Dat gedoe met die spiegelvoorraad koste me een hoop tijd. Tijd die ik niet in overvloed heb, want, rond tien uur, wordt mijn DV vracht verwacht. Dat zou vandaag een extra grote hoeveelheid zijn. Omdat, ik schreef het al, mijn automatische bestellingen het niet of nauwelijks meer doen, had ik dus handmatig bij laten bestellen.Dat is niet handig natuurlijk, jezelf nog eens een hoop werk toedelen, terwijl je, als je niet reageert op dat niet goed werkende systeem, en je dus nog je kunt verschuilen achter: 'Goh, het bestelsysteem werkt niet, pech, toch?' je jezelf een hoop werk minder bezorgd. Nu ja, zo werk ik niet en reageeer ik niet en de meesten van ons niet, denk ik. Dus maakte ik een afspraak met FM2, de man van het plan, om toch maar weer eens een grote vracht binnen te laten komen, want al die lege planken! Het lijkt wel een Russische supermarkt, eigenlijk. Nou, dat heb ik dus geweten en ik heb me afgelopen dinsdag de jan-tandjes moeten werken om het allemaal voor elkaar te kunnen krijgen, maar, tegen half een was het dan ook zo. Nu was het (voorlopig) wel de laatste keer dat ik volle bak bestel, want, vanaf donderdag bestel ik geen moer meer, natuurlijk, ik moet zaterdag al die handel ook weer uit de resterende kasten en kisten halen. Niet dat dat het probleem is, maar het spul moet dan ook nog eens netjes ingepakt, geboekt en afgevinkt worden en voor transport klaargezet worden en dat is een heidens karwei, weet ik uit ervaring.
Ondertussen is het donderdagavond en heb ik niets meer aan vracht besteld om morgen binnen te laten komen. Ik had vandaag ook zo goed als geen vracht en was na vijftien minuten klaar op mijn afdeling. Vanmorgen natuurlijk de restanten, (nee, ik heb uitgelegd war dat betekent, dus niet vragen naar de bekende weg, zoveel mogelijk weggewerkt en tja, vanaf negen uur was ik op zoek naar werk. Schoonmaken? Goh nee, met al die bouwvak mannen over de vloer me al dat geboor, gezaag en geslijp? Dat heeft geen zin. De afdeling spiegelen? Ja, dat wel. Dat is natuurlijk altijd een aardig gezicht, maar ja, er viel weinig te spiegelen, de halve afdeling was al leeg.
Dus dan maar wat hulp verlenen aan collegae die nog wel wat te doen hadden en zo werd het tijd voor de vracht van rond tien uur. Ik zag de vrachtwagen voor het pand staan en liep richting in-/uitgang. Ik passeerde een lege kassa, in ieder geval, een kassa zonder klanten (dat gebeurd nooit, eigenlijk) waar alleen een stomverbaasde cassiere me geschrokken aankeek. Ik schrok zelf ook. Ik voelde aan mijn hoofd, nee, ik had niet opeens haar gekregen, mjn rimpels zaten er nog en mijn oren waren nog net zo groot. Mijn gulp stond niet los en ik had eigenlijk geen idee waarom ze zo geschrokken was, tot ze, met een bevende vinger wees naar een paar gasten die met een volle VOMAR boodschappen tas, net haar kassa waren gepasseerd, zonder boodschappen af te rekenen, overigens. Ik zag het lijk dus al drijven. Ik rende achter die gasten aan en brulde naar de collegae, die ondertussen naar buiten waren gelopen om de vracht mee te helpen lossen: 'Houd ze tegen, stop ze!'
De collegae hadden me meteen door, maar ook de dieven, die kennelijk Nederlands spraken, of het, in ieder geval, verstonden. Ze zetten, met de tas vol gestolen boodschappen een spurt in, de hoek om, langs het 'containerpark' en waren bijna verdwenen, totdat beide collegae hen bijna hadden ingehaald.
Toen besloten ze de tas met boodschappen maar niet meer mee te nemen en ze gooiden die voor de voeten van de jongens. Die stopten, de dieven hadden nu te veel voorsprong en namen de tas met gestolen spullen mee terug. Er zaten zeventig tubes van een heel duur merk tandpasta in, in totaal bijna 280 euro handel!
Maar het lef en de brutaliteit van die gasten. In mijn, nou ja onze ogen, waren het Polen/Roemenen/Bulgaren of zoiets. Daar krijg je op den duur een beetje een oog voor, gelet op de kleding en de taal die ze spreken.
FM1, die op het rumoer was afgekomen, gaf ons een compliment, we losten de vracht en ik had zeven dozen en pakken om te vullen. Tien minuten later, ging ik de collega van de zuivel afdeling dan maar weer helpen.
Lullig he, zo'n rustige dag?
donderdag 14 maart 2013
dinsdag 12 maart 2013
Een man met een plan
(Alweer die verbouwing maar nu deel V)
Ik neem aan dat jullie ondertussen helemaal kotsbeu zijn van dat geneuzel over die verbouwing? Nee, fijn, dan ga ik eraan beginnen. Tja, het is natuurlijk een bron van inspiratie, zo'n verbouwing, dat begrijp je wel. Als het je in je eigen huis overkomt, is het al hel ingrijpend, maar ook op je werk is dat laatste zo. En, er komt een heleboel 'logistiek' bij te kijken, dat kan ik je wel vertellen. En dat ga ik ook doen hoor, verderop, in deel agentagetig.
Maar goed, het was weer vijf uur, het was weer ijzig koud met een vreselijk snijdende wind, dus dat is geen nieuws. Ik kwam weer mijn 'maatje' tegen, halverwege, ook geen nieuws en ik was als eerste bij de toko, idem. We gaan normaal dan door de zijingang naar binnen en daar wilde ik dus, oudergewoonte, gaan staan wachten op mijn gabbertje Mo, die vandaag de sleutel had van het pand. Maar, het containerpark stond daar, natuurlijk. En dat containerpark was afgezet met van die hoge hekken die in betonnen voetstukken staan. Van die Heras hekwerken, ja. En die hekken waren door middel van stevige en inbraakvrije verbindingen en kettingen op slot. En, we kunnen alleen door die ene ingang naar binnen. Over die hekken heen klimmen is natuurlijk geen optie. Dus was goede raad prijzig, zeg maar. Toch zagen Mo en ik ergens een kiertje tussen twee van die hekken in en met het nodige gewrikt en gevloekt te hebben, de Marokkaanse taal kan hele fraaie vloeken opleveren, dat kan ik je vanaf nu wel vertellen, lukte het ons drieën, Mo, mijn fiets en ik, om de ingang te bereiken. Net hadden we, na al die moeite en die Gods en Allah lasteringen de deur open of FM2 kwam, redelijk op het gemak, aanwandelen. 'Handig gedaan van die bouwvakkers, die opening in het hekwerk, voor hetzelfde geld sluiten ze de hele zaak af, tegen het inbreken', deed hij optimistisch en Mo en ik keken naar elkaar en zakten iets in.
Een uurtje later sta ik, in de snijdende wind en bij een gevoelstemperatuur van min tien, met wat collegae te lossen, tot over onze oren in de karren die afgevoerd moeten worden en de, voor de verbouwing extra aangevoerde lege containers en lege kratten en zo die uit de vrachtwagen komen en dan komt een 'bouwmijnheer' me vragen of ik: 'Even het koffiezetapparaat wil aanzetten.' Ik kijk om me heen en, met een breed armgebaar wijzend op wat we nog moeten wegwerken, zeg ik, dat ik het zal doen, zodra ik binnen ben. En of hij het niet koud heeft daar binnen in de winkel. Het is geen Brabo met een gulle lach, eerder een Fries zonder humor en hij zegt dat het binnen best wel gaat, qua temperatuur, maar ja, geen koffie, natuurlijk en da's wel kut.
Het was de dag van de 'spiegelvoorraad' vertelde FM2. Nu heb ik eerdere verbouwingen meegemaakt maar voor hen die het niets zegt, zit het zo. Alle artikelen in de winkel gaan straks weg. Alle vers- en diepvriesproducten gaan naar het centrale magazijn, ver weg, in Alkmaar, dat/die ze dan herverdeelt over de overige, zestig, filialen en alle niet bederfelijke spullen, kort, KW, van kruidenierswaren, worden vanaf a.s. zaterdag in kratten geladen en opgeslagen in een (tijdelijke en nog te bouwen en afgescheiden) ruimte in de parkeergarage. Als de winkel dan weer een winkel is, in ieder geval, als ze weer gevuld kan worden, dan komt die spiegelvoorraad aan de beurt.
In het kort komt het er op neer dat we van elk artikel dat we hebben, twee stuks verzamelen, afvinken op een lijst, in kratten verpakken op containers plaatsen en die worden dan apart opgeslagen. En dat dan soort bij soort, natuurlijk, net als dat je de sokken bij de sokken opbergt, de shirts bij de shirts en dat soort zaken, bij de les?
De spullen die je dan niet hebt, maar die wel op je uitdraai staan, worden dus niet afgevinkt en worden alsnog besteld. Op de dag voor dat de winkel gereed is om te worden gevuld, komt die spiegelvoorraad te voorschijn en wordt de zogenaamde spiegel lijn uitgezet. Zie het als in je boekenkast, waar je boeken met de rugtitel naar je toe staan. Schrijver bij schrijver of onderwerp bij onderwerp of, voor de Haagse Barbies onder ons, kleur bij kleur. Nu heb je in een super, let er de volgende keer dat je er komt maar eens op, alle producten minimaal 'twee breed' staan, zoals dat heet, dus van elk product staan er minstens twee naast elkaar. Dus twee pakken amandelspeculaas van Hellinga, twee amandelspeculaas van Markant, twee amandelspeculaas van een C merk, snap je? (Er zijn producten die vier of zes breed staan, natuurlijk. Nou, dan meet je met het tweede pak, of de tweede fles, die afstand af.)
Doordat die spiegel lijn wordt uitgezet, aangevuld met de artikelen die er niet waren maar ondertussen wel besteld zijn, kunnen de vakkenvullers, die de dag voor de opening het pand gaan bevolken, zonder enig probleem uit de containers met de gewone voorraad, die ondertussen tevoorschijn zijn gehaald, de vakken gaan vullen. Daar doen we dan wel twee dagen over, hoor. Ik heb eigenlijk geen idee hoeveel producten we in onze winkel hebben maar van de wijnen weet ik het aardig, dat zijn er ongeveer 600 verschillende soorten. (Rose, wit, rood, aperitieven etc.)
Dat weet ik omdat FM2 de man met een plan was. FM2 is een ontspannen man en ook op deze drukke dagen zijn hij en FM1, bakens van rust in een zee van onrust. FM2 vertelde dat ik de wijnen moest gaan verzamelen en, mocht ik tijd hebben, de 'verse' nootjes ook. Want, en dat is zo schijnt, wijn en noten gaan goed samen en bevolken op mijn afdeling, gebroederlijk en zonder strijd de planken. Wel gescheiden, hoor, de nootjes, en lees dan niet allen nootjes maar ook: 'Japanse mix, Thaise mix, Harakiri knabbels, Bonzai schijfjes en Tsunami golven en weet ik het allemaal, maar ze hebben verschillende planken, tussen de witte wijnen en rode wijnen in en zo maar het schijnt een goed huwelijk te zijn.
Ondertussen hakten, beitelden, boorden, zaagden en trokken kabels, nee, dat laatste loopt niet, maar goed de mannen in overals deden hun dingen, om ons heen en tussen ons door.
--Later meer over de man en zijn plan--
Ik neem aan dat jullie ondertussen helemaal kotsbeu zijn van dat geneuzel over die verbouwing? Nee, fijn, dan ga ik eraan beginnen. Tja, het is natuurlijk een bron van inspiratie, zo'n verbouwing, dat begrijp je wel. Als het je in je eigen huis overkomt, is het al hel ingrijpend, maar ook op je werk is dat laatste zo. En, er komt een heleboel 'logistiek' bij te kijken, dat kan ik je wel vertellen. En dat ga ik ook doen hoor, verderop, in deel agentagetig.
Maar goed, het was weer vijf uur, het was weer ijzig koud met een vreselijk snijdende wind, dus dat is geen nieuws. Ik kwam weer mijn 'maatje' tegen, halverwege, ook geen nieuws en ik was als eerste bij de toko, idem. We gaan normaal dan door de zijingang naar binnen en daar wilde ik dus, oudergewoonte, gaan staan wachten op mijn gabbertje Mo, die vandaag de sleutel had van het pand. Maar, het containerpark stond daar, natuurlijk. En dat containerpark was afgezet met van die hoge hekken die in betonnen voetstukken staan. Van die Heras hekwerken, ja. En die hekken waren door middel van stevige en inbraakvrije verbindingen en kettingen op slot. En, we kunnen alleen door die ene ingang naar binnen. Over die hekken heen klimmen is natuurlijk geen optie. Dus was goede raad prijzig, zeg maar. Toch zagen Mo en ik ergens een kiertje tussen twee van die hekken in en met het nodige gewrikt en gevloekt te hebben, de Marokkaanse taal kan hele fraaie vloeken opleveren, dat kan ik je vanaf nu wel vertellen, lukte het ons drieën, Mo, mijn fiets en ik, om de ingang te bereiken. Net hadden we, na al die moeite en die Gods en Allah lasteringen de deur open of FM2 kwam, redelijk op het gemak, aanwandelen. 'Handig gedaan van die bouwvakkers, die opening in het hekwerk, voor hetzelfde geld sluiten ze de hele zaak af, tegen het inbreken', deed hij optimistisch en Mo en ik keken naar elkaar en zakten iets in.
Een uurtje later sta ik, in de snijdende wind en bij een gevoelstemperatuur van min tien, met wat collegae te lossen, tot over onze oren in de karren die afgevoerd moeten worden en de, voor de verbouwing extra aangevoerde lege containers en lege kratten en zo die uit de vrachtwagen komen en dan komt een 'bouwmijnheer' me vragen of ik: 'Even het koffiezetapparaat wil aanzetten.' Ik kijk om me heen en, met een breed armgebaar wijzend op wat we nog moeten wegwerken, zeg ik, dat ik het zal doen, zodra ik binnen ben. En of hij het niet koud heeft daar binnen in de winkel. Het is geen Brabo met een gulle lach, eerder een Fries zonder humor en hij zegt dat het binnen best wel gaat, qua temperatuur, maar ja, geen koffie, natuurlijk en da's wel kut.
Het was de dag van de 'spiegelvoorraad' vertelde FM2. Nu heb ik eerdere verbouwingen meegemaakt maar voor hen die het niets zegt, zit het zo. Alle artikelen in de winkel gaan straks weg. Alle vers- en diepvriesproducten gaan naar het centrale magazijn, ver weg, in Alkmaar, dat/die ze dan herverdeelt over de overige, zestig, filialen en alle niet bederfelijke spullen, kort, KW, van kruidenierswaren, worden vanaf a.s. zaterdag in kratten geladen en opgeslagen in een (tijdelijke en nog te bouwen en afgescheiden) ruimte in de parkeergarage. Als de winkel dan weer een winkel is, in ieder geval, als ze weer gevuld kan worden, dan komt die spiegelvoorraad aan de beurt.
In het kort komt het er op neer dat we van elk artikel dat we hebben, twee stuks verzamelen, afvinken op een lijst, in kratten verpakken op containers plaatsen en die worden dan apart opgeslagen. En dat dan soort bij soort, natuurlijk, net als dat je de sokken bij de sokken opbergt, de shirts bij de shirts en dat soort zaken, bij de les?
De spullen die je dan niet hebt, maar die wel op je uitdraai staan, worden dus niet afgevinkt en worden alsnog besteld. Op de dag voor dat de winkel gereed is om te worden gevuld, komt die spiegelvoorraad te voorschijn en wordt de zogenaamde spiegel lijn uitgezet. Zie het als in je boekenkast, waar je boeken met de rugtitel naar je toe staan. Schrijver bij schrijver of onderwerp bij onderwerp of, voor de Haagse Barbies onder ons, kleur bij kleur. Nu heb je in een super, let er de volgende keer dat je er komt maar eens op, alle producten minimaal 'twee breed' staan, zoals dat heet, dus van elk product staan er minstens twee naast elkaar. Dus twee pakken amandelspeculaas van Hellinga, twee amandelspeculaas van Markant, twee amandelspeculaas van een C merk, snap je? (Er zijn producten die vier of zes breed staan, natuurlijk. Nou, dan meet je met het tweede pak, of de tweede fles, die afstand af.)
Doordat die spiegel lijn wordt uitgezet, aangevuld met de artikelen die er niet waren maar ondertussen wel besteld zijn, kunnen de vakkenvullers, die de dag voor de opening het pand gaan bevolken, zonder enig probleem uit de containers met de gewone voorraad, die ondertussen tevoorschijn zijn gehaald, de vakken gaan vullen. Daar doen we dan wel twee dagen over, hoor. Ik heb eigenlijk geen idee hoeveel producten we in onze winkel hebben maar van de wijnen weet ik het aardig, dat zijn er ongeveer 600 verschillende soorten. (Rose, wit, rood, aperitieven etc.)
Dat weet ik omdat FM2 de man met een plan was. FM2 is een ontspannen man en ook op deze drukke dagen zijn hij en FM1, bakens van rust in een zee van onrust. FM2 vertelde dat ik de wijnen moest gaan verzamelen en, mocht ik tijd hebben, de 'verse' nootjes ook. Want, en dat is zo schijnt, wijn en noten gaan goed samen en bevolken op mijn afdeling, gebroederlijk en zonder strijd de planken. Wel gescheiden, hoor, de nootjes, en lees dan niet allen nootjes maar ook: 'Japanse mix, Thaise mix, Harakiri knabbels, Bonzai schijfjes en Tsunami golven en weet ik het allemaal, maar ze hebben verschillende planken, tussen de witte wijnen en rode wijnen in en zo maar het schijnt een goed huwelijk te zijn.
Ondertussen hakten, beitelden, boorden, zaagden en trokken kabels, nee, dat laatste loopt niet, maar goed de mannen in overals deden hun dingen, om ons heen en tussen ons door.
--Later meer over de man en zijn plan--
maandag 11 maart 2013
Het is begonnen
(De verbouwing: deel IV)
Het was vanmorgen bitter, maar dan ook bitter koud toen ik naar het werk fietste. Op een man na, die vanuit Amsterdam oost naar Amstelveen fietst en die ik (zo goed als) elke morgen tegenkom en begroet, waren de fietsers verder niet gezaaid vandaag. (Die man, een hele lange Surinaamse jongen, die op een dames fiets rijdt die haast twee meter hoog lijkt, werkt als schoonmaker in een van de twee grote, fraaie, en wat chique overdekte winkelcentra hier. Ik ontmoet hem geregeld en maak dan een praatje met hem. (Wat omstanders vreemd lijken te vinden. Waarom? Hij maakt schoon, ik vul vakken, jij opereert hersenen en je partner is astronaut. En? Het is werk, het moet gedaan en dus wordt het gedaan, toch? En nee, over geloof of seksuele geaardheid ga ik het helemaal niet hebben, rot op. Een goede collega is een goede collega, klaar!)
Een klein jaar geleden, die winkelcentra hadden net hoog gescoord in een winkelcentrum wedstrijd, kwam ik hem weer eens tegen, nu gekleed in een driedelig kostuum in plaats van zijn normale kloffie. Op mijn vraag of hij ging trouwen, mopperde hij dat dat het nieuwe werktenue was en dat hij en zijn collegae dat absoluut niet op prijs stelden, want ze konden nauwelijks bewegen in dat pak.)
Maar goed, ik reed dus vanmorgen ver voor zes uur naar het werk. De wind was straf en tegen en dat deed me deugd, want ik ben een echte Nederlander en, van alles wat gratis is, wil ik dan ook graag veel. Ik werd niet teleurgesteld.
Ik had al verteld dat het omkleden een probleem zou worden, ik leefde vanuit mijn 'plunjezak' zoals ik dat noemde, maar ik kreeg gisteravond een 'brainfart'. Ik heb dus vanmorgen zo'n mooie zwarte melk krat geconfisqueerd, zo'n krat die je vaak voorop de fietsen van dames ziet. Daarin kon ik mijn fietskledij kwijt en vervolgens borg ik dat geheel op bij kassa 10, aan mij aangeboden door H. onze hoofd cassiere. De dag begon als elke maandag, routinematig. Iets voor zevenen haalde ik de sleutels van het pand, opende de deuren en het anti-diefstal rolluik en maakte een aanvang om alle retour vracht buiten te zetten, iets later geholpen door S., een collega van de kip- en kaas- en vlees afdeling. Nauwelijks waren we bezig of een vloot, ik blijf marine, of in ieder geval een konvooi, van voertuigen begon zich te verdringen rond ons pand. Busjes van een elektrotechnisch bedrijf, met mannen in overals erin,busjes van een sloopbedrijf, met mannen in dezelfde kleding erin, vrachtwagens met containers, met ook van die in diezelfde modieuze kledij gestoken mannen en een paar personenvoertuigen met mannen in pakken daarin. Al deze mannen, er was echt geen ene dame bij, maf eigenlijk, spraken alle dialecten die zo ongeveer binnen onze landsgrenzen voorkomen. Ik hoorde Grunnigs, Friesk, Brabants en Overijssels.
Ondertussen losten wij de vracht, 'griepten'* en galden onder elkaar over die pleuris kou en dat het voorjaar wel heel erg ver weg was en deden alle voornoemde mannen hun dingen. Ze stoven de winkel binnen met stapels tekeningen en rol meters (de mannen in pakken) of kwamen met veel aplomb de winkel binnen met beitels, hamers, koevoeten en wat heb je nog meer om iets te gaan slopen. Maar, zoals alle lieden die het bouwvak aanhangen, doen, werd begonnen met onze koffie op te drinken en de kantine in een dikke walm van de rook van de 'schaamharen van de weduwe' te zetten. Eenmaal uitgerookt en uitgedronken viel de club op het interieur van de kantine en garderobe aan. Met veel geweld, echt.
Ondertussen was op de parkeerplaats naast onze winkel een containerpark opgebouwd. Zo snel en zo accuraat dat het een wonder leek. Vijf containers waren geplaatst. Drie met werkplaatsen en een opslag en een 'schaftkeet' en zelfs een hele toiletcontainer, met drie zitplaatsen en vijf urinoirs en zelfs met aan beide zijden van die container een RVS bak met drie kraantjes en.. een kacheltje. Mijn omkleed probleem was opgelost.
In no time waren kantine, garderobe en toiletten uitgebroken en/of afgebroken en verspreide de horde der slopers zich naar de parkeergarage waar ook van alles moest verdwijnen. De elektrotechnische werkers deden vage dingen met heel veel kabels en kabelbomen en keken vaag en zeiden vage dingen: 'Die P2S, hier, Arie en dan doe je die 8 zwart op de plek van de nul restent, hejje de groep negen alpha der aluit? Nee? Nou, Karel, doen jij dat dan snel anders is het gedoe, he Abdel, die kabelrol mot naar de drie, ok?' Nou, ik begreep het ook niet.
Ondertussen ligt mijn hele automatische bestelsysteem van de DV eruit. Ik krijg al weken nauwelijks vracht binnen. Dat betekent dus niet veel werk en dat is dus lekker gemakkelijk, maar het is de griep voor mijn verkopen. Ik heb nauwelijks pizza's (in supermarkt verkopen bijna nummer een) binnen gekregen en mijn DV groente schappen (de nummer twee) zijn ook al zo goed als leeg. Ik griep daarover tegen mijn FM2. Die griept terug dat hij ook behoorlijk pissed off is, maar dat hij er nu, alle Pc's en alle automatisering systemen liggen er (tijdelijk?) ook uit, ook niets aan kan doen.
Om twaalf uur kleed ik me om in mijn nieuwe 'huisje', de toiletcontainer. Er brand een kacheltje en, hoewel de buitendeur niet goed sluit, is het iets boven nul, binnen. Er is een lid van het bouwvakgilde dat net even een 'grote' gaat doen en dat ruikt stevig. Als hij later, opgelucht kijkend, het hokje verlaat zeg ik tegen hem: 'Ik ken je vrouw niet, maar zo te ruiken kookt ze lekker!' Niet begrijpend kijkt hij me aan, en mompelt wat in een Brabants accent.
--Je bent nog lang niet van me af. Maar! Lees ook even de verklaring na het *--
* Het woord 'kankeren' is een heel veel gebruikt en wijdverspreid woord. Ik ga het niet meer gebruiken. Ik ben net ff teveel geconfronteerd geweest en wordt dat nog, met waar het woord eigenlijk voor staat, (en zal er misschien binnenkort weer op een nare manier mee geconfronteerd worden,) met de ziekte dus, die achter dat op zich al lelijke woord, (in het Duits heet het Krebs, ook al zo lelijk), staat, dat ik vanaf nu het woord 'griepen' zal gebruiken. Een woord dat in de marinetaal hetzelfde betekent, maar milder is. Begrijpen jullie me?
Het was vanmorgen bitter, maar dan ook bitter koud toen ik naar het werk fietste. Op een man na, die vanuit Amsterdam oost naar Amstelveen fietst en die ik (zo goed als) elke morgen tegenkom en begroet, waren de fietsers verder niet gezaaid vandaag. (Die man, een hele lange Surinaamse jongen, die op een dames fiets rijdt die haast twee meter hoog lijkt, werkt als schoonmaker in een van de twee grote, fraaie, en wat chique overdekte winkelcentra hier. Ik ontmoet hem geregeld en maak dan een praatje met hem. (Wat omstanders vreemd lijken te vinden. Waarom? Hij maakt schoon, ik vul vakken, jij opereert hersenen en je partner is astronaut. En? Het is werk, het moet gedaan en dus wordt het gedaan, toch? En nee, over geloof of seksuele geaardheid ga ik het helemaal niet hebben, rot op. Een goede collega is een goede collega, klaar!)
Een klein jaar geleden, die winkelcentra hadden net hoog gescoord in een winkelcentrum wedstrijd, kwam ik hem weer eens tegen, nu gekleed in een driedelig kostuum in plaats van zijn normale kloffie. Op mijn vraag of hij ging trouwen, mopperde hij dat dat het nieuwe werktenue was en dat hij en zijn collegae dat absoluut niet op prijs stelden, want ze konden nauwelijks bewegen in dat pak.)
Maar goed, ik reed dus vanmorgen ver voor zes uur naar het werk. De wind was straf en tegen en dat deed me deugd, want ik ben een echte Nederlander en, van alles wat gratis is, wil ik dan ook graag veel. Ik werd niet teleurgesteld.
Ik had al verteld dat het omkleden een probleem zou worden, ik leefde vanuit mijn 'plunjezak' zoals ik dat noemde, maar ik kreeg gisteravond een 'brainfart'. Ik heb dus vanmorgen zo'n mooie zwarte melk krat geconfisqueerd, zo'n krat die je vaak voorop de fietsen van dames ziet. Daarin kon ik mijn fietskledij kwijt en vervolgens borg ik dat geheel op bij kassa 10, aan mij aangeboden door H. onze hoofd cassiere. De dag begon als elke maandag, routinematig. Iets voor zevenen haalde ik de sleutels van het pand, opende de deuren en het anti-diefstal rolluik en maakte een aanvang om alle retour vracht buiten te zetten, iets later geholpen door S., een collega van de kip- en kaas- en vlees afdeling. Nauwelijks waren we bezig of een vloot, ik blijf marine, of in ieder geval een konvooi, van voertuigen begon zich te verdringen rond ons pand. Busjes van een elektrotechnisch bedrijf, met mannen in overals erin,busjes van een sloopbedrijf, met mannen in dezelfde kleding erin, vrachtwagens met containers, met ook van die in diezelfde modieuze kledij gestoken mannen en een paar personenvoertuigen met mannen in pakken daarin. Al deze mannen, er was echt geen ene dame bij, maf eigenlijk, spraken alle dialecten die zo ongeveer binnen onze landsgrenzen voorkomen. Ik hoorde Grunnigs, Friesk, Brabants en Overijssels.
Ondertussen losten wij de vracht, 'griepten'* en galden onder elkaar over die pleuris kou en dat het voorjaar wel heel erg ver weg was en deden alle voornoemde mannen hun dingen. Ze stoven de winkel binnen met stapels tekeningen en rol meters (de mannen in pakken) of kwamen met veel aplomb de winkel binnen met beitels, hamers, koevoeten en wat heb je nog meer om iets te gaan slopen. Maar, zoals alle lieden die het bouwvak aanhangen, doen, werd begonnen met onze koffie op te drinken en de kantine in een dikke walm van de rook van de 'schaamharen van de weduwe' te zetten. Eenmaal uitgerookt en uitgedronken viel de club op het interieur van de kantine en garderobe aan. Met veel geweld, echt.
Ondertussen was op de parkeerplaats naast onze winkel een containerpark opgebouwd. Zo snel en zo accuraat dat het een wonder leek. Vijf containers waren geplaatst. Drie met werkplaatsen en een opslag en een 'schaftkeet' en zelfs een hele toiletcontainer, met drie zitplaatsen en vijf urinoirs en zelfs met aan beide zijden van die container een RVS bak met drie kraantjes en.. een kacheltje. Mijn omkleed probleem was opgelost.
In no time waren kantine, garderobe en toiletten uitgebroken en/of afgebroken en verspreide de horde der slopers zich naar de parkeergarage waar ook van alles moest verdwijnen. De elektrotechnische werkers deden vage dingen met heel veel kabels en kabelbomen en keken vaag en zeiden vage dingen: 'Die P2S, hier, Arie en dan doe je die 8 zwart op de plek van de nul restent, hejje de groep negen alpha der aluit? Nee? Nou, Karel, doen jij dat dan snel anders is het gedoe, he Abdel, die kabelrol mot naar de drie, ok?' Nou, ik begreep het ook niet.
Ondertussen ligt mijn hele automatische bestelsysteem van de DV eruit. Ik krijg al weken nauwelijks vracht binnen. Dat betekent dus niet veel werk en dat is dus lekker gemakkelijk, maar het is de griep voor mijn verkopen. Ik heb nauwelijks pizza's (in supermarkt verkopen bijna nummer een) binnen gekregen en mijn DV groente schappen (de nummer twee) zijn ook al zo goed als leeg. Ik griep daarover tegen mijn FM2. Die griept terug dat hij ook behoorlijk pissed off is, maar dat hij er nu, alle Pc's en alle automatisering systemen liggen er (tijdelijk?) ook uit, ook niets aan kan doen.
Om twaalf uur kleed ik me om in mijn nieuwe 'huisje', de toiletcontainer. Er brand een kacheltje en, hoewel de buitendeur niet goed sluit, is het iets boven nul, binnen. Er is een lid van het bouwvakgilde dat net even een 'grote' gaat doen en dat ruikt stevig. Als hij later, opgelucht kijkend, het hokje verlaat zeg ik tegen hem: 'Ik ken je vrouw niet, maar zo te ruiken kookt ze lekker!' Niet begrijpend kijkt hij me aan, en mompelt wat in een Brabants accent.
--Je bent nog lang niet van me af. Maar! Lees ook even de verklaring na het *--
* Het woord 'kankeren' is een heel veel gebruikt en wijdverspreid woord. Ik ga het niet meer gebruiken. Ik ben net ff teveel geconfronteerd geweest en wordt dat nog, met waar het woord eigenlijk voor staat, (en zal er misschien binnenkort weer op een nare manier mee geconfronteerd worden,) met de ziekte dus, die achter dat op zich al lelijke woord, (in het Duits heet het Krebs, ook al zo lelijk), staat, dat ik vanaf nu het woord 'griepen' zal gebruiken. Een woord dat in de marinetaal hetzelfde betekent, maar milder is. Begrijpen jullie me?
zaterdag 9 maart 2013
'Uitgeplokt'
'Wat schrijf je daar nou als titel, man?', hoor ik jullie vragen. Ja, da's een ouwe marine kreet, je weet wel, mijn eerste leven, en het betekent dat iemand helemaal naar de klo..., eh, nou ja, naar de testikels, is. En dat was ik echt hoor, deze middag. Ik was totaal kapot en op. Hen die me kennen weten dat ik een voortreffelijk, haast ascetisch, leven lijdt. Ik rook nauwelijks, drink amper, eet een enkele keer gezond, sport en ga, soms, op tijd naar bed. Maar dat zijn de oorzaken niet van het feit dat ik zo helemaal naar Blanes, ook zo'n KM woord, was vanmiddag.
Het is de drukte op het werk, gecombineerd met het opstaan om kwart voor vijf, in de ochtend ja, in de ochtend, en natuurlijk ook de lichamelijke inspanning van het fietsen heen en weer. Omdat we, (ik mag van de klimaatjongens het W woord niet gebruiken en als het KNMI er achter komt dat ik et wel doe, sta ik waarschijnlijk op een dodenlijst), maar we hebben gewoon een Ka U Te Winter gehad. (oi, toch het W woord gebruikt, de derde of vierde keer op rij alweer.) Het was koud, er viel veel sneeuw en ijs en andere zooi uit de hemel waar mee ik dan geen 'manna' bedoel. Die voornoemde winter, inclusief gespeld scheldwoord, is nog bij lange na niet over, begreep ik van mijn verklikkers bij datzelfde KNMI. Deze mensen mogen ook het W. woord niet gebruiken, maar zijn ondergronds gegaan in de 'Anti Global Warming' groep, die zich afzet tegen de 'Groenen' die het niet kunnen velen dat ze geen gelijk krijgen. Maar dat is een behoorlijk linkse gewoonte, overigens.
Oeps, ik doe nu aan politiek. Nee, nee, dat wil ik niet. Ik wil mijn Blogs 'a-politiek' en 'a-religieus' houden en hoe je die woorden verder wilt inschatten mag je zelf weten.
In ieder geval ik was kapot vanmiddag. E. en ik hadden gisteren al de boodschappen voor een dag of wat gedaan en dus ik hoefde gelukkig vandaag de deur niet meer uit. Thuis gekomen en gebadderd en wat gegeten te hebben, zeeg ik neer op de bank. Boek onder handbereik, afstandbediening ook. Want, vanmiddag werd er weer een etappe van Parijs - Nice uitgezonden, een prachtige wielerkoers, de zogenaamde koers naar de zon. Maar, omdat het W woord is gevallen, zal ik het maar verklappen: het was koud, nattig en er lag her en der nog sneeuw op en langs de wegen.
Maar goed, ik was dus uitgeplokt. De verbouwing nadert, dat las je al in vorige schrifturen mijnerzijds en dat is op de werkvloer ook redelijk te merken, hoor. Veel collegae worden wat onrustig, want ze hebben geen goed zicht over wat er tijdens en na de verbouwing gaat gebeuren met hun rollen in de winkel. Zo is de zuivelafdeling al opgesplitst en heeft een medewerker een gedeelde rol gekregen tussen zuivel en kaas en kip afdeling. Ook de roosters voor de week van de verbouwing zijn nog onzeker. Heel veel van ons hebben een blanco roosterlijst, wat je dus zou kunnen uitleggen als zijnde een week vrij. Dat geeft natuurlijk onrust. Want, moet je als medewerker dan verplicht vakantiedagen opnemen of word je in die week niet opgesteld, dus niet betaald? We weten het niet. Daarbij komt dat we onze kluisjes, waar we onze persoonlijke spullen in opbergen, je kleding, je tas en je portemonnee of, tegenwoordig veel belangrijker, je dure telefoontjes en zo, moesten uitruimen en de aanstaande week maar moeten zien hoe we onze spullen moeten bergen. Daar krijgen we ook geen informatie over, trouwens. Nu kan ik mijn portemonnee in mijn broekzak steken. Ik werk bij de VOMAR, dus geld zit er nauwelijks in, is dan het geintje, maar mijn vrouwelijke collegae, komen daar niet zo vlot mee weg. Waar laten die hun tasjes met al die dingen die vrouwen (soms denken) nodig (te) hebben?
Nu heb ik 32 jaar gewerkt, gewoond en geleefd in een omgeving waar de eerste les die je kreeg was: "Omgaan met onzekerheden, en dat continue." Ik heb dus via de hoofd cassiere, een aardige meid, het zo kunnen regelen dat ik een plastic boodschappen tas met mijn schoenen en shirt en werkjasje, ergens bij een niet gebruikte kassa kan stallen. (Ik ga vaak op de fiets naar het werk en, indien het W woord weer valt, in mijn burgerkloffie met het OV, maar wil op het werk natuurlijk wel mijn werkkleding aan.) In datzelfde vorige werk, ik noem het altijd mijn vorige leven, heb ik ook geleerd om uit plunjezakken te leven of een locker te hebben van 25 bij 25 centimeter, bij dertig diep, waar ik al mijn lijfgoed kwijt moest, dus ik red me wel. (Of mijn spullen er allemaal nog staan maandag? Zie mijn Blog "Narrig".)
Maar, veel van mijn collegae hebben dat nooit of nauwelijks meegemaakt en zoeken bestendiging. Er wordt gemopperd en gezanikt en, ik gebruik het hoogst vervelende woord dan toch maar: gekankerd over alle onzekerheden die er nu zijn. 'Nou ja', hoor ik jullie zeggen, 'dan zijn die FM 1 en FM 2 toch niet van die zwaargewichten zoals je in die Blogs aan ons wilde laten weten.' Ik weet, uit gesprekken die ik heb gehad met die twee, dat dat niet zo is. Zij worden ok geleefd op het moment. Die mannen in pakken en overals, weet je nog, nemen heel langzaam de regie over, heel langzaam gaan ruimtes die van ons waren, de garderobe, het magazijn en zo, over in hun handen. Rollen draad, haspels, kisten met gereedschap en, natuurlijk, de achteloos neergeworpen koffiebekers, vullen de 'publieke' ruimtes.
Maar goed, door al dat soort zaken raak je wel een beetje 'uitgeplokt'. En dus sukkelde ik regelmatig weg, tijdens de mooie en spannende etappe van Parijs-Nice. Der hielp niet veel aan. Koffie niet, fris niet, een shaggie niet. Dus liet ik het maar gaan. Ik las later de uitslag op TXT. Goh, niet veel gemist, eigenlijk.
Het is de drukte op het werk, gecombineerd met het opstaan om kwart voor vijf, in de ochtend ja, in de ochtend, en natuurlijk ook de lichamelijke inspanning van het fietsen heen en weer. Omdat we, (ik mag van de klimaatjongens het W woord niet gebruiken en als het KNMI er achter komt dat ik et wel doe, sta ik waarschijnlijk op een dodenlijst), maar we hebben gewoon een Ka U Te Winter gehad. (oi, toch het W woord gebruikt, de derde of vierde keer op rij alweer.) Het was koud, er viel veel sneeuw en ijs en andere zooi uit de hemel waar mee ik dan geen 'manna' bedoel. Die voornoemde winter, inclusief gespeld scheldwoord, is nog bij lange na niet over, begreep ik van mijn verklikkers bij datzelfde KNMI. Deze mensen mogen ook het W. woord niet gebruiken, maar zijn ondergronds gegaan in de 'Anti Global Warming' groep, die zich afzet tegen de 'Groenen' die het niet kunnen velen dat ze geen gelijk krijgen. Maar dat is een behoorlijk linkse gewoonte, overigens.
Oeps, ik doe nu aan politiek. Nee, nee, dat wil ik niet. Ik wil mijn Blogs 'a-politiek' en 'a-religieus' houden en hoe je die woorden verder wilt inschatten mag je zelf weten.
In ieder geval ik was kapot vanmiddag. E. en ik hadden gisteren al de boodschappen voor een dag of wat gedaan en dus ik hoefde gelukkig vandaag de deur niet meer uit. Thuis gekomen en gebadderd en wat gegeten te hebben, zeeg ik neer op de bank. Boek onder handbereik, afstandbediening ook. Want, vanmiddag werd er weer een etappe van Parijs - Nice uitgezonden, een prachtige wielerkoers, de zogenaamde koers naar de zon. Maar, omdat het W woord is gevallen, zal ik het maar verklappen: het was koud, nattig en er lag her en der nog sneeuw op en langs de wegen.
Maar goed, ik was dus uitgeplokt. De verbouwing nadert, dat las je al in vorige schrifturen mijnerzijds en dat is op de werkvloer ook redelijk te merken, hoor. Veel collegae worden wat onrustig, want ze hebben geen goed zicht over wat er tijdens en na de verbouwing gaat gebeuren met hun rollen in de winkel. Zo is de zuivelafdeling al opgesplitst en heeft een medewerker een gedeelde rol gekregen tussen zuivel en kaas en kip afdeling. Ook de roosters voor de week van de verbouwing zijn nog onzeker. Heel veel van ons hebben een blanco roosterlijst, wat je dus zou kunnen uitleggen als zijnde een week vrij. Dat geeft natuurlijk onrust. Want, moet je als medewerker dan verplicht vakantiedagen opnemen of word je in die week niet opgesteld, dus niet betaald? We weten het niet. Daarbij komt dat we onze kluisjes, waar we onze persoonlijke spullen in opbergen, je kleding, je tas en je portemonnee of, tegenwoordig veel belangrijker, je dure telefoontjes en zo, moesten uitruimen en de aanstaande week maar moeten zien hoe we onze spullen moeten bergen. Daar krijgen we ook geen informatie over, trouwens. Nu kan ik mijn portemonnee in mijn broekzak steken. Ik werk bij de VOMAR, dus geld zit er nauwelijks in, is dan het geintje, maar mijn vrouwelijke collegae, komen daar niet zo vlot mee weg. Waar laten die hun tasjes met al die dingen die vrouwen (soms denken) nodig (te) hebben?
Nu heb ik 32 jaar gewerkt, gewoond en geleefd in een omgeving waar de eerste les die je kreeg was: "Omgaan met onzekerheden, en dat continue." Ik heb dus via de hoofd cassiere, een aardige meid, het zo kunnen regelen dat ik een plastic boodschappen tas met mijn schoenen en shirt en werkjasje, ergens bij een niet gebruikte kassa kan stallen. (Ik ga vaak op de fiets naar het werk en, indien het W woord weer valt, in mijn burgerkloffie met het OV, maar wil op het werk natuurlijk wel mijn werkkleding aan.) In datzelfde vorige werk, ik noem het altijd mijn vorige leven, heb ik ook geleerd om uit plunjezakken te leven of een locker te hebben van 25 bij 25 centimeter, bij dertig diep, waar ik al mijn lijfgoed kwijt moest, dus ik red me wel. (Of mijn spullen er allemaal nog staan maandag? Zie mijn Blog "Narrig".)
Maar, veel van mijn collegae hebben dat nooit of nauwelijks meegemaakt en zoeken bestendiging. Er wordt gemopperd en gezanikt en, ik gebruik het hoogst vervelende woord dan toch maar: gekankerd over alle onzekerheden die er nu zijn. 'Nou ja', hoor ik jullie zeggen, 'dan zijn die FM 1 en FM 2 toch niet van die zwaargewichten zoals je in die Blogs aan ons wilde laten weten.' Ik weet, uit gesprekken die ik heb gehad met die twee, dat dat niet zo is. Zij worden ok geleefd op het moment. Die mannen in pakken en overals, weet je nog, nemen heel langzaam de regie over, heel langzaam gaan ruimtes die van ons waren, de garderobe, het magazijn en zo, over in hun handen. Rollen draad, haspels, kisten met gereedschap en, natuurlijk, de achteloos neergeworpen koffiebekers, vullen de 'publieke' ruimtes.
Maar goed, door al dat soort zaken raak je wel een beetje 'uitgeplokt'. En dus sukkelde ik regelmatig weg, tijdens de mooie en spannende etappe van Parijs-Nice. Der hielp niet veel aan. Koffie niet, fris niet, een shaggie niet. Dus liet ik het maar gaan. Ik las later de uitslag op TXT. Goh, niet veel gemist, eigenlijk.
maandag 4 maart 2013
Over verbouwen en zo 3, alweer
"Grote gebeurtenissen werpen hun schaduw vooruit." Dat is een uitspraak van een filosoof of schrijver of zo, wie? Geen idee, maar waar is het wel. Denk aan de grote wereldoorlogen die we hebben gehad en die men, nou ja, misschien jij en ik niet, maar politici van die tijd met hun kleine teen hadden kunnen voelen aankomen.Maar dat deden ze niet, of, wilden ze niet. (Er is een heel sterk verhaal over in omloop over de manier waarop Churchill de Amerikanen zou betrokken hebben in de al bijna voor de Engelsen verloren WO2. Mocht je geinteresseerd zij, dan Blog ik dat wel eens, of ik mail het je toe.)
(Go, wat een krom Nederlands eigenlijk en 'mijn schrijf coach', Wilma, zal wel boos worden, maar je begrijpt me wel, denk ik.)
Een grote gebeurtenis, die mijn collegae en mij te wachten staat is natuurlijk de verbouwing. Ik schreef er al over: mannen in pakken en mannen in overals komen de winkel binnen en gaan dingen meten en op tekening zetten en dat soort zaken. Afgelopen vrijdag was het echter een individueel die onze winkel op kwam zoeken. Het was nog ruim voor achten en we waren, met het vaste groepje, aan het lossen van onze ochtend vracht. Die ochtend vracht is altijd 'vers', zoals dat in het jargon heet. Zuivel, brood, groente, vlees- en kipproducten, zeg maar alles wat je in je koelkast bewaard.
Er komt een mijnheer aangelopen die me vraagt: 'Joh, kan ik mijn auto in de parkeergarage zetten?' 'Natuurlijk, mijnheer, geen probleem. Het eerste uur is gratis en daarna betaal je een bepaald bedrag, dat weet ik niet uit mijn hoofd, maar dat lees je wel.'
Mijnheer zette de auto weg en kwam even later naar boven. (De parkeergarage is ondergronds dus, maar, slimmerd die je bent, had je dat al begrepen.) Goed even later is hij dus boven en wil, gewapend met een koffer en zo'n moderne telefoon, goh hoe heten die dingen, I-pods of koffie pads, whatever, en wil de winkel binnengaan. Ik zeg tegen hem dat we pas om acht uur open zijn voor het publiek, maar, met enige trots zegt hij: 'Maar ik moet hier komen werken.' Hij wijst op een logo op zijn shirt, waarop DE staat. Dat mooie logo van onze enige echte koffiebrander, de Weduwe Douwe Egberts, sinds 1753, uit Joure.
'Oh, ja, nou ja, oké, ik breng je wel even verder, dan', mompel ik, want ik heb geen idee wat de vogel zou moeten komen doen. FM2 is op de werkvloer en staat peinzend voor een schap, het bestelboek en een pen in de hand. Ik vertel FM2 dat mijnheer hier 'iets komt doen' en wil, schoorvoetend, (goh ja weer zo'n woord uit de vorige eeuw) in elk geval schoorvoetend wil ik me terug trekken. Schoorvoetend want het is stervens koud bij het lossen, het vriest nog en ach, er staan der nog vier mensen buiten, dus even doorwarmen gaat wel en zo hard missen ze me niet en ik wil eigenlijk wel even weten wat die vogel komt doen.
Ik vang dus het gesprek tussen Douwe en FM2 op.
'Ik kom hier de nieuwe koffie stellingen inruimen en opnieuw indelen', zegt Douwe welgemoed. 'Jullie zijn net verbouwd, dus vandaar. Maar', zegt 'ie wat aarzelend erbij, 'ik zie niet echt dat het helemaal leeg geweest is, of zo.' FM2, een wijs man, tuurt over zijn leesbril. 'Goh man', zegt hij, 'nee, we zijn nog niet verbouwd, nee, over twee weken pas, hoor.' Hij kijkt mij aan en zucht: 'Nou ja, dat hopen we dan!' Ik glimlach en zeg: 'Ja, ja, afwachten.'
Douwe kijkt stomverbaasd. 'Maar ik had een afspraak voor vandaag, hier in dit pand. Dit IS toch het filiaal Belgiëlaan in Haarlem?' FM2 kijkt hem met een bepaalde blik aan. Hij kijkt nog eens, kijkt naar mij en ik schiet in de lach en denk dat ik verder wel buiten, bij het lossen nodig zal zijn. FM2 hoor ik nog uitleggen dat dit toch echt de Middenweg in Amsterdam is, of dat hij zich vanmorgen met het naar zijn werk rijden wel heel erg vergist moet hebben.
Iets later is Egbert buiten, pakt zij Pod of Pad stevig in de knuisten, toetst allemaal knoppen en schuiven in en doet allemaal bewegingen met vingers over zijn toestel. Hij komt er niet echt uit en staat wat verloren en hulpeloos. We zeggen dat 'ie maar even een bakkie moet gaan doen en dat doet hij dan ook.
Het kan wel kloppen, want volgens de originele planning hadden we eigenlijk al verbouwd moeten zijn. Maar ja, communicatie is zo verdomde lastig tegenwoordig, in de jaren van de Pads en de Pods en de Mobieltjes en de sociale media? Volgende keer de man maar eens een brief of kaartje sturen?
(Go, wat een krom Nederlands eigenlijk en 'mijn schrijf coach', Wilma, zal wel boos worden, maar je begrijpt me wel, denk ik.)
Een grote gebeurtenis, die mijn collegae en mij te wachten staat is natuurlijk de verbouwing. Ik schreef er al over: mannen in pakken en mannen in overals komen de winkel binnen en gaan dingen meten en op tekening zetten en dat soort zaken. Afgelopen vrijdag was het echter een individueel die onze winkel op kwam zoeken. Het was nog ruim voor achten en we waren, met het vaste groepje, aan het lossen van onze ochtend vracht. Die ochtend vracht is altijd 'vers', zoals dat in het jargon heet. Zuivel, brood, groente, vlees- en kipproducten, zeg maar alles wat je in je koelkast bewaard.
Er komt een mijnheer aangelopen die me vraagt: 'Joh, kan ik mijn auto in de parkeergarage zetten?' 'Natuurlijk, mijnheer, geen probleem. Het eerste uur is gratis en daarna betaal je een bepaald bedrag, dat weet ik niet uit mijn hoofd, maar dat lees je wel.'
Mijnheer zette de auto weg en kwam even later naar boven. (De parkeergarage is ondergronds dus, maar, slimmerd die je bent, had je dat al begrepen.) Goed even later is hij dus boven en wil, gewapend met een koffer en zo'n moderne telefoon, goh hoe heten die dingen, I-pods of koffie pads, whatever, en wil de winkel binnengaan. Ik zeg tegen hem dat we pas om acht uur open zijn voor het publiek, maar, met enige trots zegt hij: 'Maar ik moet hier komen werken.' Hij wijst op een logo op zijn shirt, waarop DE staat. Dat mooie logo van onze enige echte koffiebrander, de Weduwe Douwe Egberts, sinds 1753, uit Joure.
'Oh, ja, nou ja, oké, ik breng je wel even verder, dan', mompel ik, want ik heb geen idee wat de vogel zou moeten komen doen. FM2 is op de werkvloer en staat peinzend voor een schap, het bestelboek en een pen in de hand. Ik vertel FM2 dat mijnheer hier 'iets komt doen' en wil, schoorvoetend, (goh ja weer zo'n woord uit de vorige eeuw) in elk geval schoorvoetend wil ik me terug trekken. Schoorvoetend want het is stervens koud bij het lossen, het vriest nog en ach, er staan der nog vier mensen buiten, dus even doorwarmen gaat wel en zo hard missen ze me niet en ik wil eigenlijk wel even weten wat die vogel komt doen.
Ik vang dus het gesprek tussen Douwe en FM2 op.
'Ik kom hier de nieuwe koffie stellingen inruimen en opnieuw indelen', zegt Douwe welgemoed. 'Jullie zijn net verbouwd, dus vandaar. Maar', zegt 'ie wat aarzelend erbij, 'ik zie niet echt dat het helemaal leeg geweest is, of zo.' FM2, een wijs man, tuurt over zijn leesbril. 'Goh man', zegt hij, 'nee, we zijn nog niet verbouwd, nee, over twee weken pas, hoor.' Hij kijkt mij aan en zucht: 'Nou ja, dat hopen we dan!' Ik glimlach en zeg: 'Ja, ja, afwachten.'
Douwe kijkt stomverbaasd. 'Maar ik had een afspraak voor vandaag, hier in dit pand. Dit IS toch het filiaal Belgiëlaan in Haarlem?' FM2 kijkt hem met een bepaalde blik aan. Hij kijkt nog eens, kijkt naar mij en ik schiet in de lach en denk dat ik verder wel buiten, bij het lossen nodig zal zijn. FM2 hoor ik nog uitleggen dat dit toch echt de Middenweg in Amsterdam is, of dat hij zich vanmorgen met het naar zijn werk rijden wel heel erg vergist moet hebben.
Iets later is Egbert buiten, pakt zij Pod of Pad stevig in de knuisten, toetst allemaal knoppen en schuiven in en doet allemaal bewegingen met vingers over zijn toestel. Hij komt er niet echt uit en staat wat verloren en hulpeloos. We zeggen dat 'ie maar even een bakkie moet gaan doen en dat doet hij dan ook.
Het kan wel kloppen, want volgens de originele planning hadden we eigenlijk al verbouwd moeten zijn. Maar ja, communicatie is zo verdomde lastig tegenwoordig, in de jaren van de Pads en de Pods en de Mobieltjes en de sociale media? Volgende keer de man maar eens een brief of kaartje sturen?
dinsdag 26 februari 2013
De verbouwing en zo, (2)
Maar goed, ijspegels, 'stalaccen dit of dat' terzijde nu. We gaan dus verbouwen in onze VOMAR. Nu is dat natuurlijk niet zulk groot nieuws. Winkels, supers, horeca zaken verbouwen om de zoveel jaar. Je moet up to date blijven, je ruimtes aanpassen, een nieuwe 'styling' aanmeten en meer van dat soort zaken. Het is overigens mijn tweede verbouwing van hetzelfde pand. (Middenweg, inderdaad.) De eerste keer dat ik het meemaakte is nu een jaar of zes geleden denk ik, overigens was dat in het najaar. Ik weet nog dat we die zaterdagmiddag op tijd sloten, om vier uur, en dat de leiding van de super natuurlijk alle medewerkers had opgetrommeld, maar ook van andere filialen waren mensen toegezegd, om alle spullen die nog aanwezig waren, in kratten te verpakken, die kratten op containers te plaatsen en die containers vervolgens in de af en aan rijdende vrachtwagens te zetten. Men had gedacht rond tien uur in de avond klaar te zijn, maar, zoals ik als zei, het werd uiteindelijk nachtwerk en ik was dus pas na half drie thuis, moe en niet voldaan. De winkel bleef toen tien dagen dicht en de eerste dagen, de maandag en dinsdag, waren we verplicht vrij. Daarna was er een beperkte groep medewerkers die weer te werk werden gesteld bij het schoonmaken van de 'stellingen' de planken, roosters eigenlijk, waar de spullen op worden geplaatst en van de, verstelbare, houders, van die planken. Je kunt wel begrijpen dat er, ondanks het zorgvuldige schoonmaken van die roosters/planken, (Yeah, right) het toch kan gebeuren dat er spullen en stoffen overheen lekken en dus een residu achterlaten. Vaak zijn dat allemaal kleverige stoffen, van frisdrank of broodbeleg of, what have you. Die roosters enzovoort, werden opgeslagen in pallets. Samen met een, inmiddels veel te vroeg overleden collega, spoten we de roosters grof schoon met brandspuiten en daarna werden die volle pallets naar de 'schoonmaak hoek' gedirigeerd. Die schoonmaak hoek was een getimmerde en daardoor afgescheiden hoek van de parkeergarage. In die parkeergarage was geen verwarming, dus het was er knap fris en helemaal omdat we alle planken/roosters/steunen ook nog eens handmatig moesten schoonkrabben en moesten na spoelen van de restanten die we met het water uit de brandspuiten er niet af hadden kunnen krijgen. Een rot klus, maar we zaten er met een man of zes aan. We kregen eten en drinken van het bedrijf, konden roken en praten en lol maken, dus, ach, de tijd vloog.
Ondertussen waren mannen met overalls bezig om de winkel te strippen en te herbouwen en af en toe namen we een kijkje. Omdat we toen, en nog, slechts een ingang hadden, waardoor zowel de vracht als het publiek naar binnen moest, waren die deuren continu open, want ook de mannen in overalls, liepen in en uit met buizen en staven en tangen en boren en al dat soort dingen meer. Het was tijdens zo'n kijkje in de winkel dat we opeens de mijnheer zagen lopen. Geen mijnheer in overall en ook geen mijnheer die leiding gaf aan die mijnheren, maar gewoon een klant. Een tachtiger, schatten wij hem in. Stel je voor: je komt op een bouwplek. Daar worden op dat moment nieuwe woningen of zaken gebouwd. Het enige wat er is, is een kaal casco. Er staan vier muren en een dak, meer niet. Niets in je hoofd zou je laten vragen aan een van de bouwvakkers, of je even naar het toilet kunt, toch? Dat was die ochtend in de winkel ook het geval. Een vloer, vol troep en stof, vier kale muren, waar alles van gestript was, en een dak, zo zag onze winkel eruit. En een heibel man! Gezaag, geboor, gehamer, geklop, horen en zien verging je.
De oudere mijnheer was, de deuren waren open immers, naar binnen gelopen en was kennelijk het pad helemaal kwijt, hij had in ieder geval totaal niet door waar hij in beland was. Mijn gabbertje Mohammed, die met mij een kijkje stond te nemen, rende achter de mijnheer aan. "Mijnheer, mijnheer, wat komt U doen?' Het onsterfelijke antwoord van de mijnheer was: 'Goed dat ik U zie, mijnheer. Kunt U me vertellen waar ik de aardappelen kan vinden?' (Dat is, nog steeds, af en toe een grap tussen Mo en mij. Als we heel melig zijn, dan)
De dag daarvoor was mij iets dergelijks overkomen, toe ook een oudere mevrouw de entree was binnengewandeld, zoekend om zich heen had gekeken en mij vroeg waar de winkelwagens gebleven waren.
Maar goed, het is bijna weer zover. Het 'gonst' in de winkel. FM1 en FM2 zijn druk met voorbereidingen en logistieke afspraken en we denken allemaal zoveel mogelijk mee. (Schijnbaar leest FM1 mijn Blogs. Ik groette hem vanmorgen bij binnenkomst en met een grijns antwoordde hij: 'Ja, hier FM1.' Toch leuk.)
Het gonst in de winkel en er komen vreemden binnen. Ja, die komen er elke dag wel, gelukkig, nieuwe klanten, altijd welkom, maar nu komen er vreemden in mooie pakken, met aantekenblokken en met laser meetapparaten om hoogten en breedten en lengtes te meten. 'Piep', doet de lazer, goedkeurend knikt de man in het mooie pak en noteert iets. Of klakt met zijn tong en schrapt iets. Het zijn aardige mannen in die mooie pakken. Maar, het zijn bèta mannen, ja alleen maar mannen, tot nu toe, sorry dames, en bèta M/V zijn van de feiten en de cijfers en zo. Veel humor hebben ze niet, nu ja, die verbergen ze, denk ik. Misschien dat ze in hun kringen vreselijk kunnen lachen om een som als: 'Z3 - z2 = de wortel uit 71!'
Maar, toen een paar mijnheren in pakken met een grote tekening op mijn afdeling stonden en ik, lachend zei, dat k er wel tien meter diepvrieskasten bij wilde hebben, geintje!, keken ze serieus op de papieren en schudden het hoofd! 'Goh nee, dat zal niet gaan, zijn we bang voor, ik zie niets staan, hier.' Nou ja, er gaat wel eens een grap de mist in.
Maar ook de mannen in overalls zijn niet de grootste lachebekken hoor. Zo was er zo'n uitgedoste man bezig met een grote bouwtekening en een blauwe stift, en zat dingen te doen op die tekening. Momenteel is er een kleurplaten wedstrijd gaande in onze winkel, voor de Paashaas of zo, in ieder geval merk ik op tegen de man: 'Goh joh, wat een grote kleurplaat heb je, en maar een kleurstift!'
'He?' zei hij, 'nee, dit is een bouwtekening hoor, geen kleurplaat, En ik mag alleen maar met een blauwe stift tekenen.'
Ondertussen waren mannen met overalls bezig om de winkel te strippen en te herbouwen en af en toe namen we een kijkje. Omdat we toen, en nog, slechts een ingang hadden, waardoor zowel de vracht als het publiek naar binnen moest, waren die deuren continu open, want ook de mannen in overalls, liepen in en uit met buizen en staven en tangen en boren en al dat soort dingen meer. Het was tijdens zo'n kijkje in de winkel dat we opeens de mijnheer zagen lopen. Geen mijnheer in overall en ook geen mijnheer die leiding gaf aan die mijnheren, maar gewoon een klant. Een tachtiger, schatten wij hem in. Stel je voor: je komt op een bouwplek. Daar worden op dat moment nieuwe woningen of zaken gebouwd. Het enige wat er is, is een kaal casco. Er staan vier muren en een dak, meer niet. Niets in je hoofd zou je laten vragen aan een van de bouwvakkers, of je even naar het toilet kunt, toch? Dat was die ochtend in de winkel ook het geval. Een vloer, vol troep en stof, vier kale muren, waar alles van gestript was, en een dak, zo zag onze winkel eruit. En een heibel man! Gezaag, geboor, gehamer, geklop, horen en zien verging je.
De oudere mijnheer was, de deuren waren open immers, naar binnen gelopen en was kennelijk het pad helemaal kwijt, hij had in ieder geval totaal niet door waar hij in beland was. Mijn gabbertje Mohammed, die met mij een kijkje stond te nemen, rende achter de mijnheer aan. "Mijnheer, mijnheer, wat komt U doen?' Het onsterfelijke antwoord van de mijnheer was: 'Goed dat ik U zie, mijnheer. Kunt U me vertellen waar ik de aardappelen kan vinden?' (Dat is, nog steeds, af en toe een grap tussen Mo en mij. Als we heel melig zijn, dan)
De dag daarvoor was mij iets dergelijks overkomen, toe ook een oudere mevrouw de entree was binnengewandeld, zoekend om zich heen had gekeken en mij vroeg waar de winkelwagens gebleven waren.
Maar goed, het is bijna weer zover. Het 'gonst' in de winkel. FM1 en FM2 zijn druk met voorbereidingen en logistieke afspraken en we denken allemaal zoveel mogelijk mee. (Schijnbaar leest FM1 mijn Blogs. Ik groette hem vanmorgen bij binnenkomst en met een grijns antwoordde hij: 'Ja, hier FM1.' Toch leuk.)
Het gonst in de winkel en er komen vreemden binnen. Ja, die komen er elke dag wel, gelukkig, nieuwe klanten, altijd welkom, maar nu komen er vreemden in mooie pakken, met aantekenblokken en met laser meetapparaten om hoogten en breedten en lengtes te meten. 'Piep', doet de lazer, goedkeurend knikt de man in het mooie pak en noteert iets. Of klakt met zijn tong en schrapt iets. Het zijn aardige mannen in die mooie pakken. Maar, het zijn bèta mannen, ja alleen maar mannen, tot nu toe, sorry dames, en bèta M/V zijn van de feiten en de cijfers en zo. Veel humor hebben ze niet, nu ja, die verbergen ze, denk ik. Misschien dat ze in hun kringen vreselijk kunnen lachen om een som als: 'Z3 - z2 = de wortel uit 71!'
Maar, toen een paar mijnheren in pakken met een grote tekening op mijn afdeling stonden en ik, lachend zei, dat k er wel tien meter diepvrieskasten bij wilde hebben, geintje!, keken ze serieus op de papieren en schudden het hoofd! 'Goh nee, dat zal niet gaan, zijn we bang voor, ik zie niets staan, hier.' Nou ja, er gaat wel eens een grap de mist in.
Maar ook de mannen in overalls zijn niet de grootste lachebekken hoor. Zo was er zo'n uitgedoste man bezig met een grote bouwtekening en een blauwe stift, en zat dingen te doen op die tekening. Momenteel is er een kleurplaten wedstrijd gaande in onze winkel, voor de Paashaas of zo, in ieder geval merk ik op tegen de man: 'Goh joh, wat een grote kleurplaat heb je, en maar een kleurstift!'
'He?' zei hij, 'nee, dit is een bouwtekening hoor, geen kleurplaat, En ik mag alleen maar met een blauwe stift tekenen.'
maandag 25 februari 2013
De verbouwing komt nader (voorlopig even deel 1)
Ik ben even een dag of wat niet bezig geweest aan een VOMAR, nou ja, In de Super Blog. Dat zat zo. Ik was zo, ik mag het niet schrijven, maar ik doe het wel, zo fucking pissed off, dat de NOS had besloten om geen wielrennen meer uit te zenden, dat ik daar nogal wat Blogs over geschreven heb. (Je kunt ze lezen op www.lucasfietst.blogspot.com, mocht je dat willen. Tik maar in op je zoek hoekje.
Waarom ik zo boos was? Nu, ik vind dat ik zelf wel uitmaak waar ik naar wil kijken en dat de NOS niet voor mij heeft uit te maken dat ik geen fietsers om den brode meer mag zien. want, zegt de NOS, die hebben de zaak lopen verklooien en, wij NOS, hebben dus een voorbeeld functie, als publieke omroep. Oke, is waar. Dat het wielrennen niet helemaal oke is, geef ik toe. Maar: ik ben er nog nooit persoonlijk door gekwetst. Ik ben nog nooit beledigd geweest door een fietser die, al dan niet stijf van de rotzooi, een koers won. Maar dat zou dan wel moeten, volgens de NOS, de publieke omroep.
Maar, afgelopen zondag, de 24ste februari 2013, zond de NOS, de publieke omroep een programma uit dat mij en waarschijnlijk honderden met mij wel kwetste. Het ging over een Koerdische mijnheer, die, zonder subsidie en helemaal op eigen houtje, een groep buurt jongeren ging 'heropvoeden.' Deze jongeren, ik chargeer niet, echt niet, want je moet o zo erg op je woorden letten tegenwoordig, deze jongeren nu hadden allen de Islam omhelsd. De Koerdische mijnheer wilde met hen 'Het achterhuis', het dagboek van Anne Frank, gaan lezen om die jongeren in te laten zien hoe het was om vervolgd te worden. Dat sloeg niet echt aan bij de jongeren van Islamitische overtuiging.
Zelden, behalve in de toespraken van Adolf Hitler, heb ik meer antisemitisme gehoord. Een antisemitisme, zo van haat en domheid doordrenkt, dat ik huiverend voor de Tv zat. De knullen vonden dat Hitler nog niet eens ver genoeg was gegaan. (Aan het begin van de uitzending kwam dan wel een kaartje even in beeld dat er anti Semitische uitspraken zouden worden gedaan, maar je zou het kaartje maar gemist hebben! Maar goed, dit was kennelijk wel goed in de ogen van de NOS dominees.)
Kees van Kooten zou hebben gezegd: 'Van dat soort dingen dus, Cock, van dat soort dingen.'
Maar goed. Daar gaat het nu even verder niet over, hoewel ik er wel..
Hou nou op jongen en ga nu beginnen over de Verbouwing. Ja, dat gaat, na zes keer uitgesteld te zijn, nu definitief door. Op zaterdag 16 maart, sluiten we om 1600 de poorten en gaan we ruimen en leegmaken. 'Alle Hens' is opgeroepen en moet komen opdraven. 'Zo', zegt men, 'zijn we met een uurtje of wat klaar met de winkel leeg te maken.' Ik heb, nu een jaar of zeven geleden, een eerdere verbouwing meegemaakt, waarbij we ook 'met een uurtje of wat' klaar zouden zijn. Uiteindelijk was dat om 0200 en was ik om half drie in de nacht thuis. Maar goed, er is dus nu een plan en een datum. 'Iet get oan' of zo, moet je dan zeggen als je een Elfstedentocht van start laat gaan. Maar het gaat bij ons echt serieus beginnen en geen tel te vroeg. Overal op mijn afdeling begint het te lekken uit de buizen, ik denk waterleiding of zo, die boven de diepvrieskast lopen. De lekkende leidingen bevatten, volgens mij, kalkhoudend water, want de deksels van mijn ijsbak zijn voornamelijk besmeurd met hardnekkige kalkresten. Daar is geen poetsen tegen hoor, ook niet met de Antikal middelen die men ons via Tv reclames aanraad. Glasex, rare naam, help ook niet. Maar het water lekt ook de bakken zelf binnen en vormen daar van die formaties die je wel in druipsteen grotten ziet. Stalagmieten of Stalactieten, ik weet die begrippen niet zo uit elkaar te houden, hoewel het laatste woord me beter in de oren klinkt. Ja hallo, seksist, ik hoor het jullie meisjes roepen, maar het is zo, de vorm van de ijskegel had de vorm van een, eh, een, nou ja van een StalacTIET, begrijp je!
-- Morgen meer, of de NOS moet ook alle mensen die BLOGS schrijven ondertussen willen verbieden--
Waarom ik zo boos was? Nu, ik vind dat ik zelf wel uitmaak waar ik naar wil kijken en dat de NOS niet voor mij heeft uit te maken dat ik geen fietsers om den brode meer mag zien. want, zegt de NOS, die hebben de zaak lopen verklooien en, wij NOS, hebben dus een voorbeeld functie, als publieke omroep. Oke, is waar. Dat het wielrennen niet helemaal oke is, geef ik toe. Maar: ik ben er nog nooit persoonlijk door gekwetst. Ik ben nog nooit beledigd geweest door een fietser die, al dan niet stijf van de rotzooi, een koers won. Maar dat zou dan wel moeten, volgens de NOS, de publieke omroep.
Maar, afgelopen zondag, de 24ste februari 2013, zond de NOS, de publieke omroep een programma uit dat mij en waarschijnlijk honderden met mij wel kwetste. Het ging over een Koerdische mijnheer, die, zonder subsidie en helemaal op eigen houtje, een groep buurt jongeren ging 'heropvoeden.' Deze jongeren, ik chargeer niet, echt niet, want je moet o zo erg op je woorden letten tegenwoordig, deze jongeren nu hadden allen de Islam omhelsd. De Koerdische mijnheer wilde met hen 'Het achterhuis', het dagboek van Anne Frank, gaan lezen om die jongeren in te laten zien hoe het was om vervolgd te worden. Dat sloeg niet echt aan bij de jongeren van Islamitische overtuiging.
Zelden, behalve in de toespraken van Adolf Hitler, heb ik meer antisemitisme gehoord. Een antisemitisme, zo van haat en domheid doordrenkt, dat ik huiverend voor de Tv zat. De knullen vonden dat Hitler nog niet eens ver genoeg was gegaan. (Aan het begin van de uitzending kwam dan wel een kaartje even in beeld dat er anti Semitische uitspraken zouden worden gedaan, maar je zou het kaartje maar gemist hebben! Maar goed, dit was kennelijk wel goed in de ogen van de NOS dominees.)
Kees van Kooten zou hebben gezegd: 'Van dat soort dingen dus, Cock, van dat soort dingen.'
Maar goed. Daar gaat het nu even verder niet over, hoewel ik er wel..
Hou nou op jongen en ga nu beginnen over de Verbouwing. Ja, dat gaat, na zes keer uitgesteld te zijn, nu definitief door. Op zaterdag 16 maart, sluiten we om 1600 de poorten en gaan we ruimen en leegmaken. 'Alle Hens' is opgeroepen en moet komen opdraven. 'Zo', zegt men, 'zijn we met een uurtje of wat klaar met de winkel leeg te maken.' Ik heb, nu een jaar of zeven geleden, een eerdere verbouwing meegemaakt, waarbij we ook 'met een uurtje of wat' klaar zouden zijn. Uiteindelijk was dat om 0200 en was ik om half drie in de nacht thuis. Maar goed, er is dus nu een plan en een datum. 'Iet get oan' of zo, moet je dan zeggen als je een Elfstedentocht van start laat gaan. Maar het gaat bij ons echt serieus beginnen en geen tel te vroeg. Overal op mijn afdeling begint het te lekken uit de buizen, ik denk waterleiding of zo, die boven de diepvrieskast lopen. De lekkende leidingen bevatten, volgens mij, kalkhoudend water, want de deksels van mijn ijsbak zijn voornamelijk besmeurd met hardnekkige kalkresten. Daar is geen poetsen tegen hoor, ook niet met de Antikal middelen die men ons via Tv reclames aanraad. Glasex, rare naam, help ook niet. Maar het water lekt ook de bakken zelf binnen en vormen daar van die formaties die je wel in druipsteen grotten ziet. Stalagmieten of Stalactieten, ik weet die begrippen niet zo uit elkaar te houden, hoewel het laatste woord me beter in de oren klinkt. Ja hallo, seksist, ik hoor het jullie meisjes roepen, maar het is zo, de vorm van de ijskegel had de vorm van een, eh, een, nou ja van een StalacTIET, begrijp je!
-- Morgen meer, of de NOS moet ook alle mensen die BLOGS schrijven ondertussen willen verbieden--
Abonneren op:
Posts (Atom)