Eindelijk, eindelijk gelukkig, de (hopelijk) eerste hittegolf van het jaar. Ik ben blij, ik ben verheugd en functioneer geweldig.Ik ben gek op dit warme weer. Dat heeft, denk ik, te maken met het feit dat een hele verre voorvader van mij een Spanjaard was. Leg uit, Lucas, we willen dat weten. Nou, lieve Bloglezers/lezeressen, het zit zo. We hebben ooit een tachtigjarige oorlog gehad tegen de Spanjaarden. Vanaf 1568 tot 1648 probeerde ons, tot het protestantisme bekeerde land, wat toen nog de verenigde zeven provinciën waren, zich los te maken van het juk van het Spaanse (katholieke) koningshuis. Willem de zwijger, prins van Oranje en zo, weet je nog? Het moet ook in die dagen geweest zijn dat er een Spaanse soldaat met de troepen optrok naar Heiligerlee, waar hij bij de befaamde Slag bij betrokken was. Gewond geraakt in de slag zakte hij af naar een gehucht in de veen- en moerasstreek in de buurt van Stadskanaal en dook daar onder. Later werd dat het plaatsje Gasselternijveen. Hij werd verliefd, trouwde, werd protestant en kreeg hopen kinderen, waarvan de familie van mijn moederskant nog zijn achternaam draagt: Luis. Luis, ja, net als dat ding dat in (schaam) haren woont. De naam 'Luiz' is natuurlijk een bekende voor- en achternaam in Spanje. (De verhalen werden mooier en mooier. Opeens was het een Spaanse Don en ook nog een generaal.) Goed, dat zou, volgens de familielegende de oorzaak zijn van de soms wat ongepaste trots van het Spaanse (voor)ouderbloed van onze familie. (Ik weet het, ik heb ook nog een staartje van die trots,soms helaas). Maar hoe dan ook, ik kan vreselijk goed tegen de warmte. (In Spanje geen onbekend begrip.) Natuurlijk, ik zweet ook, en voel de temperatuur, maar, zoals ik al schreef, ik functioneer goed, sterker, ik functioneer optimaal. 'Ja, dat snap ik', krijten jullie, 'je werkt in zo'n koele Super.' Waar, zo waar, sterker, ik werk op de diepvriesafdeling van zo'n toch al koele super. Maar, daarnaast doe ik meer, hoor. Zo zorg ik, in de uren voor het opengaan van de toko, dat de voorkant, de entree, zeg maar, helemaal schoon is en opgeruimd. Dat is zwaar werk. De hitte van de nacht ligt nog over de drukke Middenweg, waar het pand gevestigd is. Het drukke verkeer met zijn uitstoot maakt het er ook niet echt koeler op. Ik help mee lossen en laden van de vrachtwagens die hun spullen komen brengen en lege spullen komen halen. Dat gebeurt over het algemeen in een fel zonnetje, zelfs al in de vroege ochtend, dezer dagen. Daarna, maar ook daarvoor, rond vijf uur in de ochtend, fiets ik op de snelle 'kromme stuur' fiets van en naar huis. Ook in de (te) weinige vrije tijd die ik heb, fiets ik veel en graag. Afgelopen zondag heb ik nog een dikke vier uur in het zonnetje doorgebracht en ik vond het zalig. Ik haalde man na man en vrouw na vrouw in en hoorde ze puffen van de hitte. Nee, laat het maar zo blijven tot aan de kerst, heerlijk.
Maar het nadeel van warm weer is dan weer, goh, hoe verzin je die rijm? Het doet me even denken aan het volgende grapje: Man tegen vrouw: Ik wil het even hebben met je over het weer. Wanneer doen we het weer? Nu ja, het nadeel is dat veel Nederlanders niet tegen de hitte kunnen. Hitte? Warmte. Ik heb in het Suez kanaal varend vijfenvijftig graden meegemaakt. Dat vond ik wel wat warm.
Maar, ik functioneer dus oké. Helaas geld dit niet voor vele van mijn collegae. Omdat het in de winkel natuurlijk heerlijk koel is, 22 graden of zo, is het aanlokkelijk om in de winkel te blijven als de 'tweede' vrachtwagen met dertig of vijfendertig containers voorrijd. Dat is minstens een half uur buiten werken, in aanmerking genomen dat de chauffeur ook nog eens retour vracht mee moet nemen. De smoezen om je dan aan het lossen (en laden) te onttrekken zijn legio. Dus stond ik vandaag, rond tien uur in de ochtend, alleen 'achter de klep', zoals dat heet. Maar, die vlieger gaat niet op, natuurlijk. Eens onderofficier, altijd onderofficier. Ik zocht de betrokkenen maar eens op. 'Joh, kom je helpen, het is ook jouw vracht, toch?' De aflulmotoren werden aflul turbines. Nee, want: bestellen, druk, werk, opruimen, nog vracht staan, nee, kan niet heb nog dat te doen.' Ik gaf opdrachten, bulderde en brulde, maar niks. Ja, het zijn natuurlijk NUKUBU's, he?
Dan wordt het leven heel simpel, toch. 'Ok man, dan niet. Maar dan komen alleen maar mijn diepvriescontainers in de winkel en de rest neemt de chauffeur weer mee.' Een beetje bluf van mijn kant, maar ik meende het wel. Ik vroeg aan Bart, de chauffeur van dienst, of hij mee wilde werken en dat deed hij graag. Hij is een man naar mijn hart. Geen gelul, eet gebak van Krul, zoiets. Hij zette mijn vier karren met diepvries op de klep en sloot zijn wagen af. Ik zeulde de karren naar mijn afdeling, hoopvol nagekeken door de mannen van de afdelingen die het allemaal zo druk en zie boven hadden, om te zien of hun groente, zuivel, kaas of vleeswaren ook naar binnen werden gereden. Nee, dus. Op hun vragen aan Bart, waar hun vracht dan wel bleef zei hij: 'Nou, die neem ik maar mee terug. Niemand helpt die ouwe met lossen (op dat ouwe kom ik persoonlijk bij Bart nog terug, maak je geen zorgen), dus ja, dan los ik alleen zijn vracht. Die ouwe is al bij de FM om dat uit te leggen.'
Een 'stampede' vertrok naaar het kantoor van de FM en weer gingen zesentachtig aflul superturbo's aan. Dat ze me niet alleen wilden laten staan, maar ja, druk, druk, druk en zo. FM1 liet zich niet lijmen. 'Je hebt nog drie minuten om te lossen. Zo niet, plaats ik je over naar Zuid Oost!' Zuid Oost is het echte putje van de wereld en helemaal voor De Keten.
Het duurde iets langer. Ik had Bart geen retour vracht meegegeven, natuurlijk. Ik wist dat de 'anderen' dat zouden moeten doen.
Populair, ik? Nee, maar daarvoor ben ik ook niet aangenomen, natuurlijk. Vriend Bert zei altijd dat hij er niet voor was om de 'Populaire pik van de dag' wedstrijd te winnen. En daar had en heeft hij gelijk in natuurlijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten