Ja, als oude(re) man mag je wel eens wat dingen opschrijven over vroeger. Over mensen die je ontmoet hebt, over situaties waarin je belandde, over mensen die je, als jonge kerel, bewonderde. Om, met de Koningsdag nog vers in het geheugen, te beginnen: ja, ik heb de koning ooit ontmoet. Sterker: ik heb de koning aangeraakt en ik heb hem gefotografeerd. Nee, hoor, geen sensationele Privé of Story fotografie, nee, niets van dat alles, maar ik heb wel het innerlijk van de koning, toen nog de kroonprins, bekeken. Ik weet dat de man een ruggengraat heeft en dat hij een hart heeft voor de zaak en meer van dat soort dingen. Dat weet ik allemaal omdat ik, inderjaren, als onderofficier de "Röntgen" deed bij het "Keuringscentrum", het MARKEURSEL. (Even hierbij stilstaande: een enorme vorm van dank aan "Hansje", still kicking en aan "Henk", helaas in memoriam.)
Dus ja, ik was chef van de röntgen afdeling van het keuringscentrum van, toen nog gelukkig alleen, de marine. Het heette toen het MARKEURSEL (MARine KEUring en SELectie centrum) en het instituut was ondertussen verkast van Hilversum naar Amsterdam, op de locatie van de, helaas, nu bijna niet meer bestaande, Marine Kazerne in die plaats, waar, bij een sluiting, een traditie van bijna vijfhonderd jaar wordt beëindigd. Maar goed.
Er was ooit een tijd dat alle Nederlandse mannen vanaf hun achttiende "dienstplichtig" waren. Dan kreeg je een brief thuis en dan moest je je laten keuren. Dat gold voor alle NL mannen, ook voor kroonprinsen en neven van derzelfde. Dus kwam die kroonprins in de vroege ochtend van een winterse dag, die hadden we toen nog in ons land, met zelfs Elfstedentochten, in die tijd, naar Mokum Alef. (Na de komst van de "buitenlanders" is dat allemaal veranderd, natuurlijk, die mensen kennen geen kou of ijs of elf steden, begrijp je? Dus ja, daar moet je hen, als gastvrije regering van voorwaren en geen koude winters meer bestellen, toch?)
De komst van kroonprins Willem Alexander, toen nog gewoon Prins Pils genoemd, was natuurlijk al dagen een hot item bij de commandantur van de Kazerne. Die befaamde ochtend stond de hele gegalonneerde club, Commandant, Eerste Officier, Schipper, Officier van de Wacht, alle hoofden van dienst van het MARKEURSEL, dan ook keurig opgelijnd, wachtend op de hoogwaardigheidsbekleder en de aanstormende nieuwe Vader des Vaderlands. In de donkere en sneeuwerige ochtend, kwam een kleine Mazda aanrijden, zonder AA platen die recht voor de deur van het gebouw stopte. Er stapte een wat verlegen knul uit, gekleed in jack en jeans die zich naar binnen wurmde. Hij sprak een van de hoogwaardigheids-bekleders aan, maar die stuurde hem weg. (De Mazda was ondertussen al verplaatst door een mede inzittende, overigens.) 'Nee, knul, even niet, we wachten op iemand, ga maar even naar de kantine een bakkie doen, dan komt er zo iemand bij je.' De overste riep over zijn schouder: 'Korp, breng deze kandidaat even naar de kantine en dan rap terug.' De korp nam de knul mee en was rap terug. Rap genoeg om nog eens een half uur te moeten blijven staan wachten, bijna in de houding staande. Na een half uur kwam de knul in zijn jack en zijn jeans terug uit de kantine en tikte de overste op zijn schouders. 'Pardon', vroeg hij met een fraaie dictie, 'mag ik weten op wie u wacht?' De overste, geagiteerd als overstes kunnen zijn, draaide zich naar de rossige en wat stevige knul. 'We wachten op de kroonprins, duidelijk. En ik zou het prettig vinden als je me niet meer lastig viel.' De knul aarzelde even, stak zijn hand uit en zei: 'Mag ik me voorstellen, de kroonprins? Dat ben ik. Aangenaam: Willem Alexander. Ik had een afspraak met u hier, vanmorgen.' Enfin, de rest van de keuring ging dus stukken vlotter. Na een dag hadden we er weer een zeeheld bij die ook Oranje heette.
Een neef van hem was voorbestemd voor het Korps, oh heerlijk en nobel wapen. Maar de neef voldeed niet aan de eisen van de strakke keuring. Door röntgen onderzoek kwamen we er achter. Nu ja, neef was niet al te teleurgesteld, overigens. (Wie zou teleurgesteld zijn als hij niet bij de paarden kwam, maar bij de veel slimmere vloot?) Hij kon dus inderdaad wel zeeofficier worden en zo kwam ik hem nog geen jaar later, als mede bemanningslid, tegen aan boord van een fregat dat deel uitmaakte van een smaldeel dat een lange en fraaie en jaloersmakende reis naar de Oost en Nieuw Zeeland, Australië, Singapore, Maleisië, India, nee ik hoef niet door te gaan, maakte. Hij was een braaf mens, voor een officier dan. Zijn ouders kwamen hem, bij thuisvaren, afhalen en hij was zo beleefd om mij aan hen voor te stellen. Hij deed dat om mij te bedanken. Ik had de man vaak moeten behandelen voor diverse kwaaltjes en klachten en hem zo aan boord van ons schip kunnen behouden. Zijn ouders bedankten me hartelijk voor het goede verzorgen van hun zoon. (De pa ging nog net niet een pianodeuntje spelen, zeg maar). Ook kregen de lief en de kinderen, die me met amigo B. af kwamen halen, een handje van de Hogelijkheden. Neu, niks bijzonders, wij van de KM hebben meerdere Hogendemogelijksen handen geschud of behandeld.
Maar goed, die mensen ken ik dus, nu ja, ik heb ze even mogen meemaken op mijn pad in mijn leven. Ik zal ooit wel eens een filomosolofisch Blog schrijven over paden in het leven en het bewandelen van die paden, zeg maar.
Goed, voor de nu koning en de nog prins, had (en heb) ik niet al te veel bewondering, hoor, mocht je dat hebben gedacht in de eerste regels van het stukkie. Aardige lui, niets mis mee, goed betaald, voor een niet al te zware job, noem ik het maar.
Waar ik wel enorm veel bewondering voor had en heb, ondanks het verstrijken van al die jaren en het verliezen van mijn haren, zijn mijn oude 'chefs' en leermeesters van toen en ooit. Numero Uno is ene Bart Vorstenbosch. Hij was mijn eerste chef ziekenboeg. "Ome Bart", werd hij, liefkozend, genoemd door al het ziekenboeg personeel. "De Leeuw van Amsterdam", noemde de Commandant van de Kazerne hem, met veel bewondering in zijn stem. Ik heb, helaas, nooit meer een dergelijke fantastische man mogen ontmoeten. Bart was de vleesgeworden "Ziekenpa". Ik overdrijf?
Ik ga verder over Ome Bart en meer van zijn soort, in een volgend verhaal.
P.S. By the way, dit moet me van het hart. De meesten van jullie hebben geen idee over wie of wat ik het heb in dit naschrift. Houwe zo. Degene die het aangaat wel!
Ik heb namelijk ook heel veel bewondering voor mensen zie zich terug (willen) knokken uit een nare situatie, uit nare ziektebeelden en zo. Die der alles voor doen. "Slecht en Goed" voorbeeld is dan misschien Lance Armstrong? Hij gaf alles in zijn leven op om maar beter te worden. Geen alcohol, geen roken, geen scherpe spijzen, en zo. Hij kwam helemaal terug. Hij won. Het kan dus wel? Als je sterk bent? Als je WILT? Als je kiest voor JOUW leven en dat van JOUW partner?
Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Dit is natuurlijk cryptisch, maar wie de schoen past, adoe!

Prachtig herkenbaar verhaal.
BeantwoordenVerwijderenTop verhaal
BeantwoordenVerwijderen