Dit schilderij heet: "Bedreigde Zwaan". Jullie hebben het waarschijnlijk allemaal wel eens voorbij zien komen, hetzij op Tv of in een blad of in een tijdschrift of in een krant of zo. Het is een van de topstukken van de Hollandse schilderkunst uit de Gouden eeuw.
'Waar gaat dit nu weer over, man?' Ik hoor jullie het verzuchtten. Nou ja, op dit schilderij, kom ik zo terug, nu ja, op de naam van de schilder dan. Gok ondertussen even of je denkt te weten van wie het is? Kom, zo moeilijk kan het niet zijn, want dat kleine en slimme mannetje, zoals ik al in mijn aanhef schreef, wist het meteen, terwijl hij er een blik op wierp en terwijl zijn vader en grootvader er diep voor moesten buigen om de naam van de schilder te lezen, die in een klein bordje naast het schilderij geplaatst was.
Ja, waar gaat dit over? Over een slim ventje, een slim jongetje, een slim menneke dus. Het gaat over onze kleinzoon. Hij is nu acht, wordt pas later in het jaar negen en de lief en ik kennen hem dus al zijn hele leven en passen ook al zijn hele leven op hem op, minstens een dag per week. Hij heeft een zus(je) die vijf jaar jonger is. Ik moet eerlijk zeggen dat het Blog dat ik nu ga schrijven misschien wat vervelend af steekt tegenover dat zusje, zo is het natuurlijk helemaal niet bedoeld, zij is ook heel clever en zo, daar niet van. Ik wil haar ook niet kleineren, maar ik wil het verhaal over de oudere broer gewoon wel even kwijt. Het ventje noem ik hem, nee, ik ga geen namen noemen, dat wil ik niet. Mensen die ons kennen weten hoe hij werkelijk heet. Het gaat in dit geval om een "wonderkind." Ja, oké, dat zeggen alle (groot)ouders over hun (klein)kinderen, maar ik kan aantonen dat het in het geval van hem echt zo is.
Ik begin zes jaar geleden. De kleinzoon was net aan twee jaar oud en wandelde met opa en oma naar de super of de bakker en/of de slager, ik noem maar wat. Onderweg zag hij al dan geparkeerde auto's staan en hij kon vlekkeloos alle merken opnoemen. Natuurlijk, een Mercedes of een Audi of BMW, zijn makkelijk te herkennen aan het beeldje dat ze op de motorkap dragen. Maar als je de achterkant van een auto ziet en je weet dat het een Ford Focus is, iets wat ik niet eens zou herkennen, dan vind ik dat al behoorlijk bij de hand. Dat hij ook nog feilloos Lavendel wist aan te wijzen bij de plantjes die in een parkje groeiden, verbaasde ons iets later niet echt. Dat hij de namen van alle moeders van mede scholiertjes van de kleuterklas wist, ja, nu ja, we waren wel wat gewend van hem.
Toen kwam ons aller Appie Hein met van die dierenplaatjes. Bij tien euro of zoiets, kreeg je dan een plaatje en je kon voor een euro een insteekboek kopen en zo had je weer een aanwinst voor je kind/kleinkind. Het kereltje kende al heel snel alle dieren uit zijn hoofd na een tijdje en ook, van sommige, de Latijnse namen. Daarna kwam er weer eens een of ander voetbal toernooi en de Ap gaf voetbal plaatjes weg, inclusief insteekhoes. Moet ik nog verder gaan? Na enige tijd had hij zich al die namen, foto's, clubs en nationaliteiten eigen gemaakt en wist hij ze op te dreunen.
Een zijstapje. Hij was net aan vier toen hij al wist te vertellen over de Victory Boogie Woogie, dat dure schilderij van Mondriaan. Ook wist het menneke mee te delen dat Mondriaan een bepaalde kleur niet of nooit gebruikte en zo. Nu ja, mijn je-weet-wel sloeg open. Waar hij al die wijsheden vandaan haalde, wilden we weten. Pa en ma wisten het ook niet en de kleinzoon zei dat hij dacht dat ergens gehoord te hebben. Vier jaar oud!
Maar soit. We waren dus, opa, pa en kleinzoon, in het Rijksmuseum. Ik was er vroeger, toen onze kinderen kleiner waren, ook wel geweest met het hele gezin en ja, het was allemaal fraai en mooi en indrukwekkend. Toen al, maar na de hele ingrijpende verbouwing, lijkt het allemaal nog grotere en fraaier en indrukwekkender te zijn. Kleinzoon had een soort project moeten maken over de Gouden eeuw en had, geholpen door pa en ma, gekozen voor "De Nachtwacht." Dat moest hij doen voor zijn 'tweede' school. Ik leg dat even kort uit. Omdat de juffen van zijn klassen ook door hadden dat het ventje behoorlijk bij de tijd was, kon hij, na enkele testen te hebben moeten maken, samen met nog een tiental andere kinderen uit de stad waar hij woont (die ook hoog scoorden in de testen) enkele dagdelen per week, naar een school voor "meerbegaafde" leerlingen, zoals dat tegenwoordig heet. Daarom ging hij met die tweede school kijken in het Rijksmuseum. Omdat dat bezoek maar een uurtje of zo kon duren, maar ook omdat hij nogal onder de indruk was gekomen van dat museum, wilde hij graag nog eens gaan. Pa nam vrij, opa is, noodgedwongen maar zonder tegenzin, al veel vrij en dus scharrelden we een tijdje geleden over de vloeren en door de zalen van dat prachtige gebouw. We zagen de maritieme verzameling, waarbij mijn hart opensprong, we zagen de wapen verzameling, waarbij het hart weer overuren maakte, we zagen de porselein en de muziekinstrumenten, knap, maar niets te doen voor het hart, gingen de rococo afdeling op, fraai, heerlijke protserigheid en ja, we eindigden, bijna dan, de toer bij Rembrandts meesterwerk en misschien wel het bekendste en/of fraaiste schilderij ter wereld: "Het Korporaalschap van kapitein Frans Banning Cocq." De nachtwacht, inderdaad. (Ik wilde als laatste nog de "Waterloo" zaal bezoeken, waar dat prachtige schilderij "Waterloo" hing, geschilderd door Pieneman hing en dat gaat over de Slag bij, justum!)
In elk geval, mijn zoon en ik waren al even doorgelopen naar de volgende zaal en kleinzoon kwam ons nalopen. We zagen het fraaie schilderij dat je hierboven (hopelijk) ziet en zoon vroeg: 'Is dat ook van Rembrandt?' Ik wist zeker dat het niet van die grootmeester was, maar van wie dan wel, wist ik ook niet meer. Ik zei dat dan ook tegen de vader van de kleinzoon, die trouwens net aan kwam lopen en mijn opmerking hoorde. Zonder boe of ba te zeggen zei hij: 'Asselijns, zo heet die schilder, opa.' Wie ben ik om mijn kleinzoon niet te geloven, maar ik keek toch nog even op het bordje naast het schilderij en ja, je hebt hem al door: het was inderdaad ene mijnheer Asselijns die het prachtige werk gewrocht had. Voor de tweede keer die dag klapte mijn sm... open. (Dat, samen met het opspringen van het hart en zo, maakte dat het lichaam overuren maakte.) De eerste keer was toen hij de boekenkist van Hugo de Groot zag en ons vertelde wat daar mee aan de hand was geweest. Een moeder die naast ons stond keek, ook met open mond naar kleinzoon en schudde het hoofd. 'Die is niet van gisteren', zei ze. 'Nee', zei ik trots, 'nee, zeker niet.'
Zoon vertelde dat kleinzoon een boek had bekeken over kunst in de Gouden eeuw. Dat dat soort zaken dus op zijn harde schijf wel opgeslagen worden en niet op die van opa, is natuurlijk wel een teken aan de wand over zijn intelligentie.
Iets later stonden we buiten op zoek naar een eettentje. Dat vonden we, we dronken en aten iets en keken terug op een geweldige middag. Drie generaties. Kerels onder elkaar. Denk nu niet dat kleinzoon een nerd is, verre van. Hij is een enthousiaste en goede voetballer, een veel scorende spits, die als F-je al met de E-tjes meetraint. Hij is een echte gozer, die gaat ravotten en met blauwe plekken en zo thuiskomt. Maar hij heeft wel ook Brains. Van zijn opa, natuurlijk, nietwaar? Nee, serieus. Het is een lief kind, het is een slim kind, hij kan een hele mooie toekomst voor zich hebben. Maar ja, hoe gat het verder? Er zijn ook andere factoren in het leven behalve het gezin waarin zo een kind opgroeit. Hij krijgt vrienden en vrindjes, hij komt met andere en andersdenkende mensen in aanraking en ja, voor de jeugd liggen er altijd gevaren op de loer. Gelukkig heeft hij hele verstandige ouders die hem wel zullen bewaken tegen die boze wereld.
Als dit klonk als: opschepperij, zoals wij dat zeggen, 'gestoef' zoals de Vlaming zegt of 'Wat bist du ein snakkerd' zoals de Grunniger zegt, het zij zo. Wij zijn gek op het ventje, ook op de kleinere zus, natuurlijk, en wensen hem het allerbeste in zijn verdere leven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten