Nee, hoor, gelukkig ben ik nog niet zover dat ik de herinneringen aan mijn leven moet gaan neerschrijven om dat de geest, mijn geest, weigert te werken. Maar ja, zoals ik al eerder schreef, je wordt ouder papa, je kan er niets aan doen. Het maffe met ouder worden is dat je dingen uit je jongere jaren beter voor je geest gaat halen. Of meer dingen van vroeger, van toen je jonger was, laat ik het zo zeggen! Nee, dat heeft niets te maken met "kinds" worden, hoor, helemaal niet. Nee, ik weet het niet precies, maar het valt me op bij mezelf, (of is aan mezelf), maar ook aan mensen in mijn omgeving van die leeftijd herinneren zich meer van 'toen', zeg maar.
Nu ja, ik weet het eigenlijk wel, hoor, als ik even nadenk. Ik ben nu op een leeftijd waarbij het "druk-druk-druk, werken-werken-werken, vergadering, haast, carrière mogelijkheden" en noem maar op, helemaal en totaal niet meer spelen. Mijn carrière is gedaan, mijn werk is weg. Onze kinderen, ik praat nu even voor de lief en mezelf, zijn de deur uit, nu ja, zo ongeveer dan, en redden zich behoorlijk, met werk en met redelijk stabiele relaties, noem het maar. We hebben kleinkinderen, ik ben nu "in between jobs" en heb dus zeeën van tijd om met de lief er op uit te gaan. (Vanmiddag waren we toevallig, het meissie wilde eens shoppen bij een zaak daar in de Bijlmer. De Amsterdamse Poort, heet het daar, en het is een vrij groot shopping centrum. Het was geloof ik al meer dan tien jaar geleden dat ik er geweest was. Toen voelde ik me er niet prettig, maar vandaag kwam er een totaal gevoel van onbehagen over ons. Wat een getto is dat geworden zeg! )
Maar goed. Ik zou, zoals vroeger belooft, eens verder schrijven over mijn KM jeugd, zeg maar, een stukje over de oude Onderofficieren die mij, maar meerder van mijn generatie, hebben geleerd wat het was om marine ziekenpa te worden en te zijn. Daar over nadenkend kwamen heel wat namen naar boven. Als eerste kwam ik Bart Vorstenbosch in het geheugen tegen. "Ome Bart", zeiden wij, zijn personeel en de "Leeuw van Amsterdam", zoals een toenmalige commandant van die Marine Kazerne hem ooit noemde. Ik noem zijn naam gewoon in "real time", ik ga zijn naam niet verdoezelen. Ik begreep dat hij nog leeft en still kicking is, hoewel hij nu ver in de tachtig moet zijn als ik even snel reken. Die rekensom is zo: ik was achttien ongeveer toen ik onder zijn hoede kwam, hij was Sergeant Majoor. Dat werd je in die tijd vaak pas op je vijfenveertigste, dus hij was toen minimalieus minstens 30 jaar ouder zijn dan dat ik nu dan ik ben. Ik ben nu 63 en kicking, dus Ome Bart moet, f... it, al in de negentig zijn?! Oh dan moet ik even snel door schrijven.
Goed. Ome Bart, zoals alleen wij, die hij mocht, hem mochten noemen. Ik was een jonge "takenboeker", zeg maar en kwam totaal onervaren, na mijn EVO, mijn Eerste Vak Opleiding goed gezien, als ziekenverpleger der tweede klasse, de ziekenboeg van de MKAD binnengehuppeld. Ik klopte aan op de deur waar Chef Ziekenboeg opstond. Een barse stem riep me binnen. In een klein kamertje van ongeveer twee bij drie stond een bureau. Achter het bureau zat een grove en grote man in het blauwe marine uniform, met vier gouden strepen op zijn arm en de uitmonstering, de esculaap, van ons dienstvak erboven. Daarboven dan weer de kroon van het korps Onderofficieren. Tegenover hem zat ook al een oudere en Indonesische man in een witte verplegersjas. Ik nam de houding aan en meldde me correct. De man in de witte jas keek me aan, stak zijn hand uit en zei: "Sergeant Gerritsen, jij wordt bij mij ingedeeld." De sergeant majoor, die de chef ziekenboeg was, stelde zich niet voor, maar zei: 'Ga zitten Graver. Neem ten eerste je pet af in de ziekenboeg. Da's les een! Nooit met een hoofddeksel op je knar een ziekenboeg binnenkomen. Dat is uit respect voor de doden die er kunnen zijn."
Ik voelde me heel klein worden. Doden? In een ziekenboeg? In 1970? He? Hoe zit dit? De oudere Indische man liep weg. "Ik zie je zo nog wel", zei hij. Tegen mij, tegen de chef? De Chef stak zijn hand uit en stelde zich uiteindelijk voor. "Vorstenbosch. Je komt hier werken? Goed. Je bent jong en je moet nog veel leren, maar daar gaan wij voor zorgen. Je mag roken, nu, als je wilt. Je hebt net les een van me gehad. Nu geef ik je les twee. Dat is een heel eenvoudig lesje! Je stuurt nooit en ik bedoel nooit een patiënt naar de kloten voor dat je hem hebt gevraagd naar zijn klachten of hem hebt onderzocht. Ja, er zijn simulanten zat bij. Maar voor dat jij dat door hebt als jonge ziekenpa, ben je jaren verder. Ik eis dus, van al mijn mensen, dat ze elke man of vrouw die hier binnenkomt serieus nemen. Mocht hij of zij de zaak belazeren omdat hij of zij geen wacht wil lopen, of niet willen marcheren of zo en die klachten zijn onterecht, dan kun je hen alsnog aar de kloten sturen. Maar ik wil ten eerste dat je elke patiënt serieus neemt. Duidelijk, mijn jongen?"
Ik verslikte me in de rook van mijn Zware Van de Weduwe, die ik net een week van tevoren was gaan roken. Na dat ik uitgehoest was zei ik: "Jawel Sergeant Majoor." Ome Bart gromde: "gewoon majoor is zat. Je gaat nu naar inrouleren, je krijgt een plunjekastje in een kamer van de kazerne. Vanmiddag na het schaften ga je aan het werk bij Sergeant Gerritsen. Je begint op de ziekenzaal. Wij lopen hier vier van de vijf de wacht. Ook de weekenden. Doe je werk zoals je dat geleerd is en ik ben de beste chef die je kunt hebben. Pis je buiten de pot, ben ik de slechtste chef van de wereld! Duidelijk?"
Het was helemaal kristal. Ik rouleerde in, at in de eetzaal Manschappen en Korporaals een bekend maandag menu van snert en bami en meldde me daarna bij Sergeant Gerritsen.
Die in de oorlog in een Jappenkamp had gezeten. Die er enorme trauma's aan had overgehouden. Die er nooit voor was verholpen. Die een verzamelaar van goederen was geworden en zijn maandelijkse quota van potloden en pennen, die hij maandelijks mocht aanvragen, dan ook ruim aanvroeg. Toen hij, een jaar later, de dienst verliet, bleken er ongeveer duizend pennen in zijn kasten opgeslagen te liggen. Het aantal administratieve formulieren, tempkaarten, ziektemelding formulieren, kladblokken, noem maar op, moesten met een vrachtwagen weggebracht worden voor her distributie.
=Later meer over Roy, Johan, Piet en noem maar op=
Geen opmerkingen:
Een reactie posten