vrijdag 11 maart 2016

LUPAK, deel twee van twee.

 



Ik had, ten uitleg van het vorige Blog, nu natuurlijk een hele lange lijst met allemaal afkortingen neer moeten schrijven, voor degene die dat soort jargon nog niet kent, maar ik geloof dat iedere lezer, het waren er verrassend veel overigens deze keer, wel begreep waar het ongeveer overging.
In ieder geval, in het Korps, we hebben er maar een in ons land, een Korps dat bol staat van heldendaden en tradities, treffen we ook nog mensen aan met humor. Niet veel, ik geef het toe, maar de man die de kreet "LUPAK in de LIBOZA" op zijn geweten heeft, spotte een beetje met het feit dat het Korps, (nu hoef ik geen m/v in te vullen, het Korps heeft namelijk geen /v in dienst. Dat heeft niets te maken met discriminatie, hoor, maar alles met het feit dat /v slimmer zijn dan de MARN, hetgeen tot veel geharrewar en gezichtsverlies zou kunnen lijden bij de heren van het Korps). Maar goed, dat LUPAK en verder, heeft alles te maken met het feit dat het Korps alles afkort en zich ook nog eens bemoeit met het feit hoe jij je "rugzak" (zie de moderne versie boven) in moet pakken. "Alles boven in, man', vertelde me een collega vrolijk. 'Als je wat onderin moet zoeken, wordt dat allemaal moeilijk.' Ik weet niet of hij zijn eigen verhaal geloofde, maar ja, bij MARNS weet je het nooit!
Maar: er is geen echte haat hoor tussen hullie en wullie. Ik heb dat allemaal eerder
Nee, nou ja, weet je, der is altijd wel wat tussen wullie en zullie. "Vloot en torren, het zal nooit wat worren", zei Michiel de Ruyter al en die kon het weten want, "die hep se opgerig!" Toen bestond de vloot overigens al tweehonderd jaar of zo. Soit.
Ik heb het een en ander, de verhouding tussen vloot/korps, al eerder uitgelegd maar ik heb altijd voortreffelijk met die mannen kunnen dienen. Toch moet me een staaltje Korps humor van het hart. Dat komt van mijn, in het eerdere Blog al genoemde, zoon, Werner. Nee, we hadden absoluut geen familiale betrekkingen, maar vaak is de naaste medewerker van een Adjudaris bij het korps zijn MARN1 schrijver en vaak noemen die zich "pa en zoon", zeg maar. Het onderstaande dat je gaat lezen is niet discriminerend. Het gaat over het feit dat een compagnie van 2BAT, het tweede bataljon, zou gaan oefenen met een deel van de Antilliaanse MARNS, dat is nu een zelfstandig onderdeel van de Antilliaanse zelfverdediging organisatie. Nee, val nu niet over me heen met allemaal kretologie, toen heette het nog de ANTMIL, laten we het daarop houden. Oke, het verhaal is even ingewikkeld, dus hou je kop der even bij, zet dat biertje even weg. Die genoemde Compagnie (Cie) van, 2BAT, was in de voorbereiding van die oefening tegen wat problemen aangelopen en zou dus pas een week later aan komen op Curaçao. Daar zouden ze, samen met een Cie van de ANTMIL een oefening voorbereiden in Mexico, bij Vera Cruz. Samen zouden ze dan een strand bestormen onder het slaken van kreten als: "OEAAH" en zo de locals schrik aanjagen en verder heel stoer door het leven gaan. Nogmaals, de bestemde Nederlandse Cie ging een week later. Dat kregen wij, de CDEGNKCIE, zijnde de AOOLDGD en zijn zoon, MARN1ALG, ook te horen. Logisch, want een club van 'mijn' mannen ging mee en ik moest hen dus inlichtten dat het een week werd verschoven. Ben je nog mee?
Goed, mijn 'zoon' en toeverlaat Werner, had het bericht ook mee gekregen en kreeg een lumineus idee. Lees mee:
'Adjudant, zullen we iemand even opfokken?'
'Altijd. Wie nu weer?'
'De stip van de .. Cie. Die zouden naar Mexico, maar dat is uitgesteld. Ik mag die Adjudant niet.'
'Nee, het is inderdaad een ..., nee, ik ga niet lullen over een collega.'
'Dacht ik ook niet. Loopt u even naar zijn bureau, verzin een smoes. Ik ga even bellen.'
Ik liep naar de barak van de Cie in kwestie, semi om iets te vragen aan de collega adjudant, die ik ook niet zo mocht.
Toen ik net binnen kwam, ging de telefoon. Het gesprek werd gevoerd tussen een AOOMARNS en een zogenaamde SGT van de ANTMIL. Stel je bij die laatste een dik en vet accent voor van een Arubaan of een man uit Curaçao en je hebt de toon ongeveer!
'Hallo, met adjudant Uitdeketting, ... compagnie.
'Eh, he allo, eh, seg maar adjudan, u spreekt met sersjan Uiterwoon, waar sijn jullie now?'
Ok, wist ik, dit is de stem van Werner, verdraaid, maar ik ken de intonatie. De adjudant:
'Hoe bedoel je: waar we nu zijn?'
'Now, ik sta hier op die stran, met mijn mannen op jullie te wachte, non?'
'Eh, op welk strand?'
'Now, zoals afgesproke, bij Vera Kroets, non!'
'Eh, bij Vera Cruz? Maar eh, ja, eh, hoe kom je daar en wat doe je daar?'
'Now, met die boot gekomen hoor, gewoon. Wij hebben die boot gepak en dan sijn we naar hier gekoome, maar sonder jullie, non?'
'Maar, eh, ik, eh, wait one (heerlijke kreet) ik verbind je even door.'
'Is goed hoor, ik kan wel wachtu, dat doe ik al so lang, non!'
(Even dacht ik het geproest van een MARN 1 op de achtergrond te horen)
(Even later, ik was bij de CDT van de Cie binnengelopen, met een smoes)
'Met Majoor Ziekjemorgennog, met wie spreek ik?'
'Now, sersjantmajoor, u spreekt me sersjan Uiterwoon, waar blijven jullie now, non?'
'Nee, ik ben geen sergeant majoor, ik ben majoor, zeg maar grootmajoor.'
'Now ser, eh grootmajoor, ik ben op die stran, maar ik sie jullie niet toch, weet je?'
'Maar,op welk strand ben je dan? En wie ben je dan?'
'Now, dat heb ik vijf maal geseg, hoor mijnheer godmajoor, ik ben op die stran van Vera Kroets en jullie sijn der niet? Ik ben van die ANTMIL, weet je, non?' 
'Maar man, die oefening ging toch pas een week later door, heb je dat niet gehoord of gelezen?'
'Nee commandant Godmajoor, nee, hoor. Ik en mijn mannen waren op die stran en nee, ik weet van niets hoor, weetje now?'
'God ja, nu ja, wat een gedoe. Ok, neem een hotel of zo en dan komen we volgende week elkaar weer tegen.'
'Maar sergodmajoor, waar moet ik een hotel van betalen? Ik heb geen plakka's meegekregen hoor? Ik weet niet wat mijn mannen moeten eten en drinken en so? En onze vrouwen en kinderen, hoe moet ik die voeden? Se hebben honger en dorst toch, hoor mijnheermajoor, na een week, toch, weet je?'
'Noem me geen je, ik ben een majoor, ik ben officier. Jezus! Vrouwen en kinderen? hebben jullie die meegenomen? Ok, sergeant, blijf hangen aan de lijn, ik ga informeren! Ik bel nu het Hoofdkwartier.'
'Nee Godesmajoor van die hoofdkwartier, ik had maar een kwartje, weetje, ik ga jou neerdoen hoor, die bel gaat toeteren, ik heb geen sen meer, hoor!' 
Ik verliet het kantoor van de godmajoor, mijn lachen moeilijk in houdend, sterker, ik kon mijn blaas amper in bedwang houden. Ik holde terug naar ons bureau. Werner had misschien net even een blad te veel opengeslagen, maar hij gooide net, tranen in zijn ogen, de hoorn op de haak. 
Ik weet alleen dat er nog een heel gedoe is geweest. Er is veel gezocht naar ene sergeant van de ANTMIL die Uiterwoon heette. De naam kwam helemaal niet voor, nergens op de Antillen. 
Gelukkig kon dat toen nog. Er bestond nog geen nummermelding!

1 opmerking: