Maar goed. In 1982 besloten de VN dat man en vrouw gelijk waren en dus gelijke kansen moesten hebben. (Nu ja, in de landen van de soepjurken, de landen van de slippers, de landen van de slavernij voor vrouwen, de landen waar geen enkele vorm van gelijkheid of godsdienstige of seksuele vrijheid heerst, deden en doen ze daar niet aan mee, hoor.) Maar ja, ons land, vrouwen in ons land waren vaak al veel meer geëmancipeerd dan in andere omringende landen, ze hadden vaak ook al veel meer in te brengen dan in menig ander land. Noem het een overblijfsel van de VOC tijd, toen vrouwen vaak de handel van hun mannen dreven, omdat die zelf op zee zaten, kort gezegd.
Maar nu konden vrouwen dus ook echt een echte carrière maken bij Defensie. Dat ging niet van de ene dag op de andere hoor. Er moesten aangepaste opleidingen komen, andere rangen en standen, de uniformen en de uitmonsteringen veranderden, de dames moesten gaan varen en konden worden uitgezonden, kortom ze moesten ook operationeel worden. Het aantal meiden dat dit wilde was groter dan gedacht, er is slechts een klein deel de marine uitgestapt. (Over de aantallen van andere krijgsmachtdelen weet ik niets, overigens.)
Toen de eerste hordes genomen waren, werd de eerste lichting vrouwen dan ook aan boord geplaatst. Nu geen marva meer, maar gewoon MATRLDGD of -MB of -LDV. Later kwamen er ook de andere dienstvakken bij, maar in mijn geheugen waren het aanvankelijk alleen logistiekelingen die voeren, maar je mag me verbeteren. Het eerste schip dat 'gemengd' ging varen was Hr. Ms. Zuiderkruis, een bevoorradingsschip, oneerbiedig gezegd, een tanker. (Zie foto boven. Het schip was vanaf 1975 tot 2012 in de vaart, maar is inmiddels gesloopt in Turkije, naar ik meen) Een fraai schip en, door de jaren heen, steeds een goed en leuk schip. (Ik kom op dat laatste onderwerp nog wel eens terug.) Veel hoefde er niet verbouwd te worden aan boord. De dames kregen gewoon samen een of meerdere hutten, een eigen natte groep en gaan met die je weet wel. Natuurlijk hadden de mannen de nodige waarschuwingen gekregen en de nodige lessen in het omgaan met vrouwen, zakmaarzegge! "Oh ja, ging dat zo makkelijk allemaal?" hoor ik jullie vragen. Nou nee, dus. Het grootste dagblad van het land, je weet wel, De T., reageerde nogal bozig en liet verontruste vrouwen van van marinemannen aan het woord die grote woorden gebruikten als: varend bordeel, orgies in de slaapverblijven, onzedelijkheid. Ook een groep oudere marine officieren en onderofficieren stonden er sceptisch tegenover, nee, niet tegenover die uitlatingen, maar alles liep met een sisser af. Nu zijn marinevrouwen niet meer weg te denken aan boord van Zr.Ms. prauwen. (Behalve bij de onderzeedienst, logistiek technisch schijnt het niet haalbaar te zijn om vrouwen onder water te houden, helaas. Moest je even denken? Ik vond hem wel geinig.)
Ik zie nu vrouwelijke officieren, hoofdonderofficieren ronddarren in de wereld die marine heet en zo heurt 'et ook. Ik geloof dat er zelfs een vrouwelijk commandant van een schip is en dat zou logisch zijn. (Zei een oude onderofficier: ze kenne goddomme niet eens fatsoenelijk inparkeren, maar ze willen wel een fregat afmeren? Waar gaat de wereld heen?)
En ja, der gebeurde van alles wat en soms wat teveel en soms ging alles helemaal goed. Wees eerlijk, vrouwen inpassen in een mannenbedrijf dat al 500 jaar een mannenbedrijf was, ging natuurlijk niet altijd op rolletjes. Maar, het is allemaal goed verlopen.
Vrouwen zijn soms net mensen. Je hebt er, als bij hun mannelijke collegae, toppers bij, truttebollen bij, je hebt ijverige en luie, vlotte en slome, ergerlijke en fantastische. Een ding hadden ze wel altijd gemeen: ze waren zachter in de omgang dan de kerels en ja, ik zag ze liever in hun zondagse pak met grootkruizen dan een janmaat in zijn pendek. (Die laatste zin is een beetje voor de KM ingewijden, maar het is geen negatief geschrijf, hoor.)
Ik heb met heel veel meiden te maken gehad. Logisch, gezien mijn rang en vak. Ik heb gevaren met twee toppers, Ellebel en Wullem. Ik heb verder grootheden meegemaakt als I., Y., C., A., nu ja het hele alfabet, maar ik wil geen namen noemen omdat ik anders andere zou vergeten. Dat wil ik niet want, zei Shakespeare: 'Hell has no fury, like a woman scorned.'Toch? En inderdaad het was niet de Engelse bard die het schreef maar William Concreve, goed opgemerkt.
Oh ja, ik vergeet S. Nee niet opzettelijk. S. is een lichtend voorbeeld voor alle meiden. Ze is een Mokumse en heeft zich fantastisch opgewerkt en doet nu iets heel goeds en heel hoogs in de KM hiërarchie. Tijdens een borrel, enkele weken her, vertelde ze er trots over en ze bedankte mij en mijn generatie "ouwe lu...." dat wij haar gestimuleerd hadden om zo ver te komen, waarvoor dan weer dank aan S.
Een anekdote moet me van het hart.Het gaat over J. J. was een rondborstig, maar dan ook letterlijk, meisje uit het Brabantse. Dat rondborstige werd op de duur lastig. Ze kreeg rug- en schouderklachten bij het werken, bij het sporten en bij het wachtlopen. Ze vroeg aan mijn ziekenma en mij of daar wat aan gedaan kon worden. Via onze arts, aan de wal, werd ze doorgestuurd naar een plastisch chirurg en werd haar rondborstigheid verminderd. Enige weken later, ons schip was net binnen gelopen na een reis van een week of wat, kwam J. terug aan boord, vol trots over haar figuur. Ze kwam de ziekenboeg binnen en bedankte ons voor onze hulp en steun. 'Ziet dan, ze zijn zo mooi, ziet zo zijn ze geworre!' bracht ze uit en trok haar trui en T-shirt op tot nekhoogte. En inderdaad het was een fraai geheel. Twee 'Bossche Bollen verhieven zich op haar slanke lijf. Mijn ziekenma zag me, natuurlijk helemaal beroepsmatig, kijken en zei al gauw: 'Het is goed, hoor J. De sergeant heeft het gezien, pak ze maar weer in.' Dat dee J., hoewel ik, beroepshalve, natuurlijk, nog wel wat langer mijn ogen de kost had willen geven. Soms zijn vrouwelijke matrozen "spoilsports", hoor. (Het belette J. niet om een ieder die ze tegenkwam haar nieuwe pronkjuwelen te tonen. Ook aan onze commandant. Die vond het allemaal heel fraai en interessant en zo, maar vroeg aan mij om haar enthousiasme wat in te perken.)
Hebbie dan niks tegen die vrouwen? Hejje dan nooit rottigheid meegemaakt? Oh jawel, natuurlijk wel. Maar over het algemeen waren het goede tijden.
Ik dank hierbij dan ook al die marinevrouwen (en ook de ooit Marva's) voor de fraaie jaren en het goede werken wat ik met hen gedaan heb en dat meen ik uit de grond van mijn hart.
Met vrouwen van andere krijgsmacht onderdelen heb ik niet veel ervaring. Ik heb wel vreselijk leuk gediend met H. H. was mijn zeer geliefde 'opleidster' aan de röntgen afdeling van het vroegere Marine Hospitaal Overveen. Later, tijdens een inzet in oorlogsgebied met het mobiele veldhospitaal, kwam ze onze rangen versterken. Ondertussen was ze luitenant, of zelfs kapitein, bij de pleunen geworden. Ik heb menig leuk uur met haar kunnen kletsen over van alles en nog wat. Veel van haar (vrouwelijke) collegae waren minder correct en zij heeft behoorlijk op hen ingepraat. Ik had veel steun aan haar en heb altijd met plezier met haar gediend.
Maar nu konden vrouwen dus ook echt een echte carrière maken bij Defensie. Dat ging niet van de ene dag op de andere hoor. Er moesten aangepaste opleidingen komen, andere rangen en standen, de uniformen en de uitmonsteringen veranderden, de dames moesten gaan varen en konden worden uitgezonden, kortom ze moesten ook operationeel worden. Het aantal meiden dat dit wilde was groter dan gedacht, er is slechts een klein deel de marine uitgestapt. (Over de aantallen van andere krijgsmachtdelen weet ik niets, overigens.)
Toen de eerste hordes genomen waren, werd de eerste lichting vrouwen dan ook aan boord geplaatst. Nu geen marva meer, maar gewoon MATRLDGD of -MB of -LDV. Later kwamen er ook de andere dienstvakken bij, maar in mijn geheugen waren het aanvankelijk alleen logistiekelingen die voeren, maar je mag me verbeteren. Het eerste schip dat 'gemengd' ging varen was Hr. Ms. Zuiderkruis, een bevoorradingsschip, oneerbiedig gezegd, een tanker. (Zie foto boven. Het schip was vanaf 1975 tot 2012 in de vaart, maar is inmiddels gesloopt in Turkije, naar ik meen) Een fraai schip en, door de jaren heen, steeds een goed en leuk schip. (Ik kom op dat laatste onderwerp nog wel eens terug.) Veel hoefde er niet verbouwd te worden aan boord. De dames kregen gewoon samen een of meerdere hutten, een eigen natte groep en gaan met die je weet wel. Natuurlijk hadden de mannen de nodige waarschuwingen gekregen en de nodige lessen in het omgaan met vrouwen, zakmaarzegge! "Oh ja, ging dat zo makkelijk allemaal?" hoor ik jullie vragen. Nou nee, dus. Het grootste dagblad van het land, je weet wel, De T., reageerde nogal bozig en liet verontruste vrouwen van van marinemannen aan het woord die grote woorden gebruikten als: varend bordeel, orgies in de slaapverblijven, onzedelijkheid. Ook een groep oudere marine officieren en onderofficieren stonden er sceptisch tegenover, nee, niet tegenover die uitlatingen, maar alles liep met een sisser af. Nu zijn marinevrouwen niet meer weg te denken aan boord van Zr.Ms. prauwen. (Behalve bij de onderzeedienst, logistiek technisch schijnt het niet haalbaar te zijn om vrouwen onder water te houden, helaas. Moest je even denken? Ik vond hem wel geinig.)
Ik zie nu vrouwelijke officieren, hoofdonderofficieren ronddarren in de wereld die marine heet en zo heurt 'et ook. Ik geloof dat er zelfs een vrouwelijk commandant van een schip is en dat zou logisch zijn. (Zei een oude onderofficier: ze kenne goddomme niet eens fatsoenelijk inparkeren, maar ze willen wel een fregat afmeren? Waar gaat de wereld heen?)
En ja, der gebeurde van alles wat en soms wat teveel en soms ging alles helemaal goed. Wees eerlijk, vrouwen inpassen in een mannenbedrijf dat al 500 jaar een mannenbedrijf was, ging natuurlijk niet altijd op rolletjes. Maar, het is allemaal goed verlopen.
Vrouwen zijn soms net mensen. Je hebt er, als bij hun mannelijke collegae, toppers bij, truttebollen bij, je hebt ijverige en luie, vlotte en slome, ergerlijke en fantastische. Een ding hadden ze wel altijd gemeen: ze waren zachter in de omgang dan de kerels en ja, ik zag ze liever in hun zondagse pak met grootkruizen dan een janmaat in zijn pendek. (Die laatste zin is een beetje voor de KM ingewijden, maar het is geen negatief geschrijf, hoor.)
Ik heb met heel veel meiden te maken gehad. Logisch, gezien mijn rang en vak. Ik heb gevaren met twee toppers, Ellebel en Wullem. Ik heb verder grootheden meegemaakt als I., Y., C., A., nu ja het hele alfabet, maar ik wil geen namen noemen omdat ik anders andere zou vergeten. Dat wil ik niet want, zei Shakespeare: 'Hell has no fury, like a woman scorned.'Toch? En inderdaad het was niet de Engelse bard die het schreef maar William Concreve, goed opgemerkt.
Oh ja, ik vergeet S. Nee niet opzettelijk. S. is een lichtend voorbeeld voor alle meiden. Ze is een Mokumse en heeft zich fantastisch opgewerkt en doet nu iets heel goeds en heel hoogs in de KM hiërarchie. Tijdens een borrel, enkele weken her, vertelde ze er trots over en ze bedankte mij en mijn generatie "ouwe lu...." dat wij haar gestimuleerd hadden om zo ver te komen, waarvoor dan weer dank aan S.
Een anekdote moet me van het hart.Het gaat over J. J. was een rondborstig, maar dan ook letterlijk, meisje uit het Brabantse. Dat rondborstige werd op de duur lastig. Ze kreeg rug- en schouderklachten bij het werken, bij het sporten en bij het wachtlopen. Ze vroeg aan mijn ziekenma en mij of daar wat aan gedaan kon worden. Via onze arts, aan de wal, werd ze doorgestuurd naar een plastisch chirurg en werd haar rondborstigheid verminderd. Enige weken later, ons schip was net binnen gelopen na een reis van een week of wat, kwam J. terug aan boord, vol trots over haar figuur. Ze kwam de ziekenboeg binnen en bedankte ons voor onze hulp en steun. 'Ziet dan, ze zijn zo mooi, ziet zo zijn ze geworre!' bracht ze uit en trok haar trui en T-shirt op tot nekhoogte. En inderdaad het was een fraai geheel. Twee 'Bossche Bollen verhieven zich op haar slanke lijf. Mijn ziekenma zag me, natuurlijk helemaal beroepsmatig, kijken en zei al gauw: 'Het is goed, hoor J. De sergeant heeft het gezien, pak ze maar weer in.' Dat dee J., hoewel ik, beroepshalve, natuurlijk, nog wel wat langer mijn ogen de kost had willen geven. Soms zijn vrouwelijke matrozen "spoilsports", hoor. (Het belette J. niet om een ieder die ze tegenkwam haar nieuwe pronkjuwelen te tonen. Ook aan onze commandant. Die vond het allemaal heel fraai en interessant en zo, maar vroeg aan mij om haar enthousiasme wat in te perken.)
Hebbie dan niks tegen die vrouwen? Hejje dan nooit rottigheid meegemaakt? Oh jawel, natuurlijk wel. Maar over het algemeen waren het goede tijden.
Ik dank hierbij dan ook al die marinevrouwen (en ook de ooit Marva's) voor de fraaie jaren en het goede werken wat ik met hen gedaan heb en dat meen ik uit de grond van mijn hart.
Met vrouwen van andere krijgsmacht onderdelen heb ik niet veel ervaring. Ik heb wel vreselijk leuk gediend met H. H. was mijn zeer geliefde 'opleidster' aan de röntgen afdeling van het vroegere Marine Hospitaal Overveen. Later, tijdens een inzet in oorlogsgebied met het mobiele veldhospitaal, kwam ze onze rangen versterken. Ondertussen was ze luitenant, of zelfs kapitein, bij de pleunen geworden. Ik heb menig leuk uur met haar kunnen kletsen over van alles en nog wat. Veel van haar (vrouwelijke) collegae waren minder correct en zij heeft behoorlijk op hen ingepraat. Ik had veel steun aan haar en heb altijd met plezier met haar gediend.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten