Mijn E. en ik zijn, zoals velen van onze leeftijd en dat zijn misschien nu wel de meesten onder de Nederlanders, van NA de oorlog. We zijn, dat is natuurlijk een schrale troost, wel van VOOR de Watersnoodramp. Dus, ra, ra, politiepet, hoe oud zijn we ongeveer? Nu ja. Van na de oorlog dus. Een oorlog die onze ouders wel heel intensief hebben meegemaakt, met alle narigheid die dat meebracht. Onze wederzijdse ouders hadden toen allebei jonge gezinnen, overigens. Mijn pa en ma waren getrouwd in de jaren dertig en bouwden, net na de vreselijke crisis, met heel veel moeite een eigen zaak op. Mijn lief der ouders waren getrouwd in de oorlog en bouwden, direct na de oorlog, hun gezin op.
Mijn pa en ma hadden Joodse onderduikers die ze in onze "molen", mijn pa was molenaar, verborgen hielden, mijn schoonpa was zelf onderduiker omdat hij, natuurlijk niet, te werk gesteld wilde worden in Duitsland. Mijn ouders woonden op het platteland en gaven aan mensen op "hongertochten" dat wat ze konden missen. Mijn schoonmoeder, haar man zat immers ondergedoken, reed op een fiets met solide banden, de boer op, vanaf het Haagje helemaal naar Apeldoorn en verder, om toch iets te eten te kunnen krijgen. Angstige, spannende en vooral bange en jaren. Jaren die die mensen, hoe dan ook getekend moeten hebben. Hoewel? Nee, niet hoewel! Het moet ze getekend hebben. Dat kan niet anders. Jaren lang onder een bezettende macht hebben moeten leven, met alle verschrikkingen van dien! Zonder "echte" nieuwsgaring, zonder normale radiojournaals, zonder te mogen stemmen, zonder te mogen zeggen dat je helemaal klaar was met die hele situatie, zonder over straat te mogen na een bepaald uur, met allerlei oorlogsdreigingen en ook nog eens om je steeds te moeten legitimeren: "Ausweiss und schnell", zonder je Nederlander te mogen voelen, steeds maar mensen om je heen te zien die werden afgevoerd (naar waar?) door die vijand omdat ze: Joods, homoseksueel, politiek anders gezind, of gewoon omdat hun kanis de Moffen niet aanstond. In ieder geval, onze ouders hebben er onder geleden. Voor hen, die mensen, voor die generatie mensen, die overigens niet of nauwelijks meer bestaat, zijn er geen Veteranen medailles, zijn er geen PTSS hulpgroepen, geen hulp verlenende gesprekspartners en zeker al geen steunbetuigingen vanuit het parlement. Maar: die generatie heeft wel voor de baby boom gezorgd, ja, lach maar even. Die generatie heeft de jongere generatie (die van mij en mijn lief en van de mannen waar ik graag mee verkeer in de RenP) op de wereld gezet die, na de wederopbouw van de eerste na-oorlogsjaren, de vooruitgang hebben ingeluid. De vooruitgang op allerlei technologische en op allerlei culturele en infrastructuur gebieden en zo en ik weet wel dat de vorige zin geen fraai Nederlands is hoor.
Maar, de wederopbouw, was wel in handen van onze ouders, die ouders van de baby boomers, waar nu zoveel op wordt afgegeven. Die generatie, baby, je-weet-wellers, zouden nu alle pensioenen opvreten van de kinderen van hen, die die nieuwe generatie vormen. Hoe gek kan je het maken? Mijn generatie, ook die van E., hebben nog de zesdaagse werkweek meegemaakt hoor. We hebben pensioenen en sociale lasten afgedragen tot we scheel keken! Niets over vakantie opbouw en ADV dagen of snipperen of zo. Onze generatie, nu zo verkeerd neergezet door de jeugd, die wel de kans had om jaren en jaren te studeren, heeft knetterhard moeten werken om bij onze ouders die ons hun voorbeeld gaven ook maar enigzins waardering op te kunnen wekken!
Dit was allemaal een beetje bozig, niet? Nu ja, ziet zo bedoeld hoor, maar toch. Maar, alle verhalen van onze ouders gingen, bijna altijd, over DE oorlog. Of, de verhalen eindigden vaak over DE oorlog. Een heel stom voorbeeld was in mijn geval: spruiten! Ik kon die groene kooltjes niet zien of ruiken, ik moest er echt van kukken! Dus, als ik weer eens een half bord van die vaak, totaal plat gekookte dingen, had laten staan, zeiden pa of ma: 'Als je de oorlog wel had meegemaakt, dan had je je bord ook wel leeggegeten.' Aanvankelijk, als kind, maakte dat wel indruk, ik schaamde me over mijn gedrag, dus ik wurgde die verschrikkelijke dingen alsnog door mijn keel. Later, als puber, ik wist iets meer over de oorlog, verweet ik mijn ouders dat zij nooit zelf de hongerwinter hadden meegemaakt en dus ook niet verplicht waren geweest om spruiten te eten. Nu ja, discussie en verwijten, zeg maar!
(Ik ben nu, na al die jaren, overigens een fan van die groente, maar dit terzijde.)
Maar, bij ons, de kinderen van hen die die vreselijke tijd wel hebben meegemaakt, is de oorlog ook nog steeds in beeld, niet lijfelijk, natuurlijk, maar wel door de overleveringen van onze ouders. Daarom zijn wij, hen die het niet hebben meegemaakt, nog steeds "blij", (mag ik dat zo wel zeggen), met de herdenking op vier mei. (onder andere op de Dam). Als kind ging ik met mijn ouders naar de herdenking in ons dorp, als ouders gingen we met de kinderen, wij hebben hen de verhalen verteld, natuurlijk, naar de herdenking in onze (deel)gemeente. Nu, al jaren, stemmen we af op de NOP of hoe dat heet. Elk jaar zijn we weer onder de indruk van de mensenzee, vooral van de jeugdigen, die, lijkt het, steeds meer, komen en dat maakt ons blij. Want: dit mag nooit vergeten worden, die tijd waarin onze ouders en grootouders hebben geleefd. Mensen, oud nu, die er, in mijn gedachten, nog steeds een trauma aan hebben overgehouden. Die ze maar moesten zien te verwerken zonder hulp van wie dan ook.
En daarom ben ik trots op mijn ouders (allebei RIP) die me inzicht gaven in de oorlog. En die trots geldt ook voor mijn schoonpa (helaas RIP) heeft heel veel verteld maar ook voor mijn schoonma, maar zij kan dat nu helaas niet meer, door de akelige ziekte die Alzheimer heet!
Twee minuten stil zijn! Heel belangrijk!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten