woensdag 16 maart 2016

Koken, KM en Kombuispraat (2)

Dus ja, we aten bij de 'baas' altijd, nu ja, zo goed als altijd, altijd goed. Der waren uitzonderingen op de regel, natuurlijk. Er was een Kok die van zich zelf zei dat zijn: 'hap was niet te bikke.' Zijn achternaam, die ik niet ga noemen, rijmde op dat 'bikke'. De kenner en lezer kent hem. Ik sprak wel eens met de nog jonge vent. Hij vertelde heel eerlijk dat hij het liefste 'stoker' was geworden, maar ja, zijn pa was ook al Kok geweest bij de baas, dus ja, het werd een soort van erfopvolging, zie bij ons koningshuis. (Zijn maaltijden leken vaak ook met een vetspuit en een klepsleutel in elkaar gerost te zijn, overigens.)
Hij was overigens een uitzondering. De rest van die Koks, waren vaak gelijk aan de chefs van de duurdere sector van restaurants, hoewel ze het met veel minder personeel, en met heel wat minder pretenties dan die over het paard getilde horeca heldjes, en onder vaak veel meer moeilijke omstandigheden moesten zien te fiksen. (Ik gaf al aan: windkracht acht en zo, een stampend en rollend schip, ga der maar aan staan. Ik zie die dikke naarling, ik ben zijn naam kwijt, maar hij heet Herman met Bonen of zo, of die man van "De Garage", dat Braakding, dat niet doen) 
Veel van onze Km Koks hebben overigens vaak gekookt voor het KH, zijnde het Koninklijk Huis. Aan boord van de Piet Hein, niet het fregat, maar dat jacht of op de Groene Draeck, waarover de discussie van de betaling van het onderhoud nu iets is gaan liggen. Als je dus zo een chef etenkoker aan boord had, dan wist je dat je dus helemaal geramd zat. Gekookt werd en wordt er, in het kombuis. Vaak is die plek in het midden van het schip gepositioneerd. Logisch, natuurlijk, dat is de plek waar het schip het 'minst' beweegt, relatief dan. Tegenwoordig zijn alle kombuizen natuurlijk onderdeks, gelegen aan de centrale 'whale gang' maar op de oude jagers, (een hele ouwe l.. als ik heb er nog op gevaren, nu ja, vijf keer dan, niet meer) lag ze ook in de midscheeps maar op het open H-dek en dat is iets wat ik snel uitleg. Het H-dek was het eerste dek boven de waterspiegel, bij jagers was dat een dek dat slechts, een meter, misschien zelfs minder, boven die waterspiegel lag.)
Als er gekookt was en het dus etenstijd was, kwamen de hofmeesters of zeuntjes, zeg maar de hofmeesters voor het 'plebs', de matrozen en Korporaals, hun rantsoenen ophalen. De eetzaal voor de officieren, de Longroom, lag twee dekken hoger en een eindje naar voren. Het Caf, eetplaats voor de Korporaal en de mannen, lag op hetzelfde dek en ook naar het voorschip toe. De 'ouwe lu.... bergplaats, het prostaathok, nu ja, het verblijf van de Onderofficieren, die hadden hun eetzaal in de Gouden Bal, het Onderofficiers verblijf. Dat verblijf lag ook op het H-dek, maar dan meters naar achteren. Het afhalen van de maaltijden gebeurde in grote gamellen, een soort lichtmetalen bakken, voor alle gerechten een andere, natuurlijk. Apart voor soep, rijst, aardappelen, groente, noem maar op. En dan ophalen ging via het H-dek, dat dus net aan een halve meter boven de zee lag. Je begrijpt dat er vaak wat zeewater over de dekken stroomde en stoof en bij hogere zeegang, (bij jagers was dat stromen en stuiven al bij windkracht 1 hoor, die schepen rolden al op nat gras), ook over de gamellen stroomde. Daardoor werd het eten vaak waterig en de soep natuurlijk, extra zout.
Als het echt slecht weer was, moesten de etensdragers via een open maar hoger gelegen dek naar hun respectievelijke verblijven. Maar, daarna moesten ze weer een dek lager, door een mangat, loodrecht een of twee dekken naar beneden. Rechte gamellen, en een rond mangat! Wiskundig interessant, maar niet voor de etensdragers. Heb je dat wel eens gedaan met zeg: vijftig kilo warm eten in je hand? Een loodrechte ladder af klauteren en dan maar hopen dat je geen twintig liter kokende snert in je nek krijgt? Ik zeg je: tijdens die acties hoorde je hele interessante en vooral nieuwe en behoorlijk vreselijke woordkeuzes. 
Maar goed: het kombuis was, toen, nu nog, de janmaat kennende, een centrale plek aan boord. Een plek waar er altijd verhalen te horen waren. De maten en de Korpen, kwamen daar samen. Daar kwamen dus ook alle verhalen samen. Roddels, nieuwtjes, al dan niet waar, over de nieuwe reis die het schip ging maken, het ging b.v. als volgt: 'Ik hoorde dat er zonnetenten (voor een reis naar de tropen, noot van mij) aan boord komen, dus ja, we gaan naar de Middellandse zee, man, heerlijk. Barcelona, Malta, Napels, Haifa, weet je wel?' zei een opgeschoten matroos, die het niet kon weten.
'Nee, man, gelul, we krijgen winterkleding aan boord, dus we moeten "towed array"(om de Russen te achtervolgen zeg maar, noot van mij) systeem varen in de buurt van IJsland', zei een stoker die het niet kon weten.  'Ik hoorde dat het hele schip 'tropen gekeurd' moest worden', (het schip zou op zijn minst zes maanden dienst doen tussen de keerkringen, noot van mij) zei de ziekenpa, die het niet kon weten. 'We worden stationsschip in Rotterdam, daar vangen we gedetineerde matrozen op", zei de OllievanPollie. (Gedetineerde matrozen bestaan niet, gedetineerde Mariniers wel, noot van mij.)
'Attentie, hier de brug. Het schip zal de volgende twaalf weken ter beschikking staan en samen werken met de Royal Navy. We gaan RN onderzeeërs afoefenen in Faslane, in Schotland', zei de Commandant.
Allen: 'F... Faslane! Nee, hé? Waarom worden wij gestraft? Faslane! The Hellhole van de wereld!'
Tja, kombuispraat, altijd leuk en verwarrend. Kombuispraat mag je niet verwarren met 'zaaien'. Daar zal ik het nog wel eens over hebben!


dinsdag 15 maart 2016

Eten, koks en KM







Ik had de mazzel om, in mijn KM tijd, vrienden te zijn met de KOK's en BOTT's aan boord. Nu ja, mazzel? Nee, die mensen zoek je uit als vriend. Ok, even terug. KOK's zijn, nu ja, gewoon kok aan boord. Hun titel was te kort om daar een afkorting voor te vinden, maar voor BOTT zal ik het uitleggen. Een BOTT is een bottelier. Ja, in de geschiedenis was dat een man, (man) toen nog wel, die dingen bottelde. Later in de historie was het een m/v die zorgde voor de voedsel/drank voorziening aan boord van schepen. H/z was de "filman", de filiaalmanager, aan boord van schepen en kazernes, zeg maar. (Dat die groep koks en botteliers later samen met de groep hofmeesters overging in de Logistieke Dienst, waar wij, ziekenverplegers ook deel van uitmaakten, net als schrijvers en magazijnbeheerders,niet te vergeten de wassers, versoepelde het vrienden worden met de later genoemde groepen erg. Dat was allemaal bijzonder handig: de MB, magazijnbeheerder, ging over alle onderdelen, los/vast die aan boord van een schip, ik vergeet nu, voor het gemak, even de kazernes en zo, aanwezig waren. Miste je nu een onderdeel, vaak dingetje dat je nooit gebruikte, (Ik noem even: waterdief met pik aansluiting, ja echt) maar dat je dan wel moest hebben en laten zien bij een tussentijdse controle van een groep mensen die er alleen op uit waren om jou te kunnen afzeiken, dan was de MB de man om daar wat mee te ritselen. Dat ding had je dan wel, maar was, op een administratieve manier even niet aanwezig.Ik heb nog steeds een hele goeie maat, ene Gypsie, (och, ik vertel het nog wel eens waarom hij zo heette), waar ik nog steeds, op afstand, een heel leuk contact mee heb. Hij heeft trouwens goed geboerd, in het leven. Ik gun het hem, hij was een moord collega en ik denk en lach nog vaak over zijn stunten van ooit!
De schrijver, de "toelis", in het Maleis, was interessant om als vriend, marine speak: 'sobat' te hebben. Je had vaak declaraties uit staan, je moest soms, je kon toen nog niet pinnen aan boord, misschien nog niet, plakka's/roebels/doekoe/munten/kloeten/ ik noem maar wat, opnemen. Ook kreeg je toen nog "havengeld." Misschien bestaat dat nog? Dat verhaal op zich is al een Blog waard. 
Dus ja, het was interessant om je logistieke vrienden te vriend te houden. Nu was het vaak zo, dat de Logistieke dienst toch al een goed en intiem geheel was. Wij waren de 'non-combattanten' aan boord. Wij waren, nu we werden beschouwd, in tegenstelling tot de 'echte' krijgers, de Operationele Dienst of de Werktuigkundige -, of de Wapentechnische dienst, geen echte "soldaten". Zonder die laatste groeperingen, zou het schip niet kunnen varen, volgens die laatste groeperingen. Dat ze zouden kunnen varen zonder vaccinaties, alla, dat begreep ik wel, maar dat ze zouden kunnen varen of werken zonder 'voer', nee, dat ging er bij mij, en de rest van de LD, dan weer niet in. (Onze uitmonsteringen waren dan ook in zilver uitgevoerd, in tegenstelling tot die zogenaamde zeehelden, waar het allemaal goud was, wat er blonk.)
Maar, ik wil het nu even over een bepaalde deel van die LD hebben, namelijk de koks. De KM koks of kokologen, hapvergriepers, kanebraaiers, pieperverziekers, noem alle bijnamen maar op, zijn de beste ter wereld. Dit meen ik serieus. Ik heb in mijn jaren, altijd goed of best gegeten bij de baas. De Km kok moet vreselijk veel kunnen. (Niet alleen de Km kok, alle Km mensen, natuurlijk, maar het gaat nu even over die ene functionaris.)
Ze kregen (krijgen) een gedegen opleiding, maar leerden het vak in de praktijk. (Wie niet?) Want, en als jullie zelf wel eens koken, elk recept is weer anders. Dat ligt ook aan jezelf. De ene dag heb je meer inspiratie dan de andere, stop je of geef je iets meer van dat kruid, of die specerij, of wat meer of minder smaakmaker toe aan een gerecht. Dus ja, als je als jonge kok, een chef krijgt die gek is op bijvoorbeeld nootmuskaat, of kruidnagel, zal je dat meer door je vleesrecepten doen, toch? Of, als je een Indonesische chef hebt, doe je wat meer sambal door het gerecht? Nu ja, ik noem maar wat!
Maar goed, zo een 'sjeffie' moest vaak soms als jonge matroos kok, al zijn weg zien te vinden aan boord van een mijnenveger of als 'kok van de wacht' op de grotere boten. Dat was niet gemakkelijk, maar ze deden het (bijna) altijd goed. Probeer maar eens een hap eten te koken, ik heb het nu niet over een pannetje snert, maar over een menu met twee aardappel gerechten, soms drie, gebakken/gekookt/gepureerd, twee groentes minstens, vlees/jus en nog eens een nagerecht ook? In je uppie? voor veertig man? Met een schip dat slingert als een gek?
Respect! 
Later meer.Over rijsttafel bijvoorbeeld.
(Maar: de OllievanPollie als vriend, was ook wel weer goud waard. Ik heb er met een hele goeie gevaren, overigens! Helaas is hij 010 fan. Maar, ik mocht altijd zonder pet lopen, zeg maar! En die OllievanPollie leest dit ook wel. Grts, ouwetje!) 



maandag 14 maart 2016

Over Schijnheiligheid

Normaal gesproken kijk ik nooit naar Pauw. Niet omdat ik het een heel slecht programma vind, geloof ik, maar omdat het altijd zo laat wordt uitgezonden. Op mijn leeftijd moet je je bewust zijn dat je op tijd aan je schoonheidsslaapje begint, niet waar? Pauw is de opvolger van ene mevrouw Jinek. Jullie, nu ja, wij, mannen, kennen haar wel. Mannen? Hoezo mannen? Nu ja, ze had in elk geval een prettiger figuur, een beter voorkomen dan en was ook nog eens knapper dan Pauw, zeg maar. Qua interview techniek en qua kennis en kunde van haar vak was ze onovertrefbaar. Scherp, snedig en niet bang voor een confrontatie! 
Goed, ik kijk niet vaak naar haar aflosser, die Pauw, soms dus wel, als ik tijd en zin heb, en als de lief niet een ander programma, zoals wielrennen of Studio Voetbal, wil zien, dan kijken we wel eens naar de herhaling op de volgende middag. (Ja, hoor, er mag gelachen worden om de Tv voorkeur van mijn E..) Goed, zo een kijkmiddag was vanmiddag. Ik had een heerlijk, maar heel koud en heel dik uur gefietst, was totaal verkleumd thuisgekomen  en had warm en lekker gedoucht en we waren even wat gaan shoppen. Thuis gekomen zetten we de Tv aan en we vielen halverwege de 'Pauw' uitzending met een behoorlijke deur in huis, zeg maar. (De uitzending van Tirreno-Adriatico was nog niet begonnen.) Er waren al wat onderwerpen geweest schijnbaar maar het volgende onderwerp ging over het studentenblad "Folia",een blad dat gemaakt wordt en misschien ook volgeschreven wordt, voor en door studenten van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, afgekort: UvA en HvA. Dat blad, ik ken het niet echt, in mijn studieperiode had je alleen de dagelijkse orders en de bekendmakingen commandant, zeg maar, schijnt niet eens zo super kritisch of opstandig te zijn. Het blad is direct na de oorlog, 1948, ontstaan, maar heette toen nog Folia Civitatis. In de jaren tachtig en negentig schreven een hoop, alweer overleden, maar toen en nu later bekende Nederlanders, zoals Boudewijn Buch en Theo van Gogh, voor het blad. De schrijfster en cabaretier Paulien Cornelisse en ook Aaf B.C. schreven/schrijven ook voor het blad. Goed, lesje geschiedenis, nummer zoveel.

In ieder geval was er weer eens een rel, of misschien wel een eerste rel rond het blad. De feiten: Folia publiceerde een nummer dat specifiek over 'borsten' ging. Borsten, je weet wel. De vormgevers van het vrouwelijke figuur. De "melkfabrieken met aangelegde zuigtuiten" quote Brigitte Kaandorp. Een vriend van me, foei, hoe anti feministisch, zei het zo: "Speelgoedtreinen en borsten zijn allebei voor kinderen bedoeld, maar volwassen kerels spelen er vooral mee." Nee, nee, nee, ik zou dat niet zeggen, nee, jullie kennen me. Maar, het blad Folia pakt dus uit met haar Borsten nummer. Dat nummer wordt ter plekke verboden en uit de roulatie gehaald door de decaan van de school, ene mijnheer Jippie of Tippie, zoiets. Hij was in de uitzending van Pauw, samen met de hoofdredacteur van het blad. (De hoofdredacteur was overigens een mijnheer met een Turkse naam, maar dit even terzijde.) 'Waarom het blad uit de roulatie werd genomen?' vroeg Pauw, hierna P. 'Nu ja', begon de decaan Tippe, hierna T., 'nu ja, we hebben binnenkort een open dag, daar komen veel studenten met hun ouders op af en ja, nu ja, we wilden geen overschrijdende basis discussie over niet opgezette of toe merkende en taboe doorbrekende normen en waarden.' Vervolgens werd de man aangevallen door de hoofdredacteur van het blad, een collega, en door P. himself! Ik schrok me de tinkenvering!  Het meest politiek correcte en linkste jongetje van de klas viel zowaar een nog politiek correctere en schijnheiliger jongetje van de klas aan.  
'Is het niet zo', vroeg P., 'dat u dit blad wil verbergen voor mensen van de islamitische geloofsgemeenschap?' T.: 'Nee, nee, we willen alleen niet dat men zo maar denkt dat we allemaal diepgravende en taboe doorbrekende discussies niet (of juist wel) uit de weg gaan en ... er volgde een hoop Bla gehalte en welzijnsklopper getoeter.' 
Op dat moment braken wij, thuis, beiden in een luid "BOE" geroep uit. Wat een Flinksigheid, zeg. Nee, maffe hypocriet: je bent bang voor de reacties van de (strenge) islamieten die eventueel naar jou schooltje willen komen en daar iets zien wat hen mogelijk niet aanstaat. (Ik zie dagelijks burkas en zo, die mij niet aanstaan!) Lulmannus, zeiden we, Je bent bang om je schrap te zetten en je hoofd recht te houden voor onze normale normen en waarden.Je bent gewoon een laffe meelopende hondenkop!

Ik begrijp het wel: borsten/tieten/hout voor de deur, zijn dat dan normale normen en waarden in ons land? Nou, de een vind van wel, de ander van niet. Maar: je ziet tegenwoordig op het strand of op je achterbalkon of in de Libelle, de Viva (bestaat dat nog) de Flair (bestaat dat nog?) meer bloot lijf dan in de Playboy hoor. Dus ja, ik, persoonlijk, ik ben dol op kinderspeelgoed, vind een foto van borsten niet aanstootgevend en meer dan de helft van ons land ook niet. Noch vind ik dat een blad dat die foto's publiceert uit de handel genomen mag worden. Dat is, in mijn ogen, gewoon censuur. En censuur, daar doen voornamelijk fascisten aan. Fascisten die ook de uitzending van de film van Geert Wilders wilden verbieden. Vaak zijn het overigens linkse lieden. Lieden die de bek vol hebben van: 'vrijheid van meningsuiting.'
Geloven jullie het?

vrijdag 11 maart 2016

LUPAK, deel twee van twee.

 



Ik had, ten uitleg van het vorige Blog, nu natuurlijk een hele lange lijst met allemaal afkortingen neer moeten schrijven, voor degene die dat soort jargon nog niet kent, maar ik geloof dat iedere lezer, het waren er verrassend veel overigens deze keer, wel begreep waar het ongeveer overging.
In ieder geval, in het Korps, we hebben er maar een in ons land, een Korps dat bol staat van heldendaden en tradities, treffen we ook nog mensen aan met humor. Niet veel, ik geef het toe, maar de man die de kreet "LUPAK in de LIBOZA" op zijn geweten heeft, spotte een beetje met het feit dat het Korps, (nu hoef ik geen m/v in te vullen, het Korps heeft namelijk geen /v in dienst. Dat heeft niets te maken met discriminatie, hoor, maar alles met het feit dat /v slimmer zijn dan de MARN, hetgeen tot veel geharrewar en gezichtsverlies zou kunnen lijden bij de heren van het Korps). Maar goed, dat LUPAK en verder, heeft alles te maken met het feit dat het Korps alles afkort en zich ook nog eens bemoeit met het feit hoe jij je "rugzak" (zie de moderne versie boven) in moet pakken. "Alles boven in, man', vertelde me een collega vrolijk. 'Als je wat onderin moet zoeken, wordt dat allemaal moeilijk.' Ik weet niet of hij zijn eigen verhaal geloofde, maar ja, bij MARNS weet je het nooit!
Maar: er is geen echte haat hoor tussen hullie en wullie. Ik heb dat allemaal eerder
Nee, nou ja, weet je, der is altijd wel wat tussen wullie en zullie. "Vloot en torren, het zal nooit wat worren", zei Michiel de Ruyter al en die kon het weten want, "die hep se opgerig!" Toen bestond de vloot overigens al tweehonderd jaar of zo. Soit.
Ik heb het een en ander, de verhouding tussen vloot/korps, al eerder uitgelegd maar ik heb altijd voortreffelijk met die mannen kunnen dienen. Toch moet me een staaltje Korps humor van het hart. Dat komt van mijn, in het eerdere Blog al genoemde, zoon, Werner. Nee, we hadden absoluut geen familiale betrekkingen, maar vaak is de naaste medewerker van een Adjudaris bij het korps zijn MARN1 schrijver en vaak noemen die zich "pa en zoon", zeg maar. Het onderstaande dat je gaat lezen is niet discriminerend. Het gaat over het feit dat een compagnie van 2BAT, het tweede bataljon, zou gaan oefenen met een deel van de Antilliaanse MARNS, dat is nu een zelfstandig onderdeel van de Antilliaanse zelfverdediging organisatie. Nee, val nu niet over me heen met allemaal kretologie, toen heette het nog de ANTMIL, laten we het daarop houden. Oke, het verhaal is even ingewikkeld, dus hou je kop der even bij, zet dat biertje even weg. Die genoemde Compagnie (Cie) van, 2BAT, was in de voorbereiding van die oefening tegen wat problemen aangelopen en zou dus pas een week later aan komen op Curaçao. Daar zouden ze, samen met een Cie van de ANTMIL een oefening voorbereiden in Mexico, bij Vera Cruz. Samen zouden ze dan een strand bestormen onder het slaken van kreten als: "OEAAH" en zo de locals schrik aanjagen en verder heel stoer door het leven gaan. Nogmaals, de bestemde Nederlandse Cie ging een week later. Dat kregen wij, de CDEGNKCIE, zijnde de AOOLDGD en zijn zoon, MARN1ALG, ook te horen. Logisch, want een club van 'mijn' mannen ging mee en ik moest hen dus inlichtten dat het een week werd verschoven. Ben je nog mee?
Goed, mijn 'zoon' en toeverlaat Werner, had het bericht ook mee gekregen en kreeg een lumineus idee. Lees mee:
'Adjudant, zullen we iemand even opfokken?'
'Altijd. Wie nu weer?'
'De stip van de .. Cie. Die zouden naar Mexico, maar dat is uitgesteld. Ik mag die Adjudant niet.'
'Nee, het is inderdaad een ..., nee, ik ga niet lullen over een collega.'
'Dacht ik ook niet. Loopt u even naar zijn bureau, verzin een smoes. Ik ga even bellen.'
Ik liep naar de barak van de Cie in kwestie, semi om iets te vragen aan de collega adjudant, die ik ook niet zo mocht.
Toen ik net binnen kwam, ging de telefoon. Het gesprek werd gevoerd tussen een AOOMARNS en een zogenaamde SGT van de ANTMIL. Stel je bij die laatste een dik en vet accent voor van een Arubaan of een man uit Curaçao en je hebt de toon ongeveer!
'Hallo, met adjudant Uitdeketting, ... compagnie.
'Eh, he allo, eh, seg maar adjudan, u spreekt met sersjan Uiterwoon, waar sijn jullie now?'
Ok, wist ik, dit is de stem van Werner, verdraaid, maar ik ken de intonatie. De adjudant:
'Hoe bedoel je: waar we nu zijn?'
'Now, ik sta hier op die stran, met mijn mannen op jullie te wachte, non?'
'Eh, op welk strand?'
'Now, zoals afgesproke, bij Vera Kroets, non!'
'Eh, bij Vera Cruz? Maar eh, ja, eh, hoe kom je daar en wat doe je daar?'
'Now, met die boot gekomen hoor, gewoon. Wij hebben die boot gepak en dan sijn we naar hier gekoome, maar sonder jullie, non?'
'Maar, eh, ik, eh, wait one (heerlijke kreet) ik verbind je even door.'
'Is goed hoor, ik kan wel wachtu, dat doe ik al so lang, non!'
(Even dacht ik het geproest van een MARN 1 op de achtergrond te horen)
(Even later, ik was bij de CDT van de Cie binnengelopen, met een smoes)
'Met Majoor Ziekjemorgennog, met wie spreek ik?'
'Now, sersjantmajoor, u spreekt me sersjan Uiterwoon, waar blijven jullie now, non?'
'Nee, ik ben geen sergeant majoor, ik ben majoor, zeg maar grootmajoor.'
'Now ser, eh grootmajoor, ik ben op die stran, maar ik sie jullie niet toch, weet je?'
'Maar,op welk strand ben je dan? En wie ben je dan?'
'Now, dat heb ik vijf maal geseg, hoor mijnheer godmajoor, ik ben op die stran van Vera Kroets en jullie sijn der niet? Ik ben van die ANTMIL, weet je, non?' 
'Maar man, die oefening ging toch pas een week later door, heb je dat niet gehoord of gelezen?'
'Nee commandant Godmajoor, nee, hoor. Ik en mijn mannen waren op die stran en nee, ik weet van niets hoor, weetje now?'
'God ja, nu ja, wat een gedoe. Ok, neem een hotel of zo en dan komen we volgende week elkaar weer tegen.'
'Maar sergodmajoor, waar moet ik een hotel van betalen? Ik heb geen plakka's meegekregen hoor? Ik weet niet wat mijn mannen moeten eten en drinken en so? En onze vrouwen en kinderen, hoe moet ik die voeden? Se hebben honger en dorst toch, hoor mijnheermajoor, na een week, toch, weet je?'
'Noem me geen je, ik ben een majoor, ik ben officier. Jezus! Vrouwen en kinderen? hebben jullie die meegenomen? Ok, sergeant, blijf hangen aan de lijn, ik ga informeren! Ik bel nu het Hoofdkwartier.'
'Nee Godesmajoor van die hoofdkwartier, ik had maar een kwartje, weetje, ik ga jou neerdoen hoor, die bel gaat toeteren, ik heb geen sen meer, hoor!' 
Ik verliet het kantoor van de godmajoor, mijn lachen moeilijk in houdend, sterker, ik kon mijn blaas amper in bedwang houden. Ik holde terug naar ons bureau. Werner had misschien net even een blad te veel opengeslagen, maar hij gooide net, tranen in zijn ogen, de hoorn op de haak. 
Ik weet alleen dat er nog een heel gedoe is geweest. Er is veel gezocht naar ene sergeant van de ANTMIL die Uiterwoon heette. De naam kwam helemaal niet voor, nergens op de Antillen. 
Gelukkig kon dat toen nog. Er bestond nog geen nummermelding!

woensdag 9 maart 2016

LUPAK in de LIBOZA, 1 van 2.

Ja, zo stond het echt in mijn eerste OPORD die ik ooit kreeg! 
Voor pers van de GNKCIE: LUPAK in de LIBOZA, het stond er echt! Ik was net aangetreden als CDE van de GNKCIE in de VBHKAZ en was nog druk bezig met inrouleren en om mijn barang, die ik met een LARO van uit het PLUMAG naar mijn barak had laten brengen, met behulp van mijn toelis, een hele brave MARN1, in mijn walplaatsers kast op te bergen, toen de OC me, door een ZVP van de ZB, liet halen om me aan te zeggen dat ik het voor 1500 uur af moest hebben, maar liever ASAP.
Ik las: Dzv CDEGNKCIE een LAROZAU met bemanning voor KARLGUSTAV schietoefeningen op VOLKEL. Dzv CDETCIE een RAU met WAWA voor idem. Dzv CDEVBCIE bemanning voor RAU. Opvoer van voeding niet voorzien, dus LUPAK in LIBOZA.

Goed, mensen ik begrijp het, jullie willen me afvoeren. Spuit hem plat, de man vertelt, zoals gewoonlijk, de meest klinkklare nonsens, ik hoor het aan jullie stemmen. Toch is dit een voorbeeld van echt, waar en serieus communiceren. En wel in de Mariniers wereld van een tiental jaren geleden. Ik heb het vaker over 'jargon' gehad, de taal die mensen spreken die samen een taak verrichten of samen in een bedrijf werken. In mijn "In de Super" tijd, ik mag die naam niet meer voeren, heb ik wel eens uitgelegd dat mensen die in Supers werken ook jargon gebruiken. AGF, DV, KW, k..werk of zo. Jullie, nog werkenden en die dit lezen, kennen jullie eigen jargon natuurlijk. De voorbeelden hierboven geschetst zal ik in een volgende Blog uitleggen, maar laat het even op je inwerken en probeer die taal, zoals die in die afkortingen voorkomen, te ontwarren, of ontwaren. 
Voor (oud) collegae is dat natuurlijk een PSCHL. Nee, geintje, dat moet gewoon peulenschil zijn. 
Ik heb en had vaker met de 'Torren', of de 'Paarden' of de 'Rood gebiesde Jazz band kevers', zoals de vloot de mannen van het Korps dan noemt, te maken gehad. Maar nog nooit was ik als "baasje" van een "club", opgetreden, zoals men mij nu beschouwde en wat ik dan ook echt was. Hoewel ik nog net aan SMJR was, met al de halve galons van een stip op mijn groen, liep ik nog in een blauw, want vloot, tenue. Ja, ik weet het. Beetje uitdagen, ook, beetje mijn punt maken. Ik ben dan wel de chef van een MARNS compagnie, maar ik heb wel een blauw hart, blauw bloed, (vlootbloed) zeg maar en dat moet men wel weten. (Ik heb overigens twee jaar lang voornamelijk het camo van het korps gedragen, hoor. Ooit ben ik gecrasht met de racefiets en moest mijn onderarm in het 'gips', dat heb ik wel in het blauw aan laten leggen!)
Maar goed, dit was natuurlijk een eerste test, dat begreep ik ook wel. Iemand, en waarschijnlijk mijn CDT, een niet zo geliefde officier arts, (hoe eufemistisch kun je zijn?) een jonkheer overigens, wilde me testen en zien of ik dit kon en wilde oplossen, zonder verdere informatie te hebben gekregen van zijn voorganger. Zijn tweede man, een ELNTMARNS, zat er natuurlijk ook achter. Eerst even die nieuwe 'stip' proberen af te zeiken en dan zien hoe de leiding hem in zijn tas, lees macht, kon krijgen.
Even over mijn voorganger. Dat was een adjudant, net als ik. Althans, hij was, net als ik, adjudant geworden op die functie. De man diende zijn minimale drie maanden uit en kreeg van een 'holmaatje' van hem een officiersfunctie in de schoot geworpen in het Helderse, bij de Helderse struikrovers. Nee, natuurlijk noem ik geen namen. Ik geef de initialen weer: EA en HM. Dat is genoeg voor de insider.
Hieronder volgt een heerlijk stukje 'kromtaal', jargon, 'torrenspeak' van mijn ooitmalige MARN/SCHR Werner. Een man met zoveel humor, kennis van het bedrijf en zo'n geweldige inzet dat ik zijn beoordeling alleen maar in allemaal DE's, voor de kenner zegt dat zat, kon invullen. 'Nee', zei de zure jonkheer, 'dat mag niet. Dan zou een marinier der eerste klasse beter scoren dan zijn commandant. Dan ik dus.' 
Verrek dacht ik, zelfs de meest schurftige straathond heeft een beter beoordeling dan jij ooit zal verdienen. 


Ik weet niet meer wanneer het was maar het was in Noorwegen. We hadden een nieuwe arts bij. Een jonge kerel. Zijn naam ben ik even vergeten.
Wij waren in de loop van de avond terug gekomen op onze locatie. Ik was ingedeeld als ziekenpa en zat nog even na te praten met onze arts die overigens niet mee het veld in was geweest. Het was een arts die volgens mij voor de eerste keer sneeuw had gezien en zo uit de schoolbanken bij moeder de gans was weggetrokken. De hele reis vond hij wel heel erg indrukwekkend en keek z'n ogen uit.
Druppels gewijs kwamen de mannen binnen tot op enig moment op de deur geklopt werd. Een marinier in vol oorlogsornaat kwam binnen. De arts die kennelijk nog nooit een marinier in actie had gezien wist het gesprek niet op gang te brengen. Ik had schik, weet ik nog, en de marinier die in de deuropening stond besloot zelf het gesprek maar op gang te brengen omdat hij van plan was om op z'n minst nog een paar uur te willen gaan slapen.
"He pil...... heb ik weer. Ben ik bij first light met mijn baksmaten aan het jeuren op de deuren van de baas en hangen we als eendjes achter elkaar achter een beevee van die butsen toen op enig moment zo'n steekneus voor mij uit stapt en ik zo met mijn klus tegen het dek aan klap waarbij een van mijn vreetstenen is afgebroken. Ik begrijp dat ik daarvoor bij de smoelensmit moet zijn maar heeft u iets tegen die pijn in mijn knar. Trouwens mijn kak is ook verdraaid maar zolang ik op kakken blijf staan gaat het wel."
Het enige wat die arts toen zei was..... "ik kom zo bij je wacht maar even op de gang".
Op dat moment vroeg die arts, "Werner wat mankeert die kerel?"

maandag 7 maart 2016

Het Proces, over vrije meningsuiting!

Jullie kennen misschien het boek van Franz Kafka met die titel, Het Proces? Het is geen gemakkelijk boek, ik heb het meerdere malen moeten lezen om het te snappen. (Goed, ik ben inderdaad niet zo clever, zoals jullie.) Het gaat om een man die een aanklacht tegen zich ingediend krijgt en zich daar tegen moet verweren. Maar welke aanklacht is het? Dat wordt nooit helemaal duidelijk, dus is zijn verdediging, die hij zelf voert, extreem moeilijk. (Al helemaal omdat hij geen idee heeft waar het gerechtsgebouw zetelt en op welke dag het proces is.)
Dit even als opstapje naar een proces dat binnenkort (ooit?) gaat beginnen tegen de leider van de PVV, de heer Wilders. Ik heb ooit, nu ja, meerdere malen, beloofd dat ik niet aan politiek ga en wil doen in mijn geschrijf en ik ga niet van die regel afwijken. Maar, er zijn dingen die me bevreemden en ja, omdat het Blog "In de Wereld" heet en ik hierin mijn visie op de wereld, zo ik die bezie, beschrijf, wil ik het toch even aanhalen. Dus: maak je geen zorgen! Ik roep niet op voor de heer Wilders of tegen die mijnheer. Ik probeer zo neutraal mogelijk te zijn.
Goed. Een jaar of twee geleden, in een zaaltje ergens in den lande, zoals dat zo fraai heet, was er een bijeenkomst van de PVV. Nu ja, het was in Den Haag. De aanvoerder van die partij, die mijnheer Wilders, sprak, zoals zo vaak, over zijn favoriete onderwerp, de dreigende islamisering van Nederland. Dat is al jaren een heet hangijzer en een politiek speerpunt van de PVV, zijn politieke partij. Hij, Wilders, had het al meerdere malen over een "tsunami van de islam" en dat soort kretologie gehad. In de Tweede Kamer en de (linkse) pers werd hij daarom met schande en met hoon overladen. (Hoeveel gelijk je als politicus kunt krijgen, bleek later.) 
In die bijeenkomst, daar in de residentie, riep hij: 'Willen jullie meer of minder Marokkanen?' (Ja, dat is populistisch, inderdaad. Maar is het ook fascistisch? Of antidemocratisch? Ik durf het niet te zeggen.) Enfin, de zaal, nee, de luisteraars/sympathisanten in die zaal en dat zullen inderdaad wel voornamelijk PVV aanhangers zijn geweest, en, blijkt achteraf, dus niet Wilders zelf, begonnen te roepen: "Minder, minder" en dat dus ook nog te scanderen. Opgenomen en opgezet in Youtube. De pers kreeg er dus lucht van, het Tv volk deelde het ook nog eens op de buis. DWDD, Pauw, Jinek, dat soort programma's. Dus ja, nu was er weer een rel geboren. "Wilders zou racistische opmerkingen tegen de islam en de Marokkanen hebben geroepen", kraaide het journaille. Maar: is Marokkaan dan een ras? Volgens mijn bescheiden mening niet. Een Marokkaan is een mens uit een land dat Marokko heet. Is islam dan een ras? Nee, volgens mij niet, het is een geloof en, vind ik, op persoonlijke titel, geen prettig geloof. Moet ik nog uitleggen over de hele erge man/vrouw verschillen in dat geloof? Moet ik uitleggen over de enorme intolerantie van dat geloof tegen over andere geloven? Moet ik uitleggen dat die gasten het verdommen om een vrouw een hand te geven? Moet ik ook nog vertellen over de opstelling van de islam tegenover onze HLBT's? Ik dog et nie! De islam is een extreem intolerant geloof, en daar richt Wilders zijn pijlen op, als democraat en gelovige in een wereld waar de vrije meningsuiting wordt gewaardeerd en gerespecteerd. Dus ja, als mij dat tot een Wilders 'fan' maakt: het zij zo.

Feit is wel dat hij dat hij had voorspeld dat Europa (nu ja, dat gedoe in Brussel) iets was om ons, de rijkere, want meer hardwerkende, west Europese landen, voor de minder rijke, want minder hardwerkende landen, te laten dokken. Dat hij ook die tsunami van de islam vluchtelingen had voorzien en voorspeld? Ja hij waarschuwde er jaren geleden al voor en ja, wie heeft er gelijk gekregen?
Goed dan, het OM in al haar wijsheid, wilde Wilders toen vervolgen doordat hij tot discriminatie had aangezet. 6400 mensen, en natuurlijk niet alleen Marokkanen, maar ook linksige partijen mee hangers natuurlijk, hadden bloed geroken en dienden een aanklacht in. 
Maar: stel nu dat een voorzitter van een vakbond waar veel truckchauffeurs bij waren aangesloten, had geroepen in een vergadering van truckchauffeurs: 'Willen jullie meer of minder Poolse/Roemeense/Bulgaarse (en zo meer) chauffeurs en die leden hadden geroepen: "Minder, minder", zou die vakbondsman dan vervolgd worden? Ik denk het niet, hoor. Als spoorwegwerkers staken voor hun veiligheid en roepen: "Minder zwartrijders" zouden ze dan vervolgd worden voor discriminatie omdat ze mensen 'zwart' noemen? Dat dan weer in tegenstelling tot die magoggels die zwarte Piet weg willen hebben. Nu ja, het rechtsbestel in ons land heeft de hamer overwegend in de linker hand, zo ik het ongeveer begrijp.
Nu gaat de "zaak Wilders" pas ergens in dit jaar (2016) beginnen. Vlak voor de aftrap van de verkiezingen. Lekker makkelijk, karakterschade aanbrengen in die tijd. Wilders vroeg om een (behoorlijk) aantal getuigen te mogen (laten) horen. Dat werd eerst afgewezen, maar nu is zijn verdediger, Knoops, een oud officier van het Korps Mariniers, in het verweer getreden. Met, denk ik, een flink hoge slaging percentage.

Als dit Blogje lijkt op het verheerlijken van Wilders of de PVV, vergeet het. Niets is minder waar. Ik zou, mocht BLOG toen al hebben bestaan en ik hebben geleefd, een dergelijk verhaal ook hebben geschreven over de processen tegen de Raadspensionaris Van Oldenbarnevelt, over de gebroeders De Witt, over bijvoorbeeld de heer Onno Zwier van Haren, een politicus die in de 18e eeuw een politiek proces aan zijn broek kreeg. De man werd, door politieke tegenstanders beschuldigd van incest, maar men wilde karaktermoord plegen omdat hij te kritisch was, zeg maar. Ook zou ik over de veroordeling van Ferdinand Domela Nieuwenhuis, een scherpe Blog hebben geschreven. Hij was een oud predikant, later links geworden, die een kritisch stuk schreef over het Nederlandse koningshuis. Het ging er over waarom het koningshuis bestond, waarom de koning, die van toen was Willem III, zo weinig van zijn baantje maakte, en de voormalige dominee Domela werd daarvoor veroordeeld. Ook Janmaat en Fortuyn zijn monddood gemaakt (het befaamde politieke cordon) door de pers en de politici uit het Haagje. Of het in die volgorde was of net andersom? Maar: ik zou behoorlijk gefulmineerd hebben tegen die mensen die hen hebben "doodgeschreven". Niet omdat ik rechts/links ben. Ik vind vrije meningsuiting misschien wel het hoogste van wat de mens kan hebben!
 

Nee: Rutte/Wilders/Samsom/Roemer/Klaver/Pechtold, zij allen mogen brullen en schreeuwen wat ze willen. Jullie, lezers, ook. Zeg wat je wil. Ik geloof in een democratie. Ik ben het wel of niet met hen of jullie eens. Maar je mag zeggen wat je wilt. Soms niet slim, soms niet handig. Soms niet mijn mening. Maar: ik vorm wel mijn eigen mening over de situatie in ons land en in onze wereld. Daar heb ik geen politici voor nodig hoor!


vrijdag 4 maart 2016

Het Rijksmuseum een een slim mannetje

Afbeeldingsresultaat voor Asselijns

NB: Dit verhaal kan heel erg op opschepperij lijken. Lees het dan maar niet.

Dit schilderij heet: "Bedreigde Zwaan". Jullie hebben het waarschijnlijk allemaal wel eens voorbij zien komen, hetzij op Tv of in een blad of in een tijdschrift of in een krant of zo. Het is een van de topstukken van de Hollandse schilderkunst uit de Gouden eeuw. 
'Waar gaat dit nu weer over, man?' Ik hoor jullie het verzuchtten. Nou ja, op dit schilderij, kom ik zo terug, nu ja, op de naam van de schilder dan. Gok ondertussen even of je denkt te weten van wie het is? Kom, zo moeilijk kan het niet zijn, want dat kleine en slimme mannetje, zoals ik al in mijn aanhef schreef, wist het meteen, terwijl hij er een blik op wierp en terwijl zijn vader en grootvader er diep voor moesten buigen om de naam van de schilder te lezen, die in een klein bordje naast het schilderij geplaatst was.
Ja, waar gaat dit over? Over een slim ventje, een slim jongetje, een slim menneke dus. Het gaat over onze kleinzoon. Hij is nu acht, wordt pas later in het jaar negen en de lief en ik kennen hem dus al zijn hele leven en passen ook al zijn hele leven op hem op, minstens een dag per week. Hij heeft een zus(je) die vijf jaar jonger is. Ik moet eerlijk zeggen dat het Blog dat ik nu ga schrijven misschien wat vervelend af steekt tegenover dat zusje, zo is het natuurlijk helemaal niet bedoeld, zij is ook heel clever en zo, daar niet van. Ik wil haar ook niet kleineren, maar ik wil het verhaal over de oudere broer gewoon wel even kwijt. Het ventje noem ik hem, nee, ik ga geen namen noemen, dat wil ik niet. Mensen die ons kennen weten hoe hij werkelijk heet. Het gaat in dit geval om een "wonderkind." Ja, oké, dat zeggen alle (groot)ouders over hun (klein)kinderen, maar ik kan aantonen dat het in het geval van hem echt zo is.
Ik begin zes jaar geleden. De kleinzoon was net aan twee jaar oud en wandelde met opa en oma naar de super of de bakker en/of de slager, ik noem maar wat. Onderweg zag hij al dan geparkeerde auto's staan en hij kon vlekkeloos alle merken opnoemen. Natuurlijk, een Mercedes of een Audi of BMW, zijn makkelijk te herkennen aan het beeldje dat ze op de motorkap dragen. Maar als je de achterkant van een auto ziet en je weet dat het een Ford Focus is, iets wat ik niet eens zou herkennen, dan vind ik dat al behoorlijk bij de hand. Dat hij ook nog feilloos Lavendel wist aan te wijzen bij de plantjes die in een parkje groeiden, verbaasde ons iets later niet echt. Dat hij de namen van alle moeders van mede scholiertjes van de kleuterklas wist, ja, nu ja, we waren wel wat gewend van hem.
Toen kwam ons aller Appie Hein met van die dierenplaatjes. Bij tien euro of zoiets, kreeg je dan een plaatje en je kon voor een euro een insteekboek kopen en zo had je weer een aanwinst voor je kind/kleinkind. Het kereltje kende al heel snel alle dieren uit zijn hoofd na een tijdje en ook, van sommige, de Latijnse namen. Daarna kwam er weer eens een of ander voetbal toernooi en de Ap gaf voetbal plaatjes weg, inclusief insteekhoes. Moet ik nog verder gaan? Na enige tijd had hij zich al die namen, foto's, clubs en nationaliteiten eigen gemaakt en wist hij ze op te dreunen.
Een zijstapje. Hij was net aan vier toen hij al wist te vertellen over de Victory Boogie Woogie, dat dure schilderij van Mondriaan. Ook wist het menneke mee te delen dat Mondriaan een bepaalde kleur niet of nooit gebruikte en zo. Nu ja, mijn je-weet-wel sloeg open. Waar hij al die wijsheden vandaan haalde, wilden we weten. Pa en ma wisten het ook niet en de kleinzoon zei dat hij dacht dat ergens gehoord te hebben. Vier jaar oud! 

Maar soit. We waren dus, opa, pa en kleinzoon, in het Rijksmuseum. Ik was er vroeger, toen onze kinderen kleiner waren, ook wel geweest met het hele gezin en ja, het was allemaal fraai en mooi en indrukwekkend. Toen al, maar na de hele ingrijpende verbouwing, lijkt het allemaal nog grotere en fraaier en indrukwekkender te zijn. Kleinzoon had een soort project moeten maken over de Gouden eeuw en had, geholpen door pa en ma, gekozen voor "De Nachtwacht." Dat moest hij doen voor zijn 'tweede' school. Ik leg dat even kort uit. Omdat de juffen van zijn klassen ook door hadden dat het ventje behoorlijk bij de tijd was, kon hij, na enkele testen te hebben moeten maken, samen met nog een tiental andere kinderen uit de stad waar hij woont (die ook hoog scoorden in de testen) enkele dagdelen per week, naar een school voor "meerbegaafde" leerlingen, zoals dat tegenwoordig heet. Daarom ging hij met die tweede school kijken in het Rijksmuseum. Omdat dat bezoek maar een uurtje of zo kon duren, maar ook omdat hij nogal onder de indruk was gekomen van dat museum, wilde hij graag nog eens gaan. Pa nam vrij, opa is, noodgedwongen maar zonder tegenzin, al veel vrij en dus scharrelden we een tijdje geleden over de vloeren en door de zalen van dat prachtige gebouw. We zagen de maritieme verzameling, waarbij mijn hart opensprong, we zagen de wapen verzameling, waarbij het hart weer overuren maakte, we zagen de porselein en de muziekinstrumenten, knap, maar niets te doen voor het hart, gingen de rococo afdeling op, fraai, heerlijke protserigheid en ja, we eindigden, bijna dan, de toer bij Rembrandts meesterwerk en misschien wel het bekendste en/of fraaiste schilderij ter wereld: "Het Korporaalschap van kapitein Frans Banning Cocq." De nachtwacht, inderdaad. (Ik wilde als laatste nog de "Waterloo" zaal bezoeken, waar dat prachtige schilderij "Waterloo" hing, geschilderd door Pieneman hing en dat gaat over de Slag bij, justum!)
In elk geval, mijn zoon en ik waren al even doorgelopen naar de volgende zaal en kleinzoon kwam ons nalopen. We zagen het fraaie schilderij dat je hierboven (hopelijk) ziet en zoon vroeg: 'Is dat ook van Rembrandt?' Ik wist zeker dat het niet van die grootmeester was, maar van wie dan wel, wist ik ook niet meer. Ik zei dat dan ook tegen de vader van de kleinzoon, die trouwens net aan kwam lopen en mijn opmerking hoorde. Zonder boe of ba te zeggen zei hij: 'Asselijns, zo heet die schilder, opa.' Wie ben ik om mijn kleinzoon niet te geloven, maar ik keek toch nog even op het bordje naast het schilderij en ja, je hebt hem al door: het was inderdaad ene mijnheer Asselijns die het prachtige werk gewrocht had. Voor de tweede keer die dag klapte mijn sm... open. (Dat, samen met het opspringen van het hart en zo, maakte dat het lichaam overuren maakte.) De eerste keer was toen hij de boekenkist van Hugo de Groot zag en ons vertelde wat daar mee aan de hand was geweest. Een moeder die naast ons stond keek, ook met open mond naar kleinzoon en schudde het hoofd. 'Die is niet van gisteren', zei ze. 'Nee', zei ik trots, 'nee, zeker niet.'
Zoon vertelde dat kleinzoon een boek had bekeken over kunst in de Gouden eeuw. Dat dat soort zaken dus op zijn harde schijf wel opgeslagen worden en niet op die van opa, is natuurlijk wel een teken aan de wand over zijn intelligentie.
 
Iets later stonden we buiten op zoek naar een eettentje. Dat vonden we, we dronken en aten iets en keken terug op een geweldige middag. Drie generaties. Kerels onder elkaar. Denk nu niet dat kleinzoon een nerd is, verre van. Hij is een enthousiaste en goede voetballer, een veel scorende spits, die als F-je al met de E-tjes meetraint. Hij is een echte gozer, die gaat ravotten en met blauwe plekken en zo thuiskomt. Maar hij heeft wel ook Brains. Van zijn opa, natuurlijk, nietwaar? Nee, serieus. Het is een lief kind, het is een slim kind, hij kan een hele mooie toekomst voor zich hebben. Maar ja, hoe gat het verder? Er zijn ook andere factoren in het leven behalve het gezin waarin zo een kind opgroeit. Hij krijgt vrienden en vrindjes, hij komt met andere en andersdenkende mensen in aanraking en ja, voor de jeugd liggen er altijd gevaren op de loer. Gelukkig heeft hij hele verstandige ouders die hem wel zullen bewaken tegen die boze wereld.

Als dit klonk als: opschepperij, zoals wij dat zeggen, 'gestoef' zoals de Vlaming zegt of 'Wat bist du ein snakkerd' zoals de Grunniger zegt, het zij zo. Wij zijn gek op het ventje, ook op de kleinere zus, natuurlijk, en wensen hem het allerbeste in zijn verdere leven.