Op mijn, rommelige en met boeken en bladen bezaaid, bureau staat, schuin achter mijn pc op een rij boeken, onder weer allemaal planken met boeken, maar wel goed zichtbaar, een bescheiden, maar fraai langwerpig doosje met daarin een gestileerde "V". Een V van veteraan. Het doosje wordt geflankeerd door mijn 'bintangs' aan de ene kant en door de draagmedailles daarvan, medailles op klein formaat, zeg maar, aan de andere zijde. De V zit nog in haar originele verpakking. Ik heb haar nooit, uit een vorm van schroom, uit het doosje durven halen en op een jas/trui/shirt/blazer durven spelden, hoewel ik daar het volste recht toe heb. Deze V wordt namelijk alleen uitgereikt aan Nederlandse (ex) militairen, die een bijdrage hebben geleverd aan de vrede en vrijheid in de wereld, hoe groot of hoe gering ook. (Ik leg dat verderop nog wel uit.)
En ja, ik heb die bijdrage ook geleverd, anders had ik die onderscheiding, want het is meer dan een Vierdaagse kruisje of een kruis omdat de drager een moeilijk parkoers per auto heeft afgelegd. Die laatsten bestaan namelijk ook. (Ik weet niet of het nu nog bestaat. Vroeger konden officieren van de krijgsmacht zich inschrijven voor een soort "puzzel- of sterrit", waarna ze dan, als ze het einddoel haalden, een medaille kregen, die ze echt mochten opspelden en bij officiële gelegenheden mochten tonen. Eh ja, onnodig te zeggen dat Bak 1 heel weinig van die sterren droeg, verdwalen en onzekerheid zit in hun genen of ze moesten dan een onderofficier als begeleider gehad hebben. (Nee, da's flauw. Ze konden ook het parkoers te paard af leggen. De paarden werden natuurlijk wel uitgezocht en hadden een ingebouwd kompas met TomTom. Nee, da's ook flauw.)
Enfin. Ik had vandaag een heerlijke middag. Ik had een onwijs spannend NL kampioenschap fietsen voor de grote jongens gekeken. Ja, op een zaterdag, inderdaad. Het kampioenschap werd verreden op Goeree Overflakkee en men is daar zo vroom als de bekende gemalen poppen fecaliën en men wilde de zondagsrust in ere houden. Ik logeerde ooit eens op dat (voormalige) eiland. Ik wilde dat men mijn zondagsrust in ere had gehouden, maar om 0830 begonnen die asociale kerkklokken al op te roepen ter kerkgang, schijnheiligen dat ze zijn in die kerken.
Na dat fietsen kwam een verslag van Veteranen dag, afgenomen, heet dat zo, in Den Haag. Onze koning, oud militair van de KM, nam, ditmaal in een KLu uniform, de parade af, geflankeerd door politici, die vaak nooit militair waren geweest, maar wel een graantje aandacht meepikten. (Hoewel die politici al jaren hun best deden en doen om Defensie helemaal uit te kleden of op te heffen.)
Ik keek met trots naar de voorbij trekkende troepen. Allemaal mannen en vrouwen die hun land gediend hadden, sommigen nog steeds, in allerlei conflicten, schermutselingen of oorlogen. Vaak in verre, nare en stoffige landen of wateren of luchten, als je mijn beredenering kunt volgen. Ik zag ze voorbij trekken, in het tenue van hun groep, in groen, blauw, lichtblauw, in camo. Vaak met baretten van hun dienstvak trots op het al ouder wordende hoofd. Ik zag ook hedendaagse militairen, soms gekleed in camo, soms met een "groene bek", , zoals men dat noemde, en met volle bepakking en bewapening, soms in zondagse tenues voorbij komen. Trots, ja. Ik had ook tot die mensen behoord. Mensen die niet vroegen, maar deden wat ze opgedragen werd. Ik keek ook met gemengde gevoelens. Ja, ik had daar ook kunnen zijn, mee kunnen lopen, ik had immers een uitnodiging gekregen?
Toch ben ik niet gegaan. Dat heeft heel veel uitleg nodig, die ik nu nog niet kan geven. Ik ben een V. Dat bewijst mijn onderscheiding, maar dat bewijst nog veel meer mijn innerlijke gevoel. Maar, als ik dan kijk naar de "oneerbiedig": 'ouwetjes', de mensen die passeren en die in de tweede wereldoorlog, in Nieuw Guinea, Indonesië, Korea of zo hebben gediend, bekruipt me een vaag gevoel van onbehagen. Die gasten gingen helemaal blind erin. (Het boek van Job Sytzen: Soldaat, Ravijn, Landgenoten, is daar een fraai voorbeeld van.) Ik heb het idee dat mijn V zijn, veel moderner was. Natuurlijk, we waren lang en ver van huis, we hadden het zwaar, we hebben alles uit de kast gehaald om onze uiterste best te doen. Maar ja, er was toch een verschil, vind ik.
En nee, schiet me asjeblieft niet af! Veteranen zijn Veteranen. Voor de echte hebben ik alle hulde en mijn baret reikt tot op de grond, zo laag neem ik die af! Maar ja, ik zag ook mensen voorbijtrekken die ik kende. Sommigen van hen hadden heel trots de V op de revers van de chique blazer. Ik weet wel zeker dat die gasten nooit in een echt oorlog- of spanningsgebied zijn geweest. Ze waren vaak drie of meer honderd kilometer van dat gebied verwijderd en hadden een veilig logistiek jobje. Maar ja, toch kregen ze de V. Tja.
Maar goed, ook de Veteranendag was fantastisch om te zien.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten