Dus ja, we aten bij de 'baas' altijd, nu ja, zo goed als altijd, altijd goed. Der waren uitzonderingen op de regel, natuurlijk. Er was een Kok die van zich zelf zei dat zijn: 'hap was niet te bikke.' Zijn achternaam, die ik niet ga noemen, rijmde op dat 'bikke'. De kenner en lezer kent hem. Ik sprak wel eens met de nog jonge vent. Hij vertelde heel eerlijk dat hij het liefste 'stoker' was geworden, maar ja, zijn pa was ook al Kok geweest bij de baas, dus ja, het werd een soort van erfopvolging, zie bij ons koningshuis. (Zijn maaltijden leken vaak ook met een vetspuit en een klepsleutel in elkaar gerost te zijn, overigens.)
Hij was overigens een uitzondering. De rest van die Koks, waren vaak gelijk aan de chefs van de duurdere sector van restaurants, hoewel ze het met veel minder personeel, en met heel wat minder pretenties dan die over het paard getilde horeca heldjes, en onder vaak veel meer moeilijke omstandigheden moesten zien te fiksen. (Ik gaf al aan: windkracht acht en zo, een stampend en rollend schip, ga der maar aan staan. Ik zie die dikke naarling, ik ben zijn naam kwijt, maar hij heet Herman met Bonen of zo, of die man van "De Garage", dat Braakding, dat niet doen)
Veel van onze Km Koks hebben overigens vaak gekookt voor het KH, zijnde het Koninklijk Huis. Aan boord van de Piet Hein, niet het fregat, maar dat jacht of op de Groene Draeck, waarover de discussie van de betaling van het onderhoud nu iets is gaan liggen. Als je dus zo een chef etenkoker aan boord had, dan wist je dat je dus helemaal geramd zat. Gekookt werd en wordt er, in het kombuis. Vaak is die plek in het midden van het schip gepositioneerd. Logisch, natuurlijk, dat is de plek waar het schip het 'minst' beweegt, relatief dan. Tegenwoordig zijn alle kombuizen natuurlijk onderdeks, gelegen aan de centrale 'whale gang' maar op de oude jagers, (een hele ouwe l.. als ik heb er nog op gevaren, nu ja, vijf keer dan, niet meer) lag ze ook in de midscheeps maar op het open H-dek en dat is iets wat ik snel uitleg. Het H-dek was het eerste dek boven de waterspiegel, bij jagers was dat een dek dat slechts, een meter, misschien zelfs minder, boven die waterspiegel lag.)
Als er gekookt was en het dus etenstijd was, kwamen de hofmeesters of zeuntjes, zeg maar de hofmeesters voor het 'plebs', de matrozen en Korporaals, hun rantsoenen ophalen. De eetzaal voor de officieren, de Longroom, lag twee dekken hoger en een eindje naar voren. Het Caf, eetplaats voor de Korporaal en de mannen, lag op hetzelfde dek en ook naar het voorschip toe. De 'ouwe lu.... bergplaats, het prostaathok, nu ja, het verblijf van de Onderofficieren, die hadden hun eetzaal in de Gouden Bal, het Onderofficiers verblijf. Dat verblijf lag ook op het H-dek, maar dan meters naar achteren. Het afhalen van de maaltijden gebeurde in grote gamellen, een soort lichtmetalen bakken, voor alle gerechten een andere, natuurlijk. Apart voor soep, rijst, aardappelen, groente, noem maar op. En dan ophalen ging via het H-dek, dat dus net aan een halve meter boven de zee lag. Je begrijpt dat er vaak wat zeewater over de dekken stroomde en stoof en bij hogere zeegang, (bij jagers was dat stromen en stuiven al bij windkracht 1 hoor, die schepen rolden al op nat gras), ook over de gamellen stroomde. Daardoor werd het eten vaak waterig en de soep natuurlijk, extra zout.
Als het echt slecht weer was, moesten de etensdragers via een open maar hoger gelegen dek naar hun respectievelijke verblijven. Maar, daarna moesten ze weer een dek lager, door een mangat, loodrecht een of twee dekken naar beneden. Rechte gamellen, en een rond mangat! Wiskundig interessant, maar niet voor de etensdragers. Heb je dat wel eens gedaan met zeg: vijftig kilo warm eten in je hand? Een loodrechte ladder af klauteren en dan maar hopen dat je geen twintig liter kokende snert in je nek krijgt? Ik zeg je: tijdens die acties hoorde je hele interessante en vooral nieuwe en behoorlijk vreselijke woordkeuzes.
Maar goed: het kombuis was, toen, nu nog, de janmaat kennende, een centrale plek aan boord. Een plek waar er altijd verhalen te horen waren. De maten en de Korpen, kwamen daar samen. Daar kwamen dus ook alle verhalen samen. Roddels, nieuwtjes, al dan niet waar, over de nieuwe reis die het schip ging maken, het ging b.v. als volgt: 'Ik hoorde dat er zonnetenten (voor een reis naar de tropen, noot van mij) aan boord komen, dus ja, we gaan naar de Middellandse zee, man, heerlijk. Barcelona, Malta, Napels, Haifa, weet je wel?' zei een opgeschoten matroos, die het niet kon weten.
'Nee, man, gelul, we krijgen winterkleding aan boord, dus we moeten "towed array"(om de Russen te achtervolgen zeg maar, noot van mij) systeem varen in de buurt van IJsland', zei een stoker die het niet kon weten. 'Ik hoorde dat het hele schip 'tropen gekeurd' moest worden', (het schip zou op zijn minst zes maanden dienst doen tussen de keerkringen, noot van mij) zei de ziekenpa, die het niet kon weten. 'We worden stationsschip in Rotterdam, daar vangen we gedetineerde matrozen op", zei de OllievanPollie. (Gedetineerde matrozen bestaan niet, gedetineerde Mariniers wel, noot van mij.)
'Attentie, hier de brug. Het schip zal de volgende twaalf weken ter beschikking staan en samen werken met de Royal Navy. We gaan RN onderzeeërs afoefenen in Faslane, in Schotland', zei de Commandant.
Allen: 'F... Faslane! Nee, hé? Waarom worden wij gestraft? Faslane! The Hellhole van de wereld!'
Tja, kombuispraat, altijd leuk en verwarrend. Kombuispraat mag je niet verwarren met 'zaaien'. Daar zal ik het nog wel eens over hebben!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten