zaterdag 21 mei 2016

Uit de oude Doos(eman) MHO3

Uit vorige reacties op mijn Blogjes blijkt dat herinneringen aan de geschiedenis van het ouwe trouwe, helaas niet meer fysiek bestaande Hospitaal nog gelezen willen worden. Ik kreeg nogal wat 'hits', om te 'new speaken', en er was zelfs een 'share' van mijn verhaaltje. Dat doet deugd voor een eenzame en lijdende schrijver, natuurlijk. 
Maar goed, het blijkt dat het MHO nog steeds in vele mensenharten en mensengedachten leeft. Gek genoeg, ik ben nu eerlijk, heb ik een beetje een haat/liefde verhouding met dat deel van mijn leven, want ja, eerlijk is eerlijk, een groot deel van mijn leven is het zeker geweest. Ik ben er in vormende jaren, vanaf mijn achttiende zeg maar, opgeleid en opgevoed, in de KM stijl dan. Ik heb er mijn eerste vechtgenote leren kennen en via haar heb ik dus een geweldige zoon, met nu drie geweldige kleinkinderen. Dat zijn dus nog steeds Good vibes. Ik ben er gevormd doordat ik leerde met lijden en leiden om te gaan. Ik ben er gevormd omdat ik snelle beslissingen, soms levensreddende, en adequate acties moest maken dan wel ondernemen, op een leeftijd waarop veel mensen nog nooit met dood en verminking in aanraking kwamen of waren geweest. Ik was, vele collegae van toen met mij, al voor dat ik officieel mocht stemmen, het baasje, het 'alfa' mannetje op de ambulance, met slechts een (1) jaar ziekenverplegers opleiding. Tegenwoordig, schrijft de oude ingezakte man, heeft de ambulance verpleger er minstens drie jaar opleiding op zitten en ook nog eens allemaal deel cursussen en zo. Maar, goed, wij, de marine, deden het anders en ik kan met de hand op het hart zeggen dat we het misschien wel, nu ja, gewoon echt wel, net zo goed deden. (Ik herinner me halsbrekende amburitten over de Zeeweg richting Zandvoort of terug uit de regio. Onderwijl beademde je of gaf je hartmassage en de chauffeur maar blazen. Met de ambu dan. Goed dat is wel heel melodramatisch, maar wie dit herkent steekt zijn vinger op!)

In dat MHO, ik verwissel van decor, zoals je merkt, werkten nogal wat Militaire Werkmannen. Die dienstgroep was een apart fenomeen in de KM. Ik moet het even uitleggen en voor eens probeer ik kort te zijn. Een militair werkman, ik ben der nooit een van een ander gender tegengekomen, was vaak een 'gepensioneerde', MATR 1 of KPL. Na hun vijftigste hadden ze een niet al te dik pensioen maar konden dan als 'manusje van alles' in de dienst terugkomen. Vaak in banen of baantjes die niet al te veel eisend waren. Ze werden vaak te werk gesteld als 'provoost', als hulp in de huishouding, zeg maar, soms als Kooi-/zakkenboer*, soms als portier of telefonist. In het MHO hadden we legendarische Militaire werklui. Ze hadden de rang, of was het nu stand, van een eerste klas en zo behoorden ze ook te worden aangesproken. Ik herinner me mannen als Jaap en Mat en Aad en een Indische 'mijnheer', die een chique en dubbele achternaam had en die de oorlog, varend op Hr. Ms. Willem van der Zaan had door- en overleefd. Tja, ik geloof dat mijn generatie genoten nog de helden van die jaren hebben meegemaakt. 
What ever. Helaas was niet elke Militair Werkman een veteraan of een ex marineman. Zo werkte er in de receptie een mijnheer, die 'Doos' werd genoemd, een afkorting van zijn eigenlijke naam. Die man was een, denk ik me te herinneren, oude postbode die vanwege platvoeten of zukse zaken was afgekeurd voor het, toen nog twee maal dagelijks, bestellen van pakketten en brieven en dat. Hij solliciteerde en kreeg een baan bij de marine en was zo trots als een pauw. Hij droeg HET befaamde donkerblauwe uniform met het 'klare' anker op de mouw. Hij was tewerkgesteld al receptionist en telefonist maar hij was ook nog eens heel erg 'in Joop' zeg maar. Dat was en is goed recht, natuurlijk. Maar, op elke zondag die hij dienst had en dat de NCRV de zondagse kerkdienst op de radio verzorgde, moest Doos, door het geloof gedreven, de radio aanzetten en de uitzending beluisteren. Dat mag. Maar, hij wilde beslist niet gestoord worden tijdens die dienst en beantwoorde dus geen telefoons. Niet die van bezorgde mensen die wilden bellen met hun opgenomen verwanten of zo. Dat was zijn taak natuurlijk wel als telefoonman en receptionist. Maar, en dat was veel erger, ook beluisterde hij niet de zogenaamde noodtelefoon. Dat was een aparte aansluiting die men belde om een ongeval te melden of een ambulance te bestellen. Die telefoon werd dan door het nabije politiebureau gebeld. Ik weet niet precies hoeveel ongevallen wij niet hebben doorgekregen door 's mans betrokkenheid in De Here, maar ik denk dat het er wel een paar geweest zijn?
Maar goed, het was de heer Doos wel ingeprent dat er op zondagmorgen, om 1000 hr exact, zoiets was als 'Vlaggenparade.' Ja, de Km is traditioneel en hecht veel aan haar tradities. Vlaggenparade is Vlaggenparade en tijd is tijd. Ik ga het nu allemaal niet vertellen met "jongens bij de vlag" en zo, ik heb dat eerder beschreven, maar er wordt opgemerkt in het 'handboek voor de Vlaggenparade' dat de vlag met  enige formaliteit moet worden gehesen. Dus: rustig hijsen, geef de vlag dan de kans om te ontplooien, zo wat dan. Maar goed, een van die zondagen was er een preek die Doos helemaal aansprak en hij graag af wilde luisteren, maar ja, toch die vlag. Enfin, om even voor tien spoedde hij zich naar buiten, sloeg de vlag aan, trok haar als een gewond dier naar boven en rende terug om het vervolg van de donder-en-bliksem preek, waarin de niet gelovende mens werd afgekraakt, omdat hij geloofde in democratie en vrije seks, ik noem maar wat, van zijn favoriete programma aan te horen. 
Er lag een oudere, net gepensioneerde SBN, Schout Bij Nacht, da's een hoge ome, op een ziekenzaal, recht tegenover de vlaggenmast. Die gepensioneerde vlagofficier lag er met een wel geneesbare tropenziekte die hij in de oorlog in de Oost had opgelopen, malaria, berrie berrie, kwasiorkor, wie weet? Hij las die ochtend de bijvoegsels van de zaterdagkrant. Hij keek uit het raam. Hij zag een oudere man met een blauw pak met een rode uitmonstering op een arm een vlag naar boven hijsen en zich terug reppen naar het huis. De wind, een vrij strakke zeewind vanuit Zandvoort en dus vanaf de geliefde Noordzee van de SBN, blies de vlag strak. Een fraaie driekleur, fris gewassen. Mooie fraaie kleuren. Blauw, Wit, Rood. De SBN keek nog eens scherp. 'Het zal toch niet?' Maar het zal toch wel! De oude Doos had, in de haast om zijn dominee, de vlag verkeerd om aangeslagen. Blauw boven!
De SBN belde scherp met de hoofddienst van de wacht, dat was een hele jonge korporaal. Hij schold de jonge man de huid vol! 'Dit is absurd! Een blamage. Verhelp dat direct!'
'Jawel, Schout bij Nacht', zei ik en verhielp even later het euvel.

*Kooi-/zakkenboer: een functionaris, vaak was dat een MWKM, Militair WerKMan, die met baantjes als het op transport stellen van gevulde plunjebalen, het in ontvangst nemen van plunjezakken, allemaal na overplaatsingen van personeel. Vaak moest je de lakens van je bed bij hem inruilen voor schone. KM grapje: 'Wie is de baas in de kazerne?' 'De Commandant natuurlijk!' 'Nee, de Kooi-/zakkenboer, die deelt de lakens uit!'


1 opmerking:

  1. Ja. What memories. Het hospitaal als school, praktijkscholing, nascholing enz. En natuurlijk de (ge)willige zusters. Heerlijke herinneringen s'avonds op de latediensten en daarna.
    We herkennen dat allemaal.

    Groet Huub

    BeantwoordenVerwijderen