donderdag 19 mei 2016

Een droog sneetje. Over het MHO.

Aanvankelijk wilde ik een wat pissig en azijnachtig berichtje schrijven over ene "Sylvana". Ik had de laatste dagen die naam vaker horen circuleren op TXT, de fraaie nieuwspagina's die wij, Nederlands volk, kunnen bekijken via onze tv toestellen. (In België schaffen ze die dienst op de eerste van de zesde af, overigens. Nu ja, de Belgen hebben hun veiligheid en hun land al afgeschaft, dus dan is er geen reden om de TXT te behouden, denk ik.) Ik had overigens geen idee wie die Sylvana was. Noem me achterhaald, geen kind van deze tijd of naïef of een Dino of zo, maar ik had werkelijk geen flauw idee en ik besloot haar eens te goochelen. (Ja, dat moet anders, maar een soort geintje, oké?) Daarbij kwam ik op een filmpje van Hans Teeuwen, die nogal 'omstreden' cabaretier. Ik keek naar dat filmpje, lachte me de koelera en wist nog steeds niet wie die Sylvana was. Ja, een mevrouw van Afro-Surinaamse afstamming, bleek. (Dit is heel erg Hank-the-Yank-taal, nietwaar? In die taal mag je een blinde geen blinde noemen, maar een Visual challenged person, een lilliputter is een Lengthwise challengend pereson, een doofstom iemand is een Hearing and language challenged person. Ongeveer zoiets, dan. 
Maar goed, die mevrouw, ik kwam erachter dat ze, die Sylvana, een vrouw was, hoewel dat moeilijk te zien is in mijn optiek, die zich nogal druk maakt over ons, Nederlands, slaven verleden. Nu ja, dat is wel goed, zo fraai was dat verleden niet, maar ja, het is wel het verleden. Ik bedoel, de slavernij is in 1863 afgeschaft en de mensen die slaven waren zijn toen vrijgelaten en mochten hun eigen land gaan besturen en zo. Aanvankelijk onder de paraplu van het voormalige kolonialiserende land, wij dus, maar vanaf 1976 mochten ze het allemaal helemaal zelf regelen. Ik weet dat zeker, ik was er zelf bij, bij die onafhankelijkheidsfeesten. Weliswaar aan boord van een onderzeebootjager die op de rivier voor anker lag, maar toch. In elk geval, ik zie nu wat er van het land is gekomen en in mijn ogen is dat niet veul, zeg maar.
Ja, ik ben aan wal geweest, ik heb Suriname/Sranang bezocht, ik heb door Paramaribo gewandeld, heb de Bush bezocht en veel indianen dorpen en bos(ik-durf-het-haast-niet-te-schrijven)negerdorpen bekeken en heb met veel daar wonende Surinaamse mensen, veelal gekleurd, maar da's ook weer een pijnlijke opmerking, gesproken. Die waren allen, zonder een enkele uitzondering, helemaal tegen hun landgenoten die in grote getale naar het land van de kolonisten vertrokken of al vertrokken waren en waarbij die mensen zich verzamelden in wijken die later als getto's bekend zouden worden, zoals in de Bijlmer, bijvoorbeeld. Men, de Sranangs die ik sprak, vonden die mensen 'golddiggers', 'landverraders', 'lafbekken', mensen die niet mee wilden werken om hun land naar een hogere status te voeren. Ik denk dat de ouders van die Sylvana ook bij die groep mensen hoorden. Maar, de Sylvana in kwestie, samen met ene Prem, een niksje met een nog veel grotere muil, heeft haar hele brede en grote muil vol over 'slavernijverleden' en 'Zwarte Piet is een slaaf en moet verbojen worden', zukse zaken, dan. (Oh ja, ze begeeft zich ook nog eens op het smalle pad der politiek in een groepje ontevredenen die het in hun thuislanden, Turkije en Marokko al helemaal niet tot wannabe politici zouden hebben kunnen ontwikkelen. Ene politieke partij die zich Denk noemt, geloof ik.)

Maar soit, het sop is de (apen)kool van die SS niet waard, lijkt me.
Ik keek vanavond naar een herhaling van de succes tv serie "Het schaap in Mokum." Ik hoef en ga het niet allemaal uitleggen, natuurlijk. Ik hoop dat iedereen met alleen maar een klein beetje gevoel voor humor, nu ja, Jiddische en (dus) Mokumse humor, deze serie heeft gevolgd. In de jaren zeventig, geloof ik, schreef Ely Asscher, een Joodse schrijver, een serie over een Jordanees café, met allemaal stamgasten en allemaal belevenissen. Vooral beroemd werden de liedjes uit die serie: As je mekaar niet meer vertrouwen kan, Vissen, dat soort dingen. Maar er werden grote acteurs en actrices geboren in die serie, Adele Bloemendaal, Piet Romer en Leen Jongewaard om maar een paar te noemen. In elk geval, vandaag keken de liefde van mijn leven en ik naar de herhaling van een van die afleveringen. Zoals gezeid, het speelt in een Mokums kroegie, waar, toen nog, 'geroken' nu ja, gerookt, mocht worden. Nu ja, in ieder geval, een scene ging over 'gehaktballen', over zelf gemaakte ballen en geserveerd aan de bar. Op een gegeven moment vroeg een van de acteurs om een "bal met een wit sneetje." Volkomen onschuldig, toch? Maar mijn herinneringen gingen meteen vijfenveertig jaar terug in de tijd. Terug naar de tijd dat ik mijn opleiding(en) volgde in dat grote gebouw, dat voormalige klooster, landinwaarts gelegen aan de voet ban de Zandvoortse duinen. Mijn gedachten vloden terug naar het MHO, het Marine Hospitaal van Overveen, waar zoveel van mijn leeftijd- en vakgenoten hun opleiding(en) tot "superdoc" hebben gekregen, of ondergaan.
Mijn gedachten snelden naar een dergelijke  opmerking die ik een wat oudere patiënt hoorde maken tegen een jonge ziekenverzorgster, die met de "pre-lunch" soep kwam. Een bakkie soep om elf uur. En een vraag en een antwoord dat ik de rest van mijn leven als een heerlijke anekdote bij me zal dragen. Het ging zo, oh, sh.. mijn A4 is vol. Ik dacht dat ik net begon. Nu ja, morgen dan maar verder.



1 opmerking:

  1. Moi Lucas.

    Wat een cliffhanger, die afro africaanse dame woond wel in jou stad net zo als die dubieuze advocaat Prem.

    Huub.

    BeantwoordenVerwijderen