maandag 5 december 2016

Een vlootman bij het Korps (2)



Ik trad aan, toen nog als SMJR, sergeant majoor of dubbele was, op een koude maandag morgen. Die dag werd ik dan ook meteen stip, adjudant, dus. Ik had eerder al een informeel info bezoekje gebracht aan de nieuwe plaatsing, ter oriëntatie. Ik was toen geplaatst in Hilversum, nu ja, Hollandse Rading en Doorn leek dicht bij, op de race fiets, maar niets was minder waar. Ik zocht me de koelere naar de kazerne, die goed verborgen lag in het schoekeloen. Maar goed, ik had mijn Opvolgende compagnies Commandant ontmoet, een eerste luitenant (ELNT) der MARNS, had wat collegae ziekenpa’s en moekes ontmoet en ja, het leek me wel wat. Sterker, het leek me heel veel wat. Dus had ik geregeerd op de advertentie en had ik, van een man uit het Helderse, te horen gekregen dat ik de enige was. Die man deed wat meewarig: 'Je bent wel een vlootman, hoor. Dan begeef je je dus wel tussen de torren. Je kunt beter solliciteren naar Den Helder, daar is het makkelijker werken.' Ik vond het een vreemde opmerking en zei dat ook tegen hem. 'Nu ja', zei de man, 'het Korps heeft veel haaien en ja, je moet wel van discipline houden en zo.' 'Maar ons militaire leven gaat toch over discipline?' zei ik. Hij legde de telefoon op. 'Je gaat het wel merken!' waren zijn afscheidswoorden.
Dus, ik kwam op die bewuste maandag, de eerste dag van de rest van mijn leven, per spoor naar Driebergen-Zeist, het station vlak bij Zeist en Doorn, nam daar de bus en stapte inderdaad mijn nieuwe leven binnen. (Vanaf dat station rijdt er een bus met een hele omweg naar Doorn en, hoewel het hemelsbreed net aan drie kilometer is, ben je pas bijna twintig minuten later bij de kazerne. Opzettelijk? Toevallig? In elk geval, het gros van de bemanning heeft eigen vervoer.)
Ik melde en legitimeerde me aan de poort, kreeg een knik van de man op post en liep door naar de ziekenboeg. Eerst even een bakkie doen en me even afmelden bij de CDT (CommanDanT) en ook bij de OC. Mijn voorganger was (natuurlijk) al weg, had ik begrepen. Hij was, een beetje laf, stip geworden op deze plaatsing, had het net aan drie maanden uitgezongen, de termijn die net aan nodig was om zijn krul vast te houden, en had zich laten overplaatsen naar het Helderse, waar hij opteerde voor een officiers functie en die ook kreeg. Ook zijn voorganger had een dergelijke move gemaakt en ook hij was ook officier geworden. Ja, ook in  Den Helder en omstreken. Nu waren die twee al helemaal en totaal geen, ik herhaal “geen”, vrienden van me, Ene v.d. J. en ene A., maar ik merkte, in de eerste gesprekken met de mannen en vrouwen, die onder mijn CDE schap zouden vallen, het personeel dus, dat men mij ook al met een scheef oog bekeek. Nou die zal dan waarschijnlijk ook maar drie maanden hier dienen voordat ‘ie maar groenere weiden en een hogere rang uitkijkt! Maar, zo is mijn karakter niet, nooit geweest, dat was toen niet zo en nu nog niet. Ik was van plan om mijn minimale twee jaren daar te voldoen. Je begint aan iets wat je wilt doen en je maakt het af, toch? Nu ja, zo is mijn "insteek", ook al weer zo'n raar woord.
Ik deed een bakkie in de ziekenboeg, rookte, babbelde en lachte wat met de collegae ziekenbroeders en zusters en ging dan maar eens inrouleren. Een Korporaal van de mariniers, ene Hein, stelde voor om me te rijden. ‘Met een ‘LARO’, majoor, dan gaat het allemaal wat sneller en zo.’ Hoe arro kan je zijn in je reactie: ‘Nee korp, man ik ben zo vaak ingerouleerd, dat moet ik wel kunnen. Bovendien, dan leer ik de kazerne een beetje kennen.’ De korp en zijn mannen, die uit nieuwsgierigheid waren komen kijken naar de nieuwe vloot idioot, meesmuilden. ‘Succes, chef!’ lachte de korp me na.
Ik ging naar het bureau commandement, haalde mijn inrouleerbriefje, en ja, dat soort formulieren had ik zo vaak in mijn handen gehad, dat ik ze wel kon dromen. Ik ging naar de ziekenboeg, naar bureau administratie, naar de bottelier, misschien naar de kooi- zakkenboer en langs nog wat bureautjes. Big Deal. Maar ik kreeg van de vriendelijke en fraaie schrijfster, een MATRLDA er nog een hele boel papieren zomaar gratis erbij. ‘Majoor, dit is voor uw mariniers barang, dit is voor uw vloot en adjudanten uitrusting en deze, is voor uw sabel. Hier is een plattegrondje van het kamp. Heeft u geen mannetje nodig? Het is veel plunje, hoor!’’ ‘Nee hoor, meid, ik kan dat wel aan.’ 
Famous last words. Hoe arro kan je zijn?

Ik rouleerde in bij allerlei bureaus, bij allerlei mensen M/V en vaak zag ik bekende gezichten. Soms was het net een reünie. Als laatste ging ik, zoals op het lijstje stond, naar het plunjemagazijn. Nee, dat woord ga ik niet meer uitleggen. Ik kreeg daar een partij zooi uitgereikt, dat wil je niet weten. De meest vreemde dingen. Ik spel de helft ondertussen verkeerd, natuurlijk: maar Carabiners, zeven meter lijn, witte blokjes om aan te geven waar je onder een lawine lag, groene camo pakken, shirts, kistjes, camouflage stiften en meer van die dingen die je als vlootbaal nooit ziet. Wij van de vloot reizen altijd licht. Een uniform of twee, een werkpak of twee, gasmasker en je pet, wat ondergoed, sokken en shirts en ja, dan had je het wel gehad. Schepen zinken door overgewicht, zeg maar.
Ik kreeg tassen vol van die meuk mee en een hele zware rugtas. Die geen rugtas heette maar iets van Burgan, zoiets. Daarna werd ik apart geroepen door een andere korporaal. ‘Adjudant, ik moet even de maat van uw sabel weten!’ Ja, hoor, ik ben van gisteren! Voor de maat van je pet moest je, als baroe, nieuweling, op een trap staan, als je gevraagd werd of je een rijbewijs had, mocht je de toiletten schoonmaken als je “ja” had gezegd en nu zou een korp, niet eens van de vloot, mij even lopen afzei…?  ‘Ok korp, waar staat de camera, ik trap der niet in hoor.’ ‘Nou adjudant, het is zo. Kijk je hebt lange k.. adjudanten, die zijn van het korps, je hebt kleine k.. adjudanten, die zijn natuurlijk van de vloot, en je hebt hele kleine k.. adjudanten, maar die zijn van het Hoofdkwartier.’ Ik keek hem met wantrouwen in de blik aan, maar nee, het was waar, ik kreeg drie maten sabels in de hand en moest de maat nemen. De hand, ter hoogte van de gordel, rustend op het gevest. ‘Moet ik even een LARO regelen voor je, stip?’ vroeg de man, met een intonatie in zijn stem die me niet helemaal aanstond! Nee, nu niet meer, zo arro was ik nu wel geworden!
Ik sjouwde de hele meuk die ik gekregen had, inclusief sabel, mee naar het mij aangewezen slaapverblijf. Onderweg met het nodige leedvermaak, na- en aangestaard door vele MARNS, die het heerlijk vonden om mij formeel te gaan lopen groeten. Mij, ik, die geen hand vrij had. Ik grijnsde maar eens naar hen. Ik kwam ze nog wel eens tegen! Ik stouwde, in de slaapzaal aangekomen, zo veel mogelijk barang weg in de mij toegewezen, maar veel te kleine  ruimte en keek nog eens, met bewondering, naar die fraaie sabel. Man: ik was stip! Lang gedacht, nooit verwacht, nu ja, zoiets, zeg maar.
Ik keek op mijn klokje. Verrek al weer twaalf uur. Een hele morgen weg met alleen maar inrouleren. Bakkie doen nu en een strootje doen nu. Nee, eerst maar eens omkleden in “groen.” Dat op zich duurde nogal. Nieuwe, heel strak gesteven broek en shirt en kousen en nieuwe laarzen. De schuifpassanten op het jasje, dat later heel anders bleek te heten en ik bekeek mezelf in de spiegel en herkende mezelf nauwelijks. Ik plonkte de zwarte en stijve baret, ik had een LDGD uitmonstering van uitgesneden koper, (inclusief twee spelden in plaats van het anker geplaatst), op het hoofd en zag eruit als een man uit een film die ik nog nooit gezien had. Ik leek op een soldaat, op een krijger, op een MARN.
Ik had geen moeite om shag, aansteker, opschrijfboekje, aantekeningen, OPORDS, pennen en potloden en wat dies meer zij, kwijt te raken in mijn “camo”. Het Korps grossiert in ruimte in die pakken!
Ik melde me bij mijn nieuwe baas, mijn CDTGNKCIE. We hadden geen goed gesprek, en ik leerde de man (toen al, maar vooral later) kennen als een onmogelijk figuur. Een megalomane idioot, die geen arts was, maar een marionet! Ik leerde het verschil tussen “onder” en “boven” te kennen, Boven was de staf, de CDT en de OC en de CDE, een halve meter, twee stenen trapjes, lager lag de eigenlijke ziekenboeg waar het eigenlijke geneeskundige proces plaatsvond, ik leerde, langzaam en voorzichtig, mijn personeel en de korpsgeest kennen en had het redelijk snel door. Ik kwam al gauw tot een paar conclusies. Ik was, door de jaren, gevormd als vlootbaal en had me laten opnaaien als een hater van het Korps. (Ik had natuurlijk eerder bij het Korps gediend, maar in een vlootrol en niet operationeel.)
MARNS zijn “net” mensen. Ze zijn en doen heel stoer. Ze zijn en doen heel gedisciplineerd, komen vaak stoer en soms wat indrukwekkend over maar, het zijn gewoon mensen. Gewone mensen met hun eigenaardigheden en hun zwakheden, hebbelijkheden en hun menselijkheden. Maar ook met hun trots op hun Korps.
Net als wij, vlootbalen, met de trots op onze vloot!
Ik heb in die tijd meer dan twee jaar met heel veel plezier bij het Korps gediend. Ik heb veel meegemaakt, ben op veel plaatsen geweest. Ik heb veel gelachen en heb vele anekdotes over die tijd. 
Ik fietste, toen al, veel en ging, “binnenliggend”, zeg maar, vaak op de racefiets van en naar huis in Mokum, 100 kilometer per dag. Ik zou kilo’s moeten zijn afgevallen, natuurlijk, maar ik at mee in het verblijf. Veel en goede en vaak te goede maaltijden.
Nee, vooroordelen zoals ik had over de "torren" zijn geen goede raadgevers, blijkt!
De VBHKAZ heeft een speciaal plekje in mijn, nu ongeveer veertien jaar gepensioneerde, KM hart. Ik fiets er wel eens naar toe, een enkele maal. De wind komt dan uit die hoek, zeg maar. Ik ken er bijna niemand meer en zo hoort het ook, maar ik sta met veel herinneringen naar het standbeeld van de enige en echte “goeie tor” te kijken.


2 opmerkingen:

  1. Beste Lucas,
    Een mooi verhaal. In opdracht van het Korps Mariniers maak ik een boek over de VBHKAZ. Dit verschijnt als de kazerne sluit. Cdt De Rooy van de kazerne attendeerde me op jouw blog.
    Vindt je het goed dat we een deel van je verhaal voor het boek gebruiken?
    Beste groet, Arie Booy, 0223 672205

    BeantwoordenVerwijderen