vrijdag 20 mei 2016

Over een droge snee, MHO 2




Ja, fraaier krijg ik de foto niet, maar dit, mocht je het wel kunnen zien, is een vooraanzicht van het vroegere klooster van de zusters Urselieten of zo en later van het MHO. Hoewel de naam Marine Hospitaal anders laat vermoeden, was het ziekenhuis niet alleen voor marinemensen.  Er lagen gemiddeld meer burgers uit de regio opgenomen dan de mensen van het oudste krijgsmachtonderdeel. Het ziekenhuis had een goede naam in de regio, die zich uitstrekte van Haarlem in het oosten, Bloemendaal en Santpoort in het noorden, het poep chique Aerdenhout/Vogelenzang en zo in het zuiden en Zandvoort en het strand in het westen. Niet allen door de goede medische staf stond "ons" ziekenhuis zo goed bekend, maar zeker om de ambulance dienst en de eerste hulp afdeling. Ja, er was een ambu dienst. Die reden aanvankelijk met nogal aamborstige Hanomags rond, later met van die golfplaten Citroens en weer later met veel netter materiaal. Toen het circuit van Zandvoort nog een echt circuit was, waar ook formule 1 en echte TT wedstrijden werden gereden, had menige toeschouwer het idee om die coureurs eens te imiteren op de weg terug naar de huis, de bochtige en onoverzichtelijke Zeeweg. Tja, vaak ging dat dus niet goed en kregen wij, de m/v (ik wor der zoo moe van) van het hospitaal een zogenaamde "drie piepen" oproep op onze 'pagers' zeg maaar, ten teken dat het ambu team moest uitrukken. Vaak waren het hele ernstige ongevallen. Ik heb er nog veel in mijn geheugen gegrift en op mijn netvlies gebrand staan. Maar soms was het rien a la main, zoals de Fransman dat uitdrukt. Ik ben ooit eens met toeters en bellen moeten rijden naar een Zandvoortse strandtent waar een of andere actreutel, flink onder invloed van C2H5OH in een gebroken wijnglas was gestapt, een bloedende teen had overgehouden aan dat accident en meteen dacht dat haar niet eens zo flinke carrière naar Blanes was.

Maar goed. Zoals ik al zei was het MHO niet voorbehouden aan de (terecht) trotsen in het blauw, al dan niet met rode bies. Er lagen nogal wat burgers, NUKUBU's in KM speak. Die deden het allemaal net even anders dan de blauwen. De blauwen, mits niet half dood of comateus, redden zich vaak wel. Ze wasten en plasten zelf, maakten hun eigen bed open zorgden voor netheid en orde en tucht op de kamers. Maar er was geen strikte scheiding in patiënten, vaak lagen burgers en marine mensen door elkaar. Zo ook op een bepaalde kamer van een bepaalde Interne afdeling. We hadden daar twee van, genaamd Interne Een en, hoe raajen het? Interne twee, correct en tevens juist. Op die afdeling lagen alles wat niet chirurgisch was, zeg maar. De Interne afdelingen lagen op de derde verdieping, vlak onder de verdieping waar wij, ziekenpa's m/v, pfff, en ook de kamers van de verpleegsters waren gehuisvest. Want ja, van die meiskes, vaak in opleiding tot burger ziekenverzorgster, waren er velen die ook intern in het ziekenhuis waren. Alleen, alle dames sliepen op een aparte gang, de 'groene' gang genoemd. Een gang die, natuurlijk, zwaar bewaakt was. 
Waarom heette die gang de groene gang? Ik denk, ik ben er nooit geweest, natuurlijk niet, dat er een groene loper op de gang lag? Of dat de deuren groen waren? Of omdat de muren groen waren geschilderd? Ik heb geen enkel benul. Vrienden van me, ene J., ene H., ene G, of F., noem al de schalkjes maar op, zullen dit misschien wel weten. Die kwamen er illegaal wel eens, denk ik, maar ik ben zo onschuldig als dat bekende lam waar ze het vaak over hebben. 
Maar hoe dan ook. Op de Interne afdeling Een lag een burger mijnheer. Zoals elke dag werd er een 'soepronde' gemaakt door het ziekenhuis. Dat was rond een uur of elf. De kokologen, vaak marinekoks, de beste ter wereld overigens, daar kunnen Ramsey, Meeus en Ron Blaauw een punt aan zuigen, hadden rond die tijd een smakelijke en voedzame soep bereid en die werd uitgedeeld op de afdelingen en ook het personeel kon een bakkie pakken. Ook de mijnheer in kwestie kreeg zijn vaste kommetje smakelijke soep. Nu had deze mijnheer er altijd een boterhammetje bij, gewoon om te dopen. Dat vond hij lekker. Gewoon een droge witte boterham, geen boter, geen gedoe. Die dag was de vaste zaalzuster er niet. Vrij misschien, late dienst, ziek, wie weet? Een jonge en kittige ziekenverzorgster had haar 'wijk' overgenomen en deelde vriendelijk en aardig de koppen soep uit. Ze gaf de mijnheer zijn kommetje welriekende en smakelijk uitziende soep, knikte hem vriendelijk toe en liep verder. De mijnheer pakte zijn bordje met het kommetje soep erop aan, keek nog eens goed en hè? miste meteen zijn boterhammetje. Een beetje verontwaardigd riep hij haar terug: 'Zuster, heeft u een droog sneetje?' De zuster keek over haar schouder naar hem en schudde haar hoofd. 'Nee, hoor mijnheer, het zijn mijn nieuwe schoenen die zo kraken.'


Indien geïnteresseerd? Later meer, veel meer!





2 opmerkingen: