maandag 9 mei 2016

Ome Bart, nog even.

 



Herinneringen halen herinneringen op, vaak. Ik had mijn Blogje over ome Bart net geschreven en gepost, toen ik een reactie kreeg van vriend B. Vriend B., ik noem hem even Bert voor het gemak is een van de beste, oudste en trouwste vrienden en natuurlijk behoort hij tot de Uitverkorenen, de Geroepenen, tot de Eenlingen. Bert kende Ome Bart ook, natuurlijk, maar de anekdote die hij vertelde/schreef was van na mijn tijd. Vermoedelijk diende ik het Vaderland op dat moment als ziekenverpleger op een van de mijnenvegers van de, toen nog, talrijke vloot die we hadden.Ik had daar dan een zes weken durende opleiding voor gehad aan boord van Hr. Ms. Soemba, een oude kanonneerboot, een veteraan uit de oorlog.
Het schip was verbouwd tot logementschip en was gemeerd in Den Oever. Een plaatsje van helemaal niks en niemendal, gelegen aan het begin, of einde, dat ligt eraan hoe je het bekijkt, van de Afsluitdijk. Het dorp had slechts een "bezienswaardigheid" als ik het zo mag noemen, ene Gonda. Een goede luisteraar heeft slechts een halve naam van node. Bij de Mijnendienst, zoals het bedrijf heette, kreeg ik weer vaak te maken met de mensen van de MDKAZ, de Mijnen Dienst KAZerne, vaak tot groot ongenoegen van mij en mijn ook varende collegae. De baasjes daar vormden een corrupte en nare bende. Soit.
Mijn vriend B. had me opgevolgd of afgelost in de MKAD. Nu moet je weten, brave lezer, dat de zogenaamde hoogconjunctuur begin jaren zeventig, nog niet was doorgedrongen tot de militaire/ambtenaren salarissen. We werden vet onderbetaald, toen en misschien nu nog. Dingen als Vaartoelage, gescheiden gezinstoelage, oefentoelage, dienst in het buitenland, bestonden niet tot nauwelijks. Ja, havengeld dat bestond al. Bij een verblijf in een buitenlandse haven had je recht op, ik geloof zes "gulden", je weet wel, die oude florijnen, per dag. Per etmaal. Vaak kwam het schip na 1200 H aan in een buitenlandse haven en ging je havengeld dus in om 0600 de volgende (zater)dag. Met het resultaat, 12 piek, kon je, ook toen, geen enkele deur intrappen, maar het was genoeg om een doosje bier uit het Caf te kopen.
Ja, ik aborteer weer, ik weet het. Goed, omdat de salarissen dus niet je dat waren, was het bezitten van een automobiel niet voor iedereen weggelegd. Nu ja, voor bijna niemand. De fiets was een alternatief en, als je in Den Helder woonde, zag je 's morgens rijen fietsende maten van en naar de schepen of kazernes gaan. Een beter alternatief was, als je verder van de kazerne woonde, de "plof".
De Brommert dus. Ome Bart had een bromfiets, ik geloof een Zundapp. Daarmee reed hij dagelijks, weer en wind, van Weesp, waar hij woonde, naar Amsterdam. Een ding ben ik nog vergeten te vertellen over mijn allereerste chef. Naast al zijn andere goede capaciteiten, was hij ook nog eens een beer van een vent, oer- en oersterk. Nadat hij, op een morgen, eens een lekke band had gekregen op zijn brommer, wilde hij dat zelf verhelpen. In de hoge wachtkamer van de hele oude, (het gebouw diende al vanaf 1850 als een tuigruimte), en krakkemikkige ziekenboeg, waren, aan een van de houten balken, twee haken bevestigd, met een touw. Die haken hingen op ongeveer een meter boven de grond en konden opgetrokken worden door een katrol. Waarom/hoe/door wie? Geen idee.
Enfin, Bart wilde zijn band plakken en vroeg aan Roy Doeve, een fijn voorbeeld van een mens en mij om die brommer op te hangen. Ik heb geen idee meer hoe zwaar het kreng was, maar wij kregen het niet voor elkaar. Ome Bart zei iets van: "stumpers", met nog een naar woord ervoor, pakte de brommer bij kop en kont en met het uitspreken van de woorden: 'Hup en Hup' en hing hij de plof in de touwen.

Maar goed. Ook maatje Bert had een plof. Hij woonde toen nog in het Gooi en qua fietsen was dat net te ver. OV was te duur en de brommer, ik geloof dat het een Honda was, was dus een uitkomst. Hij parkeerde, hij was vroeg die dag, dat was wel eens anders, maar daarover later misschien, zijn voertuig op een plek. Nee, op een verkeerde plek. Sterker, op een totaal verkeerde plek, want de plek van de ploffiets van Ome Bart. Die was eens wat later, iets wat hem nooit overkwam. Ome Bart kwam en zag en ontstak in toorn. Hij herkende het voertuig en riep de bestuurder tot zich. Er ontstond een discussie, een pittige, ook nog, vertelde mijn vriend me later. Tja, als jonge eerste klas win je over het algemeen geen twistgesprek met een oudere sergeant majoor. Dus Bert verloor van Bart, logisch. 
Nu, de laatste anekdote, was Bart ook geen voorstander van de "vrije haarlengte", zoals die, in 1972, voor het KM personeel was ingevoerd. Hij had me vaak verteld dat 'ie mijn haarlengte niets vond. (Ik droeg mijn haar tot net aan over de bovenrand van mijn oor, overigens.) Ik ging dus in discussie, dom dus, en vertelde hem van het Staatsblad en de mening van de MINDEF. Bart werd stil. Hij liet me aan het werk gaan en later op de ochtend dronken we, zo als gewoonlijk, koffie in het bureau van de Medische Administratie. Er mocht toen ook nog gerookt worden, natuurlijk. Ik luisterde naar de verhalen van de korporaals en de oudere collegae en zag Ome Bart weg lopen, maar schonk er geen aandacht aan. Een minuut later was hij terug, legde zijn hand op mij "Beatles" kapsel en wreef er wat over. 'Ik vind wel dat je gelijk hebt', sprak hij. 'De haarlengte moet vrij, natuurlijk. Maar, het kapsel moet wel schoon en verzorgd zijn, toch? Stond ook in het Staatsblad en is ook de mening van de MINDEF.' 
Hij pakte zijn koffiemok en liep naar zijn bureau. Ik voelde nattigheid, nee, plakkerigheid. Ik voelde met mijn vingers in mijn "aso kapsel". F... it wa's dit? Een kleverige, zwarte pasta plakte aan mijn handen. 'Oh nee, alsjeblieft niet?' Ik hield mijn vingers onder mijn neus. K..! Driewerf K..! Teerzalf, Ichtyol. Een heel oud middel, op basis van teer, dat werd gebruikt om bijvoorbeeld abcessen beter te laten rijpen. Die koelerazooi krijg ik nooit meer uit mijn haar! K..  en nu ja, laat maar, je volgt hem.
De anderen begonnen hilarisch te lachen. Ik spoedde me naar de douches en trachtte die zooi uit mijn haar te wassen. Nu ja, no effing way! Ik probeerde wasbenzine en spiritus en stonk een half etmaal in de wind naar de drank. Niets hielp. Nu ja, een afspraak bij de Barbier, de KM kapper dan wel. Dat kon nog, die middag. De barbier had me verwacht, leek het! De dag erop zat ik, met het bekende bloempot kapsel, aan tafel tijdens de koffie. 
'Goh', teemde Ome Bart, 'toch maar naar de kapper geweest?' Sinds die dag weet ik dat blikken niet kunnen doden. Ome Bart is overigens een goede kameraad van me geworden. Ik heb veel van hem geleerd. Ik herinner me hem nog met veel plezier en liefde. Hij was zijn vak, hij was een geboren ziekenverpleger. Hij leerde mij, en velen met mij, om de patiënt te herkennen en te handelen in het belang van de patiënt. Vaak tegen de wensen van de chefs van die patiënten in. 
Ik heb het idee dat dat hem zijn carrière gekost heeft!
Dit gedrag was overigens in felle tegenstelling met een heleboel andere zogenaamde chefs die ik had, die alles deden om hun carrière veilig te stellen, ten koste van de patiënt.
Voor de ingewijden: Maak het verhaaltje af en kleur de plaatjes!


3 opmerkingen:

  1. Lol ik had eind 71 voor alle ziekenverplegers op het MOKH een zuipvrije avond gegeven,omdat ik naar de west moest voor 18 maanden.Iedereen muf als wat met kruiwagen door slaap barrakken rijden enz jan koopman thijs Tillemans en velen van hen.De volgende morgen moest ik voor afreizen bij provoost komen.Hij zij dat ik dat alles gedaan had ik zei nee heb alleen betaald.Had hij geen zaken mee ik stond op pararde ik zei maar ik ben al uitgeroleerd en ga voor anderhalf jaar naar de west.Ik moest toen in MKAD op dravenb in kampen autootje gehuurd en naar MKAD.IK maar daar melden bij O van Pol maar wel in burger want al mijn barang was verscheept had alleen nog kort wit voor in koffer. Die Ovan Pol over de zeik die oude daar over de zeik.Oke ik kreeg 4 uur strafdienst die moest ik dan maar in ziekenboeg doen.De O van Pol bracht mij naar ziekenboeg.En daar werd ik door een grote man Majoor ziekenpa ontvangen,hij stuurde de o van pol weg uit zijn ziekenboeg.Het eerste wat hij tegen mij zei was lul hoe kun je dat nu doen. Toen ik hem alles keurig als bibberende eereste klas had uit gelegd brulde hij van het lachen.Vraagt heb je al koffie gehad en gegeten ik zei nee majoor.Hij met mij naar de keuken kreeg een mok koffie van hem hij ging bij mij aan tafel zitten en wilde alles van mij weten.Die 4 uur straf dienst waren in dat keukentje in een scheet voor bij wat heb ik gelachen zeg en hij ook.Pracht man en ja deze man was Bart.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Voor wat betreft die Gonda, woonde er ook nog ene dame(zuster) van Senus die getrouwd is of was met ene collega zvp Paul Fekkes. En als Paultje er niet was waren er wel vrienden van de Soemba er wel.

    Waarvan Acte.


    Groet uut Assen.
    Huub

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Gonda, genomen door de marn Bethelem op de bakstafel van de Argus, omringt door 4 ZVPers, dat waren nog eens tijden

    BeantwoordenVerwijderen