Voor pers van de GNKCIE: LUPAK in de LIBOZA, het stond er echt! Ik was net aangetreden als CDE van de GNKCIE in de VBHKAZ en was nog druk bezig met inrouleren en om mijn barang, die ik met een LARO van uit het PLUMAG naar mijn barak had laten brengen, met behulp van mijn toelis, een hele brave MARN1, in mijn walplaatsers kast op te bergen, toen de OC me, door een ZVP van de ZB, liet halen om me aan te zeggen dat ik het voor 1500 uur af moest hebben, maar liever ASAP.
Ik las: Dzv CDEGNKCIE een LAROZAU met bemanning voor KARLGUSTAV schietoefeningen op VOLKEL. Dzv CDETCIE een RAU met WAWA voor idem. Dzv CDEVBCIE bemanning voor RAU. Opvoer van voeding niet voorzien, dus LUPAK in LIBOZA.
Goed, mensen ik begrijp het, jullie willen me afvoeren. Spuit hem plat, de man vertelt, zoals gewoonlijk, de meest klinkklare nonsens, ik hoor het aan jullie stemmen. Toch is dit een voorbeeld van echt, waar en serieus communiceren. En wel in de Mariniers wereld van een tiental jaren geleden. Ik heb het vaker over 'jargon' gehad, de taal die mensen spreken die samen een taak verrichten of samen in een bedrijf werken. In mijn "In de Super" tijd, ik mag die naam niet meer voeren, heb ik wel eens uitgelegd dat mensen die in Supers werken ook jargon gebruiken. AGF, DV, KW, k..werk of zo. Jullie, nog werkenden en die dit lezen, kennen jullie eigen jargon natuurlijk. De voorbeelden hierboven geschetst zal ik in een volgende Blog uitleggen, maar laat het even op je inwerken en probeer die taal, zoals die in die afkortingen voorkomen, te ontwarren, of ontwaren.
Voor (oud) collegae is dat natuurlijk een PSCHL. Nee, geintje, dat moet gewoon peulenschil zijn.
Ik heb en had vaker met de 'Torren', of de 'Paarden' of de 'Rood gebiesde Jazz band kevers', zoals de vloot de mannen van het Korps dan noemt, te maken gehad. Maar nog nooit was ik als "baasje" van een "club", opgetreden, zoals men mij nu beschouwde en wat ik dan ook echt was. Hoewel ik nog net aan SMJR was, met al de halve galons van een stip op mijn groen, liep ik nog in een blauw, want vloot, tenue. Ja, ik weet het. Beetje uitdagen, ook, beetje mijn punt maken. Ik ben dan wel de chef van een MARNS compagnie, maar ik heb wel een blauw hart, blauw bloed, (vlootbloed) zeg maar en dat moet men wel weten. (Ik heb overigens twee jaar lang voornamelijk het camo van het korps gedragen, hoor. Ooit ben ik gecrasht met de racefiets en moest mijn onderarm in het 'gips', dat heb ik wel in het blauw aan laten leggen!)
Maar goed, dit was natuurlijk een eerste test, dat begreep ik ook wel. Iemand, en waarschijnlijk mijn CDT, een niet zo geliefde officier arts, (hoe eufemistisch kun je zijn?) een jonkheer overigens, wilde me testen en zien of ik dit kon en wilde oplossen, zonder verdere informatie te hebben gekregen van zijn voorganger. Zijn tweede man, een ELNTMARNS, zat er natuurlijk ook achter. Eerst even die nieuwe 'stip' proberen af te zeiken en dan zien hoe de leiding hem in zijn tas, lees macht, kon krijgen.
Even over mijn voorganger. Dat was een adjudant, net als ik. Althans, hij was, net als ik, adjudant geworden op die functie. De man diende zijn minimale drie maanden uit en kreeg van een 'holmaatje' van hem een officiersfunctie in de schoot geworpen in het Helderse, bij de Helderse struikrovers. Nee, natuurlijk noem ik geen namen. Ik geef de initialen weer: EA en HM. Dat is genoeg voor de insider.
Hieronder volgt een heerlijk stukje 'kromtaal', jargon, 'torrenspeak' van mijn ooitmalige MARN/SCHR Werner. Een man met zoveel humor, kennis van het bedrijf en zo'n geweldige inzet dat ik zijn beoordeling alleen maar in allemaal DE's, voor de kenner zegt dat zat, kon invullen. 'Nee', zei de zure jonkheer, 'dat mag niet. Dan zou een marinier der eerste klasse beter scoren dan zijn commandant. Dan ik dus.'
Verrek dacht ik, zelfs de meest schurftige straathond heeft een beter beoordeling dan jij ooit zal verdienen.
Ik weet niet meer
wanneer het was maar het was in Noorwegen. We hadden een nieuwe arts bij. Een
jonge kerel. Zijn naam ben ik even vergeten.
Wij waren in de
loop van de avond terug gekomen op onze locatie. Ik was ingedeeld als
ziekenpa en zat nog even na te praten met onze arts die overigens niet mee het
veld in was geweest. Het was een arts die volgens mij voor de eerste keer
sneeuw had gezien en zo uit de schoolbanken bij moeder de gans was
weggetrokken. De hele reis vond hij wel heel erg indrukwekkend en keek z'n
ogen uit.
Druppels gewijs
kwamen de mannen binnen tot op enig moment op de deur geklopt werd. Een
marinier in vol oorlogsornaat kwam binnen. De arts die kennelijk nog
nooit een marinier in actie had gezien wist het gesprek niet op gang te
brengen. Ik had schik, weet ik nog, en de marinier die in de deuropening stond
besloot zelf het gesprek maar op gang te brengen omdat hij van plan was om op
z'n minst nog een paar uur te willen gaan slapen.
"He pil...... heb
ik weer. Ben ik bij first light met mijn baksmaten aan het
jeuren op de deuren van de baas en hangen we als eendjes
achter elkaar achter een beevee van die butsen toen op enig
moment zo'n steekneus voor mij uit stapt en ik zo met mijn klus
tegen het dek aan klap waarbij een van mijn vreetstenen is afgebroken. Ik
begrijp dat ik daarvoor bij de smoelensmit moet zijn maar heeft u iets tegen
die pijn in mijn knar. Trouwens mijn kak is ook verdraaid maar zolang ik op
kakken blijf staan gaat het wel."
Het enige wat die
arts toen zei was..... "ik kom zo bij je wacht maar even op de gang".
Op dat moment
vroeg die arts, "Werner wat mankeert die kerel?"
Mooi lLucas,
BeantwoordenVerwijderenMooi verhaal weer. Als ik dit laat lezen aan mijn 10 jaar oudere broer lacht die zijn lul uit zijn broek. Hij was zvpzm in 1956 op de Hr Ms van Amstel. En hij had ook altijd van die fijne afkortingen.