Je kent ze wel, die(vooral) mannetjes die oer- en oervervelend zijn en zich zwaar dominant op stellen tegenover hun vrouwen/partners/personeel en zo. Van die betweterige mannetjes die zich ook nogal heel popie-jopie voordoen tegen de buren/familieleden/winkelpersoneel/overige mensen. Van die mannetjes die vinden dat zij de wijsheid in pacht hebben, dat de zon vanuit hun, eh, nu ja, ik zeg het maar, achterwerk, schijnt en dat ze alles van alles en overal van overal weten. Dat soort mannetjes, bedoel ik en jullie kennen er genoeg van. Mannetjes die nog geen vuurtje uit kunnen maken, omdat de brandweer dat voor hen doet, mannetjes die nog verkering uit kunnen maken omdat de partner dat dan doet. Totaal verkeerde mannetjes. Totaal verkeerd geklede mannetjes in totaal verkeerde, want te jeugdige kleding, vaak rijdend in een cabrio die veel te jong voor hen is. En: was het nou nog een Mercedes of Porsche cabrio, nu ja, dan alla, maar ze rijden in een Datsun 123 cabrio en dat is niet in of van die klasse. En, dat willen die mannetjes dus. Ze willen in die hogere klasse van Porsche Cayenne of "8" Mercedes serie cabrio's meespelen, maar, nee, dat gaat niet, daar zijn ze te "klein" te "onbeduidend" en te "kwakerig" voor. Hun grote makke en hun enorme frustratie. "Mijn", (let even niet op de kokhals geluiden), mannetje is dat dus ook. Fysiek is hij niet om aan te zien. Hij is klein, smal en heeft zo een raar vertrokken bekkie met van die wezeltanden en een nare, wat, nu ja, steeds, kleinerende grijns. Daarbij draagt hij verkeerde, veel te jeugdige kleding en ja, hij vindt zichzelf de meest populaire Nederlander na Johan Cruyff of Joop Zoetemelk of André Kuipers.
Mijn "verhouding" met hem begon al weer acht jaar, misschien wel tien jaar, terug. Ik werkte toen, wel in mijn huidige filiaal, op de zuivelafdeling. Op die afdeling werkte onder andere ook ene "Pim". Pim was een jonge een aardige en vlotte kerel. Hij had een Franse vader, die wijnen inkocht vanuit Frankrijk naar ons land en zijn, overigens niet onaantrekkelijke moeder, was een Nederlandse. De ouders waren al een jaar of wat gescheiden. Pim studeerde iets vaags, zoiets van Internationaal recht of betrekkingen, nu ja iets dat niet van de straat was en wel aan de VU. Hij werkte, tijdens de avonden en in de weekenden, bij in De Keten. Het studentenleven is duur en moeilijk en zelden aangenaam, zeg maar. Om te zeggen dat hij een populaire en aardige jongen was is om te zeggen dat Ajax een topclub is en dat de Paus katholiek is. Hij was een geweldig aardige knul. Een harde, eerlijk en nette werker met een groot gevoel voor humor. We werkte gemiddeld twee avonden per week samen en hadden een hele goede tijd.
(Ik heb nogal wat avonden gewerkt toen. Ja, je moest wel. Gelukkig ben ik daar een jaar of veel geleden mee gestopt. Ik kon er niet meer tegen, ik ben echt een ochtendmens en haat avonden die ik niet thuis kan doorbrengen, Waarschijnlijk is dat een reactie op de dertig en meer marine jaren waar ik vaak nooit noch avonden, noch middagen, noch ochtenden, thuis was? Ik weet het niet. De menselijke psyche is vrij ondoorgrondelijk, natuurlijk. Hoewel? Ik heb een vriend, ook een ouwe Janmaat, die geregeld nachtdiensten doet en het nog leuk vind ook.)
Mais bien, le Pim. Hij was een harde werker en hij sprak Frans ook. Nee, hij sprak Frans niet, nu ja misschien ook wel, maar hij sprak de Franse taal, begrijp je me nu, Frans? (Flauw, niet? Vind ik ook.) Bij Pim kon ik mijn ongeveer wat half vergeten Muloschool - Franse taal wat ophalen. Niet omdat ik het de mooiste taal van de wereld vind, niet omdat ik het veel spreek, laat staan lees, maar omdat mijn geliefde en ik nog wel eens in Wallonië kwamen en omdat Walen het vertikken om Nederlands, nu ja, Vlaams, te willen spreken. Ook reed ik geregeld op de fiets in de Ardennen en zo en ja, dan is het wel gemakkelijk om wat woorden te hebben in die taal. Nee, ik was het Frans nooit kwijt geraakt, na de MULO. Ik ben overigens wel een talen freak en zo en ik keek vaak naar die Maigret films die ze dan op de BRT uitzonden.
Nee, ik ben geen echte Francofiel, denk dat niet. Ik heb niet veel met Frankrijk of haar bewoners. Ik ben niet gek op hun keuken, heb niets met het patriottische gedoe en zo, maar ja, als je wel eens naar de TDF kijkt, dan zie je wel hoe een land op haar mooist geportretteerd wordt, toch? En, geef toe, het land is fraai, meer dan fraai. Dus ja, Pim, hij sprak zijn naam uit als Piem, wat altijd lachsalvo's bij onze kassa dames opwekte, sprak vloeibaar Frans en daar maakte ik gebruik van, maar dat begon ook heel toevallig. Kennen jullie dat fraaie vakantie nummer, dat je nu al wat jaren niet zo vaak meer hoort en nu ja, het is al heel wat jaren oud? Dat nummer van Michel Fugain? "Une belle histoire"? Vast wel: het is het zomernummer bij uitstek. Nou ja,zo begon het dus bij Piem en mij. Ik zong, in een onbewaakt ogenblik, dat vrolijke nummer en hij zette in, met een niet al te fraaie zangstem, net als de mijne trouwens, maar wel met een fraaie, want geboren en getogen, Franse uitspraak. Toen kwam hij. Het mannetje. De man, die me, nu na tien jaren, nog steeds met wrevel vervuld. Hij luisterde even naar ons en zei: 'Dat is een mooi nummer, hoor. Maar, ik zing het beter, dat wel. Mijn uitspraak is ook beter, natuurlijk. Ik ken Frankrijk als mijn broekzak en ik beheers de taal al helemaal. Maar eh: dat nummer is natuurlijk van Michel Polnarev. Da's een goede zanger. Ik ken hem goed, ik heb al zijn LP's.'
Pim wilde nog wat zeggen over de man die het wel echt zong, maar het mannetje kwaakte al: 'Ik weet alles van Frankrijk, jongeman, ik kom er alweer meer dan twintig jaar met de karavan. Je mag mij wel eens vragen wat ik niet weet over" La doeze frans" Ik ken alles van dat land!' Zijn arrogante en domme blik maakte me kwaad. Ik wilde vertellen dat het niet die, maar die zanger was, maar Pim beduidde me te zwijgen. 'Ik fok hem nog wel eens op, samen met jou!' legde hij uit.
Mijn tienjarige oorlog was begonnen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten