Goed, de man maakte het af en toe ook heel bont, met zijn zogenaamde kennis van het thuisland van Pim. Zo denderde hij elke keer als hij ons zag bij ons binnen met: 'Bonsjoer, kommant sa va? Sa va bjen?'
Hij beweerde ook dat bepaalde wijnen helemaal niet Frans waren, maar groezelige Duitse import. Pim's vader was overigens de importeur van die wijnen uit het Franse land en uit de Franse wijnstreken en toen hij de man daar mee confronteerde, deed hij alsof hij zich vergist had. Nu ja, we hebben nog vaak gelachen om die vogel. Even werd het stil. Ik zag het stel niet vaak meer. (Toen, dan, hé?) Waarschijnlijk gingen ze bij een andere super hun inkopen doen, misschien waren ze tijdelijk verhuisd, nu ja, ik zat der niet echt mee, begrijp je? (En misschien ontliep ik ze toen wat sneller of waren mijn diensten veranderd, nu ja, laat maar.) In 2010 kwamen er een paar maten op het idee om de Alp d' Huez te gaan beklimmen. Dat gebeurde tijdens een reünie van wat ooit "mijn" geneeskundige compagnie van het Korps Mariniers was geweest. Ik had over die geweldige Cie. twee jaar, met veel plezier, de scepter gezwaaid. De reünie was leuk, we hadden, alle drie de vrienden van toen, de racefietsen bij ons en hadden het Utrechtse heuvelland beklommen. Toen het voorstel werd geponeerd, wat een fraai woord weer, was ik net aan het begin van de traditionele BBQ. Hamburgertje, schaslickje, braadworstje, je kent het wel. Een voorzichtig en klein, eerste, biertje erbij. Er volgde een iets groter tweede biertje en nu ja, veel biertjes later, had ik ik ja gezegd om mee te gaan De Berg, dat is ook de titel van het boek dat ik er over schreef, te beklimmen. We trainden er twee jaar hevig voor. Ritten in Limburg en de Ardennen, vooral om klimkilometers te maken. De tocht zelf zou in mijn "jubeljaar", 2012, ik werd dan zestig, plaats vinden. Ik reed een paar keer de klassiekers als Luik-Bastenaken-Luik en ook de Amstel-Gold race reed ik meerdere malen en, slechte klimmer die ik altijd zal blijven, kreeg ik wel de smaak, maar vooral de trucs, te pakken.
Nu ja, we gaan wat verder. In ongeveer het jaar na de reünie verdween Pim, ondertussen afgestudeerd in Mokum, kreeg hij een beurs voor Harvard of zo. Ja, chique bedoening. Ik bleef dus zielig achter! Nou ja, niet echt natuurlijk, maar voor wat het "mannetje" en zijn Frans, betrof wel. Hij en zijn muisgrijze en akelig volgzame vrouw, die overal ja op knikte, maar nooit wat durfde zeggen, of een eigen mening had, begonnen weer onze Keten te bezoeken. Nu had ik natuurlijk iedere keer de volle laag van dat nare menneke kunnen krijgen, over zijn koelera Frankrijk, maar ik was hem, ooit en vooral, een paar slagen voor. Hij begon op een dag erover dat hij weer eens naar het land der landen ging. Ik, nou ja, ik had mijn muil moeten houden, maar nee, ik moest reageren. Ik was der zo klaar mee! Dus vertelde ik hem, tussen neus en lippen door, dat ik over een maandje af zou reizen naar Frankrijk, zijn geliefde en beloofde land. 'Waar ga je dan naar toe?' vroeg hij, bijna, nu ja, semi, geïnteresseerd. Ik zeg bijna, want hij behoorde en behoort nog, tot die vreselijke types die JOU een vraag stellen om vervolgens HUN verhalen te gaan vertellen, zonder ook maar een enkele deelseconde naar JOU geluisterd te hebben. Plaats je het ventje ongeveer?
Hoe kortaf
(en later hufterig) ik aanvankelijk ook tegen hem deed, hij bleef terugkomen,
als een bokser na een hoek. De afgelopen week was het weer zo ver. Ik stond mijn
werk te doen en had hem niet gezien. Normaal liep ik, zoals gezegd, altijd even weg, toilet
bezoek, sigaretje roken, of zoiets, maar nee, hoor, hij stond pal voor mijn
giechel, er was geen ontkomen meer aan, 'Vluchten kan niet meer', schreef Annie MG. Het verhaal ging natuurlijk weer, tot vervelens toe, over een huisje
in Frankrijk, het land waarvan hij, volgens zeggen dus, de kenner bij uitstek
was. “De gal liep mij over”, zeggen ze in het Duits, geloof ik. Ik weet niet helemaal
zeker uit welke taal die uitdrukking stamt, maar het geeft behoorlijk aan wat
ik voelde. Ik vertelde de man, voor hij kon beginnen, dat ik met een clubje vrienden ook naar Frankrijk
af zou reizen om daar te fietsen.En, of hij leuke adresjes wist.
‘Waar we
dan heen gingen?’, wilde hij weten. Ik antwoordde dat het een klein plaatsje
was, ergens in de Alpen, niet ver van "Grenoble". Het heet “Chapelure en
Bain-Marie”, vertelde ik. Hij werd razend enthousiast. Oh ja, dat dorpje kende
hij. God wat leuk, dat is wel zo’n leuk plaatsje. ‘Ja’, zei ik, ‘volgens mijn
vrienden ook. Je schijnt daar een leuke oude kern te hebben en een paar aardige
restaurantjes. Mijn maten zeggen dat namelijk.’ ‘Ja, ja’, kwaakte hij, ‘er zit een heel goed restaurantje daar,
moeten jullie gaan eten, doen hoor. Goed en pas zjer, weet je wel.’ 'Ja', vroeg ik, 'is dat niet aan de A 3, de afslag "Eglise-sur-Merde?"' Ja, dat was helemaal waar. Maar dat stadje kende hij dan niet zo. Maar, ja, verder, die A3, een fantastische weg hoor! Ik vertelde dat we ook nog eens langs "Chatquartier sur mer" kwamen en ik was even bang dat ik mijn hand overspeelde. Die laatste naam is namelijk de zogenaamde bijnaam voor Katwijk aan Zee, maar de l.. had niets door en knikte, vanachter zijn stalen 'derde wereld brilletje' enthousiast. 'Oh man, daar moet je heen! Goede wijnen maken ze daar, moeten jullie gaan proeven.' 'Of de beklimmingen daar wel te doen waren?' vroeg ik, nu overmoedig geworden. Nee dat "sjatkartjee", nee, dat lag wel op een heuvel, maar die is niet al te zwaar', hikte de man. Ik moest
opeens snel even weg, mijn lachen verbijtend. “Chapelure” is namelijk gewoon
paneermeel en, zoals jullie wel weten, is “Bain-Marie” een vorm van eten
verwarmen in een pan die je dan weer in een pan met heet water zet. "Eglise-surMerde" betekent zoveel als "strontkerk". En, of ze wijn verbouwen bij de Kattekers? Ik geloof het niet echt. Wat een
Frankrijk kenner zeg!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten