Voor het gemak en voor de chronologie van het verhaal begin ik even met dat rare telefoontje dat ik vanmorgen doorgespeeld kreeg van mijn nieuwe chef, de 'assfm'. De wat? De assfm, de assistent filiaal manager. Bij de KM wisten we van acroniemen, maar bij de Keten kennen ze er ook wat van hoor. Maar goed.
De hiërarchie in zo'n toko is redelijk gelijk aan die van een militaire organisatie. De FM is de commandant, de assfm is dan de eerste officier, zeg maar, de 'sectorchefs', zoals de verantwoordelijken voor de groente-, bakkerij-, slagerij-, en zuivelafdelingen genoemd worden zijn dan de hoofden van dienst, zeg maar de officieren en de tweede mannen/vrouwen van die afdelingen (de vaste medewerkers die vaak wat jonger zijn) zijn dan de onderofficieren. De vakkenvullers en hulpkrachten zijn dat het 'lagere' personeel, (de matrozen of soldaten zoals je wilt) dat het eigenlijke werk doet. En ik, nu ja, ik ben vakkenvuller, hulpkracht, ook nog eens de verantwoordelijke voor mijn afdeling en stuur dan af en toe ook weer allerlei anderen aan, bestel op mijn niveau en geef adviezen aan de assfm, dus ja, ik ben gewoon wie ik ben. Een oudere man, fit en vief en ondertussen gepokt en gemazeld door het leven zelf, het maken van een aardige carrière bij de Marine en door het werken bij de Keten. Dacht ik. Ik dacht dat ik eigenlijk alles wel had meegemaakt. Nu ja, op een gewelddadige beroving na gelukkig, zoals net, een dag of wat geleden onze collegae (van de Keten) in een ander filiaal in Mokum overkwam. Ik moet er ook niet aan denken, dat zoiets je overkomt, hoor! Ik heb de nodige agressie op mijn pad gehad en niet alleen tijdens mijn Marine werk, maar ook door junks en automobilisten, maar gelukkig ben ik in mijn winkel nog niet met een vuurwapen bedreigd, Maar, verder heb ik alles gezien en meegemaakt. Dieven en diefstallen, agressie tegen collegae en tegen mezelf, hoewel dat laatste vaak maar heel even duurde en strandde in een snelle aftocht van de bedreigende partij. Ik heb stelende collegae, gekke collegae (in de zin van het woord), huilende klanten en lieve en aardige en fijne mensen meegemaakt en gelukkig van die laatste het meeste, maar daar schreef ik al genoeg over.
Mijn nieuwe assfm, is een aardige en geschikte man. Ik heb hem jaren geleden al eens ontmoet en een tijdje met hem samengewerkt in dit filiaal. Zoals dat gaat, hij ging een tree hoger en weg en kwam dus, nadat onze FM2 was vertrokken, terug naar ons filiaal. Het is echt een aardige man. Geen kwaad woord over hem. Maar, hij is van Afrikaanse afkomst en zijn beheersing van onze taal is wel goed, maar niet perfect. Oh, ik kan een prima gesprek met hem voeren en onze 'dienst' gesprekken verlopen ook altijd prima. Maar zijn beheersing van het ABM is niet helemaal goed. ABM, inderdaad, waarbij de M staat voor Mokums.
Ik neem hem dat absoluut niet kwalijk, dat begrijp je wel. Als je niet geboren bent in Mokum of 010 of in Den Haag of Utereg, dan is het begrijpelijk dat je het dialect niet of nauwelijks spreekt of verstaat. De assfm, ik zal hem Jan noemen, omdat hij niet zo heet, loopt door de winkel en krijgt een telefoontje 'van buiten'. Dat is geweldig om te zien. Ik heb jullie al eens verteld dat de sectorchefs allemaal een oortje hebben, toch? Goed, Jan loopt dus met in zijn ene oor zijn oortje, ja ik weet dat is dom omschreven, maar doe het zelf even beter ja, en aan het andere oor heeft hij een mobiele dienst telefoon. Ik zie de kans schoon, maar houd me in. Ik heb ooit een officier gekend, een l.. van een vent overigens, die twee gehoorapparaten tegelijk in had. Wij, ik was niet de enig die hem niet zo mocht, stelden hem dan een vraag, waarbij we alleen playbackten. De man dacht dan dat zijn apparaten afstonden en ging die afregelen, zodat ze op volle kracht waren afgesteld. Hij gaf dan een wenk: "praat maar" en dan brulden we uit alle macht een of ander stomme opmerking. Hij schrok zich dan het lazarus ene schroefde het niveau weer terug, waarop we een dag of zo later het geintje weer herhaalden.
Maar, bij Jan deed ik het niet. Nee, dat zou te gemeen zijn. Ik zag hem ondertussen helemaal hulpeloos naar me kijken en ik vroeg of ik wat kon doen. Hij gaf me de telefoon en zei vagelijk iets van Mars Ice Cream. Ik meldde me aan het apparaat en zag Jan, haast in de looppas, in ieder geval met versnelde tred, maar heel schielijk, verdwijnen. Schielijk verdwijnen, hoe doe je zoiets, vraag je je af?
Neem de proef op de som. Stel je krijgt op het werk, of thuis of in de kennissen kring een vraag waar je absoluut geen idee over hebt. Geef de vraag of de telefoon door aan diegene die naast je zit, op het werk of thuis, en zeg dat je dringend iets of weg of zo moet. (Schaf wel even een grote spiegel aan) Kijk naar jezelf in die spiegel hoe je wegloopt en dat is dan: schielijk.
Jan verdween dus schielijk en ik had het moeten weten. Maar nee, mijn groot 'Ik sta aan' gevoel, (zie de Blogs over de verbouwing), stond dus aan. Ik meld me: 'Lucas, de Keten, wat kan ik voor U doen?' Helemaal aan toch? Een oudere mevrouw, ze kon een zeventiger of een tachtiger zijn, meldde zich, overigens zonder haar naam te noem. 'Ja, over de Mars Ice Cream, hoeveel heeft U binnen?' 'Hoe bedoelt U? Ik heb twee soorten. Ik heb verpakkingen van zes repen in een doos en verpakkingen van tien. Welke wilt U?' 'Ja', klonk het vermoeid, 'dat is nu zo moeilijk bij jullie. Waarom hebben jullie zoveel keuze?' Ik begon een verhaal vol begrip en uitleg maar ze onderbrak me. 'Nee, nee, nee. U moet voor mij tien hebben, tien.' 'Mevrouw, tien wat? Doosjes van tien of tien doosjes van tien of tien doosjes van zes?' 'Hoeveel zitten er dan in?' 'In die van zes zitten er dus zes en in die van tien dus ..' 'Nee in de dozen!' 'Welke dozen mevrouw? In de dozen van de verpakkingen van zes en van tien zitten elk tien verpakkingen.' 'Ja, doe maar, doe die maar.'
Ik ben geen intellectueel of zo, maar ik heb wel wat van Kafka gelezen en dit gesprek begon een hoog Kafka gehalte te krijgen. Aan de andere kant begon er wat twijfel te knagen of het niet zo'n lollig en lullig telefoongesprek zou kunnen zijn, zoals Jack Spijkerman die vroeger wel eens voerde. Verder leek de mevrouw behoorlijk in de olie, bedacht ik. En misschien was het R. wel, een collega, die een practical joke met me wilde uithalen. Toen ze daarna begon te vragen over hoe laat de vracht dan zou komen en of er ook Griekse yoghurt was, gaf ik, schielijk, ja, ja, de telefoon door aan mijn gabber A. die chef van de zuivel is.
'Een mevrouw met een vraag.', deed ik huichelachtig luchtig en verdween, schielijk, met mijn restanten kar. Het was bij twaalven, tijd om naar huis te gaan.
--morgen verder, dan over die overplaatsing--
Hallo Lucas
BeantwoordenVerwijderenPractical joke I think. Ben benieuwd naar de overplaatsing. Net de marine zeker . Pijltje over de schouder gooien naar het naambord achter je ennnn....... Graver.
Ahh die kunnen we overal inzetten multifuctioneel en niet beperkt door enige onzekerheid.
Goeie vent zegt de personeel officier (tegenwoordig HUMAN RESORSES) what's in a name.
Dus mocht je overgeplaatst worden denk dan aan deze woorden en vraag een flinke loonsverhoging.