Dus ja, zo begint zo iets. Een pannetje op het gas, zonder de vlam aan te zetten. Koken voor een gezin van acht kinderen, die allen al twintig jaar de deur uit zijn. Het overlijden van haar man niet meer weten, na vijfenvijftig jaar huwelijk. De was niet meer kunnen doen, de lichaamsverzorging verwaarlozen. Het gaat sluipend, dus zonder dat de persoon in kwestie, nu ja, al gauw de patiënt in kwestie, zoiets doorheeft. En sluipend is dus ook sluipend hoor. Het is natuurlijk niet zo dat de mensen die aan dat syndroom lijden opeens het pad kwijt zijn of het licht niet meer zien. Nee, stap voor sluipende stap gaat dat. De patiënt in kwestie merkt het zelf amper. En vraag je aan "professor/dokter/geriater, is der wat aan te doen? Voor zover ik nu begrijp: niente, nix, niets, nada.
Oh, er zullen gerust allerlei medicijnen en producten voor zijn die het ziektebeeld vertragen en een beetje tegenhouden, maar genezen of voorkomen? Nee, ik geloof het niet. (Nee en ook dat eten van dat gezondheidsvoer, de zogenaamde "superfoods", van die vieze vogelvoer zaden bende als Quinoa of Gobi bessen schijnen geen ene f... te helpen. Er wordt wel verteld en aangeraden dat de ouder wordende mens veel moet puzzelen, vaak kranten/bladen/boeken moet lezen en proberen geestelijk actief te blijven. Ja, dat lijkt me altijd wel goed, maar als dat zo is, hoe verklaar je dan de "jeugdige dementie", bij mensen die op die leeftijd, op geestelijk gebied nog heel actief zijn? Nee jij niet, nu ja, nee, ik ook niet.
Maar goed, vanaf Mokum naar het Haagje is het maar drie kwartier rijden, vooral nu de A4 weer helemaal verbreed en genezen is en je vanaf Schiphol tot de afslag Leiden 130 in het uur mag rijden. Dat doe ik echt met plezier, ik vind dat heerlijk! De snelheid gaat dan (natuurlijk) naar de 140 plus, soms. Lief kijkt op de teller en zegt dat het echt maar 130 is en geen 145 en "denk aan de boetes en zo", maar ik stel haar gerust dat de teller geprogrammeerd is om een veilige afwijking van tien of vijftien kilometer meer aan te geven en dat ze de ware snelheid moet bereken min 10% van de aftrek van voorarrest van vorige week Pasen en van de WGS en zo en ik kom dan, 140 snorrend, waarschijnlijk zo mannelijk/macho/zeker over dat ze me alleen maar een blik toewerpt. Een blik die ik na dertig jaren dienst als gade wel ken! "Je l..., eikel", maar, te welopgevoed als ze is, zegt ze alleen maar: 'Die boetes zijn wel duur toch? Dan moet je die nieuwe racefiets misschien nog maar een jaar of zo uitstellen.'
Gek hé? Vrouwen en argumenten. Dus zeg ik, oh ja, hier mag ik maar weer 100, zoiets, dan. Met een slakkengang van net aan 110 rijden we Rijswijk binnen, slaan af naar het huis van "ma" en parkeren daar, nu ja, dat is vaak moeilijker dan figuurzagen, want het is er altijd vol, bij dat huis. Vrouwen en parkeren? Geen doen, maar mannen en parkeren? Ik ga der niet over beginnen, nu, maar er komen opeens veel vooroordelen los over slecht geparkeerde en dus veel plek innemende automobielen. Ik: 'Daar heb een "mens van het vrouwelijk geslacht" (netjes uitgedrukt toch, maar lees "w...",) aangezeten, dat kan alleen maar zo een w... zijn, (zie eerder), om zo maf een auto neerzetten.' Zoiets dan. Lief merkt dan zoetjes op dat er statistisch meer mannen dan vrouwen autorijden en dat ze, heel toevallig, wel een mijnheer in dat slecht geparkeerde voertuig zag instappen. Ik; 'Ja, die heeft zijn eega (dat anere woord, beginnend met w., dus) daar neergezet, natuurlijk en nu moet hij de zaken rechttrekken.' 'Nee, hij rijdt zelf weg, hoor en ook nog alleen.' Tegen vrouwen, hun observatievermogen en hun kalmte, kun je als parkerende, dus opgefokte, man niet op, ik herhaal, niet!
De vrede is weer getekend, voor zover er onvrede van mijn lief der kant was dan. Toch en beetje bezorgd lopen we naar Het Huis en gaan naar haar etage. Bezorgd. Toch wel. De laatste paar keren dat we er waren, herkende zij ons, net, noem het maar even zo. Nu ja, haar dochter, E., dan nog wel, maar ze keek vreemd naar mij en wist mijn naam ook niet meer. Ik ben nu ondertussen bang dat ze haar dochter ook niet meer herkend en wil mijn vrouw dat verdriet niet aandoen. De laatste keer stelde ma haar aan andere mensen voor als: "dit is mijn zuster". Een bepaalde, door haar zeer geliefde, zuster die al twintig jaar geleden overleden is. Door een stomme val van een trap op een logeer adres, ver weg in Australië. Dat was ook weer een apart verhaal, maar dat komt nu niet.
En ja, we gaan naar boven met een "beveiligde" lift. Ik bedoel dat er een hijstoestel is, die alleen bediend kan worden door er een viercijferige code plus een bepaalde manier van "knoppen bonken" in te toetsen zodat de, vaak in schemertoestand, verkerende bewoners geen gebruik kunnen maken van die liften en gaan zwerven door het huis, of, erger, door de voorstad.
Als we boven komen, herken ik ma nauwelijks. Zij herkent mij helemaal niet meer, mijn angst is dus bewaarheid, en haar dochter met moeite. Alleen haar meisjesnaam, die ook de hare is, weet ze nog.
=je hoort er later meer over=
triest
BeantwoordenVerwijderen