Torren en vlootbalen: dat zijn natuurlijke vijanden! Vloot en Mariniers: het gaat nooit
samen! "Dat vloot-eelt is een ongeorganiseerde en ongedisciplineerde troep". "Die
rood gebiesde Jazz band kevers doen alleen aan opdrachten en tonen geen
initiatieven!"
Vloot en torren: dat gaat nooit goed samen. Zegt men!
Dat zijn ongeveer de meningen die je hoorde (en
misschien nog hoort) in de wandelgangen van de organisatie die KM heet. De
Koninklijke Marine, waarvan het Korps Mariniers een deel van uitmaakt. Maar:
deze meningen zijn vooroordelen en, zoals de meeste vooroordelen, misschien,
sterker, heel vaak, niet helemaal van waarheid gespeend, maar over het algemeen
helemaal niet waar. Vloot en Korps niet samen kunnen werken? Niet samen door
één deur kunnen? Kom nou! Ja, in de ogen van de vlootmensen die nooit met de
mannen van het Korps hebben samengewerkt, misschien en ja, omgekeerd geldt dat voor leden van het Korps natuurlijk
ook. Echter, vaak is er een soort, natuurlijk onuitgesproken respect, voor elkaar. De
vloot heeft best wel, nare woorden die twee, bewondering voor de manier waarop
de mannen met de rode strepen op het daags blauw, hun werk doen in meestal, nu ja eigenlijk altijd,
hele moeilijke omstandigheden. (Altijd: waren het “meestal” of “soms” een beetje
moeilijke omstandigheden, dan zou de KL het wel doen.) En dat deden die Korps Harries dan ook nog bij nogal wisselende temperaturen, die variëren van – 50 tot + 50.
Aan de andere kant hebben de mannen van het Korps de nodige waardering voor de
moeilijke omstandigheden waarin de vlootlui, bij windkracht zeven of zo, en een
hoge zee, op een dansend en steigerend schip, nog kans zien om olie en
voorraden aan boord te krijgen. Dat terwijl de mensen van de fraaie pakken met
rode bies vaak met een enigszins raar gevoel in de maagstreek het bed houden.
Maar de praktijk logenstraft natuurlijk die
vooroordelen helemaal. Ik ga het natuurlijk niet hebben over de geschiedenis
van het roemruchte Korps. Dat doen de Korpsmannen en – historici veel beter dan
ik dat kan, natuurlijk. Maar: het enige en echte Korps werd wel door een
vlootman opgericht, nu ja, die gaf de OPORD dus uit. Dat was ene Michiel de
Ruyter. Maar de eerste baas van het korps was ook nog eens ene baron Van Ghent.
En die man was een Pleun, een soldaat. Ja, en hij heeft zijn naam niet van de
kazerne, hoor. Maar goed, als vlootman ben ik gewend om dingen even duidelijk
te stellen, maar dan wel met een vette knipoog naar de leden en mijn vrienden
van het Korps.
Maar dat vloot en torren niet samengaan is
nonsens. Ze kunnen elkaar niet missen, hoewel ze dat nooit zullen toegeven,
natuurlijk. Trots is trots, nietwaar. Maar het feit blijft dat het Korps
ondersteund wordt door de vloot. Dan bedoel ik daar niet allen de prachtige
schepen mee die wij, groothartige vlootmensen die we zijn, apart voor hen
hebben laten bouwen, maar vooral door de mannen en vrouwen van de Logistieke
ondersteuning. Wees eerlijk, hoe goed MARNS (mariniers)met diverse kwaliteitsnummers ook
zijn, de vloot is meer gespecialiseerd in dat soort zaken. Neem de ziekenpa’s
en – ma’s. Neem de kokologen, de magazijnbeheerders, neem de schrijvers of de
OFFTA, OFFLDA en, ja zelfs, soms de LTZAR’s. (Diverse aanduidingen voor diverse soorten officieren.) Het is zelfs zo ver gekomen bij
het Korps, dat men een apart LOGBAT (Logistiek Bataljon) op heeft gericht, waarin eigenlijk vooral vloot mensen dienen.
Maar hoe kwam ik bij het Korps terecht? In mijn
jaren, ik ben in 2002 met FLO gegaan en toen (maar misschien is het nu nog zo) moest je
solliciteren naar een “naast hogere rang”. Ik was op dat moment SMJRLDGD (sergeant majoor) en was
in die tijd hoofdinstructeur in het opleidingscentrum voor de ziekenverplegers
in Hilversum. Maar zoals dat vaak gaat in ‘hogere rangen’ werd ik steeds meer
een “bureau-man”. Maar ik wilde weer eens wat doen, echt met mijn vak bezig
zijn, mensen beter maken, of sturing geven aan hen die dat deden. Na al de
varende en operationele plaatsingen die ik had gehad was een jaartje zogenaamd
“bureau aap” spelen wel lekker, maar ik wilde toch weer terug in mijn
eigenlijke vak. Nu zijn die “operationele” plaatsingen voor wat hogere OOFFLDGD
niet veel voorkomend, zeker niet in die tijd. Ik kreeg te horen dat ik kon
solliciteren naar een walfunctie in Den Helder, maar dan wel als AOO, als stip,
de krul was dan binnen. Maar, man Den Helder? Dat is niet alleen boven de
boomgrens, het was ook nog eens een functie op een stoffig bureau. Bovendien
zou ik moeten werken op een staf bureau waar ik alleen maar vijandig tegen aan
keek, door eerdere en nare ervaringen. Met mensen die allemaal al stoffig waren, al waren gesuccombeerd maar alleen nog wachtten op hun begrafenis, en die mij eerder als verraders dan als collegae voorkwamen. Nou nee, dat al helemaal niet. Er kwam
een bericht binnen dat er in de VBHKAZ een AOOLDGD gezocht werd om de functie
van CDEGNKCIE over te nemen.
Ja, stap terug nu. Wat? AOOLDGD? GNKCIE? CDE? Wat is dit allemaal? Ik geloof dat de lezers
van dit verhaal voornamelijk mensen zijn die “ooit” maar misschien ook wel
“nooit” gediend hebben bij de KM. De marine is namelijk gek op dit soort
afkortingen, ik ben het moeilijke woord ervoor even kwijt. Maar voor de niet KM
lezer: AOOLDGD staat voor Adjudant Onder Officier Logistieke Dienst
Geneeskundige Dienst. GNKCIE betekent dan: GeNeeskundige CompagnIE en CDE is
dan weer, vertaald: Chef Der Equipage. Da’s de man die tussen de equipage, de
lagere rangen, en de officieren in staat, zeg maar. Ik solliciteerde, op de
toen bekende manier. Een verzoekenbriefje, in drievoud, dat met “een
schrijfmachine of met een duidelijk leesbaar handschrift” moest worden ingevuld
en ja, ik maak het kort, ik kreeg de job inclusief de krul en dus: de centen,
pegels, doekoe, munten, ook dat is wel belangrijk, natuurlijk, maar voor wie is
dat niet?
Moi Lucas.
BeantwoordenVerwijderenHet mooie van werken bij HET korps is " niets kan alles mag" . Een kleine annecedote: ik werd op het AOK Texel geplaatst om Jan van Kampen op te volgen. Ik woonde toen nog in Groningen dus de reis naar Den Helder/Texel. Bestond uit trein Groningen-Leeuwarden, bus Leeuwarden- kop afsluitdijk (Zürich chauffeurscafe) dan de bus naar Den Oever ,NZA bus. Hier overstappen op de bus van de NACO naar den Helder daarna met de TESO en dan lopen naar het AOK. Een hele reis van 05.30 - 12.30. Dus te laat. Chef dequipage over de sijk, Cdt ene Piet van Engelen, zo gek als een deur, maar dat ter zijde, die zij tegen de chef equip " deze ZVP1 mag s'maandags om 13.00 uur binnenkomen en vrijdags om 12.00 met weekend verlof".
Als tegenprestatie deed ik alle wachten en/of oefeningen gedurende week. Met andere woorden nooit problemen gehad met HET korps. Waarvan acte.
Grout,n uut Ass,n
Huub