maar nee, ze hadden hele belangrijke gesprekken vis die Blackberry. 'Ik ben nu in de Super, nee, hoor, ik neem de tram van vijf over en waar ben jij? Oh, op het toilet.'
Maar zo zijn mijn 'ouwetjes' niet hoor. Nee, dit is heel erg oneerbiedig, nee, mijn senioren. Maar toch, waar is waar, die groep zonder allerlei gadgets begint bij de ongeveer huidige vijftigers. Wel heeft een ieder tegenwoordig een of meerder mobile telefoons geloof ik en dat is heel erg handig, weet ik uit ervaring. Maar de echte wat oudere mensen lopen met een boodschappenlijstje de winkel door.
(TIP: als je boodschappen gaat doen: maak zo een lijstje. Ga je op de bonnefooi naar je super dan gooi je, bekend verschijnsel, allemaal dingetjes in je kar die je een hoge rekening opleveren, maar die je niet echt nodig hebt. Neem de proef op de som maar eens.)
Ik ken mijn vaste club mensen dus ook. Ik schreef er als eens een paar keer over. Ik werk nu een jaar of zeven, geloof ik, alweer in dit filiaal. Het valt dan op dat je sommige mensen opeens niet meer ziet. Niet dat je klokt hoe laat of hoe vaak iemand voorbijkomt, natuurlijk, maar, vooral de mensen waar je wat mee hebt, ja, dat valt dan wel op.
Zo ook die mevrouw en mijnheer die dagelijks een rondje doen. Het zijn zeventigers. Zij is een beetje een muis. Ze is niet knap (meer) is nog wel slank en loopt, na een val en een gebroken en niet goed geheelde enkelbreuk in een vorige winter, met een stok. Hij is joviaal, ziet er goed en gezond uit, geen buik om van te spreken en ook geen gelaatskleur die op hoge bloeddruk wijst of zo. Hij heeft altijd een vriendelijk woord, maakt een babbel, slaat kwink en is gewoon een aardige vent. Zij is ook aardig, maar, stiller. Haar man compenseert dat dus. Ik had hen al even niet gezien, maar ja, nogmaals, ik heb geen tijdklok, natuurlijk.
Ik breng net wat naar buiten als ze binnenkomt, alleen. Nog steeds met haar stok en nu pakt ze in haar eentje een winkelwagentje en duwt die, wat moeilijk lopend, voort. Nou ja, hoe gaat dat? Ik wil net een geintje maken. 'Is hij zo vervelend dat hij niet mee mocht?' of zoiets. Maar, waarom, ik weet het niet, maar ik slik die opmerking meteen in. Voor ik haar kan begroeten wenkt ze me. 'Goh, ik ben blij dat ik U even zie. Weet U, mijn man is een maand geleden opeens overleden. Acute hartstilstand. Ja, hij ging vaak 's avonds na het eten even op bed liggen. Hij las dan even wat en sliep een half uurtje. Nou, toen die avond dacht ik, wat duurt het lang voor hij beneden is. Ik ging naar boven om hem te roepen en hij was al dood. Tja, mijn schoonzoon was net bij ons en die is ook gaan kijken en heeft nog geprobeerd te reanimeren, maar nu ja, nee, niets. Toen heeft hij de 112 gebeld en der stond politie en brandweer en een ambulance, maar nee, niks baatte meer. En ik heb geen afscheid kunnen nemen, weet U, dat doet zo vreselijk veel pijn.'
"Met stomheid geslagen. Kent U die uitdrukking?" zou dominee Gremdaat zeggen en dat was ik ook. Ik werd heel, heel stil en haalde mijnheer naar boven in mijn herinnering. Jees, nee, he. Wat erg. Na 45 jaar samen opeens geen afscheid meer van elkaar kunnen nemen. Ik vertelde het aan collega Joke en ook zij was aangeslagen.
Ik nam me heilig voor om, hoe druk of gestrest ik ook ben, elke keer dat ik de deur uitga even 'afscheid' van E. te nemen. Je weet maar nooit wat er gebeurd.
Moi Lucas.
BeantwoordenVerwijderenJa dat zijn moeilijke momenten. Mijn vader ging dood voor mijn ogen(Losgescheurde hartklep ((Aderverkalking)). Nog gereanimeerd tot de ambulance personeel er was. Maar goed je ziet maar hoe belangrijk het is om elke dag te genieten van de dag en je partner en ook om elkaar te waarderen. Maar het blijft hartverscheurend zulke verhalen van (bekenden).
Ik ga effe een paar dagen kamperen. Keep cool and stay alive.
Groeten Huub.