Ja, het is heel triest wat er in de late middag en de vroege avond in onze straat gebeurde. (3112) Ik wilde dit Blogje, dat ik vanavond, oudejaarsavond, begon eerst een "geval van Overkill" noemen, maar dat is de titel dus natuurlijk niet geworden. (Het heeft niets te maken met vuurwerk of ongevallen met deszelven, hoor, zo bloederig was het niet.) Luister en huiver, lees en vrees. Schuin tegenover ons woont, net als wij ook, op tweehoog, een mevrouw. Nu ja, er wonen in deze straat meerdere mevrouwen en ook wel op tweehoog, maar deze mevrouw trok al enige malen onze aandacht. Niet zozeer omdat ze een mevrouw was, of een mevrouw was van, zoals wij dachten, Noord-Afrikaanse afkomst of zo. Nee, niet vanwege een hoofddoek of Nikab, nee helemaal niet. Nee, het was een hele gewone mevrouw. Maar, zij viel ons op, omdat er, het afgelopen jaar, minstens vier keer een Ambu voor de deur stond, met allemaal heel adequaat reagerende m/v in van die helgele ambu uniformen, die, vaak met brancard en hulptassen en zuurstof flessen de trappen op snelden.
Ik weet dat die gasten adequaat reageerden. Ik ben zelf heel vaak een deel geweest van een ambu team en heb dus zelf heel vaak een dergelijke inzet meegemaakt. Dan stond die ambu daar vaak een uur, en werd de dame in kwestie meegenomen naar het ziekenhuis. Die mevrouw, ze leek ons in de vijftig, was dan vaak, na een dag of wat, weer gewoon thuis, we zagen haar dan weer eens op het balkon staan om de ramen te lappen en zo. Een mijnheer zagen we daar niet vaak, nou ja, gewoon nooit. Het kan dat ze gescheiden was van een of andere mijnheer of misschien zelfs wel een weduwe was. Ook zagen we geen (inwonende) kinderen of zo, maar soms, op wat vermoedelijk feestjes, zoals verjaardagen, waren, had ze een huis vol visite. Vooral jongere mannen en vrouwen, en ja, misschien waren het haar kinderen en schoonkinderen of andere familieleden of kennissen. Dus, ja, veel gedachten maakten we er niet over. Ik moet eerlijk zeggen dat ik haar, ja, da's ook wel triest, niet herkend zou hebben op straat. Maar vandaag had ze haar "Fifteen minutes of fame", zoals Warhol zei. (En ja, dit is heel cynisch, I know!)
Ik had die middag net jongste zoon en zijn vriendin weggebracht naar jongste dochter en haar vriend in A'dam ZO, waar ze met zijn allen oud en nieuw zouden vieren, daarbij hun ouders helemaal eenzaam achterlatend (zie hard lachende smiley) en ik stond in de keuken even een broodje te smeren en hoorde toen minstens twee politie wagens met toeters en bellen voor de deur langs gaan, even later gevolgd door weer twee van die wagens. 'Jee, de eerste vuurwerkslachtoffers in A'veen?' vroeg ik nog, grappend. De geliefde stond op en zag de wagens richting Amstelveen Noord scheuren. Uitleg: wij wonen in het centrum van de stad. Op vijfhonderd meter afstand zetelt het HB van Pol. Op een kilometer afstand staat de nogal futuristisch gebouwde brandweerkazerne en binnen een straal van anderhalve 'Klik' is Ziekenhuis Amstelland gevestigd met bijbehorende hulpkrachten. Dus ja, wij horen dagelijks sirenes en toeters en bellen en zo en maken ons daar niet al te druk om. Maar goed, even later keerden die sirenes allemaal terug en kwamen ze weer de straat in, maar ze stopten nu voor het portiek van die mevrouw, voornoemd. Razendsnel renden de politie mijnheren en - mevrouwen naar binnen. Tja, goh, wat nou? dachten we. Binnen twee minuten arriveerden nog eens drie met toeters en bellen rijdende witte wagens met de bekende strepen en logo's. De drukke winkelstraat werd vol en het verkeer kon, door al die stilstaande wagens nauwelijks bewegen. Meer sirenes en er kwam een ook nog eens een brandweerwagen aanrijden. Een "uitruk" wagen, heet dat zo? Weer en nog meer geluid en twee ambulances maakten de rij voller. Er stonden nu acht voertuigen achter elkaar. De brandweer mensen waren ondertussen ook het huis binnen gegaan en nu deden de ambulanciers dat ook.
'Dat is niet oké, niet pluis een al helemaal niet goed', zeiden we tegen elkaar, vanuit onze 'loge.' Door het raam van de kamer zagen we, in helgele (heet dat fluoriserend? Mijn spellingcontrole kent het woord niet?) kleding gestoken figuren druk zijn. Meer geluid. Twee "motormuizen" maakten ruim baan voor een zogenaamde ladderwagen. Die bezette de andere helft van de straat zodat nu de hele Rembrandweg was afgesloten. Politie mensen zetten de stoep af, met dat politielint, bezoekers van de vele winkels werden weer naar binnen gezonden en de ladder ging naar boven, na eerder een brancard te hebben opgepikt. Het was ondertussen een "va et vient" van allemaal hulpverlenende mensen die naar binnen en naar buiten de woning in of uit renden. Zuurstof flessen, infuusmateriaal, van alles. Ondertussen stonden er Tien! hulpverlening voertuigen in ons korte stukje straat. Overkill? Dat zou je kunnen zeggen. Maar: ik moest wel terug denken aan mijn laatste reanimatie die ik uitvoerde.
Een oudere man was neergevallen, een meter of vijftig van mijn winkel. Ik stond, samen met mijn FM de vracht te lossen en hij zag het gebeuren en gaf me een seintje. Ik sprintte er na toe, begon, na de gebruikelijke checks, te reanimeren. Na dertig seconden kwam een omstander me helpen en we werkten inderdaad als een team samen. (Ik weet tot vandaag niet wie de man was, overigens.) Binnen vijf minuten stond de straat toen ook vol met hulpverleners. (Dat mocht overigens niet meer baten. Dat had ik al gevoeld toen ik de reanimatie begon. Ja, dat voel je, als ziekenpa, het is geen wetenschap, het is, ja, gewoon, gevoel.)
Dus nee, het was echt geen overkill, maar een prachtig stuk samenwerking tussen alle drie hulpdiensten. Een hele alerte politie, een snelle brandweer en een adequate geneeskundige dienst traden snel en voortvarend op! Hulde voor alle hulpverleners, niet alleen in onze stad, maar in ons hele land, overigens. De hulptroepen gingen, later, een voor een weg. De ladderwagen, die eerste een brancard voor het open raam van twee hoog had gebracht, verdween als eerste, de brancard ging in de ambu. Dan weet je, ik was ooit in de "inner circle" van het ambu wezen, je las het al, genoeg. Overledenen gaan nu eenmaal nooit mee in een ambu! Rond vijf uur was de straat weer de straat. De winkels deden nog een uurtje zaken, de parkeerplekken werden weer bezet en ja, het leek of der niks was gebeurd, eigenlijk.
Toch onder de indruk, aten we een olie- en/of een appelbol, keken naar diverse journaals of dat soort zaken en dachten en spraken over eerdere overlijdens, en dat niet allen in de familie. Naast ons, maar niet van onze trap, als je hem doorhebt, vind je hem flauw, woonde een paar dat net aan iets ouder was dan wij zijn. Allebei waren het "zonnekloppers" als ik het in het Vlaams mag zeggen. Vooral hij. Hij lag, zodra er zon was, uren lang op een matje op het platte dak, achter de woningen. Zij deed, heel decent, in een strandstoel en op het balkon, in badpak, aan haar Heliomanie. (Ja, daar heb ik echt naar moeten zoeken, hoor, naar dat woord. Knap van me, toch?)
We groetten, knikten, als we elkaar eens zagen. Daarna, dat was in mei of zo, zagen we haar niet meer, iets later hem ook al niet meer en we spraken, laat in de herfst, een zoon van die mensen. "Nee, ja, ma was al in het voorjaar overleden, ja, die nare ziekte, inderdaad. Pa, nu ja, die was ook aan die ziekte gestorven". Maar volgens de zoon was het aan een gebroken hart!
Tegen een uur of acht, heel voorzichtig kwam het vuurwerk op gang en zagen we een groepje mensen voor het portiek van de overleden mevrouw staan. Achter een "lijkwagen". Er stond een mijnheer met een wit lang gewaad en zo een hoedje op, die Imams dan op hebben, allerlei papieren uit te delen. Even later reed de wagen, voorafgegaan door de "gebedsman" en gevolgd door de anderen aan een "laatste" tocht.
Jeetje, denken we beiden nu: wat ken je je buren toch slecht, in een stad dan! Waarom is dat eigenlijk? Zijn we nu zoveel gericht op alleen maar ons zelf? Zijn we met zijn allen zo zelf centrisch? Moeten wij er dan toch maar meer werk van maken, om onze buren te leren kennen? De grap is dan wel dat we op 'knik' en 'hallo, gaat het goed?' basis zijn met de mensen in ons trappenhuis. Hetgeen een prestatie op zich is. Vijftig % van de bewoners van de trap komen van een ander continent, Azië, en spreken geen/nauwelijks Nederlands. De overige 25% is een gestoorde dame met "verzamelzucht". (Ik schreef daar over.)
Ik weet niet hoe dat bij jullie is, als ik eerlijk ben. In de straat en de winkels zijn we op "speaking terms" met vele mensen. Maar namen? Vraag het me niet. Hoe de overleden buren heetten? Joh, man, geen idee. Maar ja, triest is het wel allemaal en ja, dat vind ik toch wel een beetje tegenvallend van me eigens.
Moi Lucmans.
BeantwoordenVerwijderenPffoooeee , dat is een trieste bedoening.
Groet Huub.